Thuis op het snijvlak van politiek en economie

Willem Buiter, de dwarse econoom van Nederlandse komaf, wordt chef-econoom van het Amerikaanse bankconcern Citigroup, waarover hij eerder zeer kritisch was.

Willem Buiter, professor of European Economy. Amsterdam, 14 jan 2008. foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

De Brits-Amerikaanse econoom Willem Buiter, hoogleraar aan de London School of Economics, heeft er het afgelopen jaar in talrijke blogs en artikelen geen geheim van gemaakt dat hij vond dat regeringen banken en bankiers te vaak met fluwelen handschoenen aanpakten.

De ironie wil dat gisteren bekend werd dat diezelfde Buiter (60) chef-econoom wordt bij het enorme Amerikaanse bankconcern Citigroup. Nota bene een bedrijf dat een jaar geleden door de Amerikaanse regering nog werd gered van de ondergang.

„De Amerikaanse minister van Financiën, Hank Paulson, heeft de banken op veel te makkelijke voorwaarden hulp geboden”, verklaarde Buiter vorige jaar in deze krant. Over zijn nieuwe werkgever was hij in zijn blog in april dit jaar nog kritischer. Hij omschreef het als „een samenklontering van de slechtste praktijken over het hele financiële spectrum”.

Buiter zal er in zijn nieuwe functie hoe dan ook alles aan doen om te voorkomen dat de bank opnieuw bij de overheid hoeft aan te kloppen. Zijn grote kennis van de macro-economie en de werking van markten zal hem daarbij ongetwijfeld uitstekend van pas komen. Minder ervaring daarentegen heeft hij met het werken voor een groot particulier bedrijf, al werkte hij al sinds 2005 al als consultant voor Goldman Sachs.

Zijn loopbaan heeft zich tot dusverre hoofdzakelijk afgespeeld bij talrijke vooraanstaande Britse, Amerikaanse en Nederlandse universiteiten en bij overheidsinstellingen als de Europese Bank voor Wederopbouw en Herstel, waar hij tussen 2000 en 2005 chef-econoom was, en als adviseur van de Bank of England. Ook deed hij af en toe werk voor het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Europese Commissie.

Buiter werd in 1949 geboren in Den Haag en groeide op in Nederland. Zijn vader was een prominente PvdA’er, die later onder meer burgemeester van Groningen werd. Al tijdens zijn studiejaren verhuisde Buiter naar het Britse Cambridge, waar hij in 1971 met lof afstudeerde als econoom. Vervolgens vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij in 1975 promoveerde aan Yale bij Nobelprijswinnaar James Tobin op een studie over de verhouding van economisch evenwicht op korte termijn tot dat op langere termijn.

In 1976 was hij terug in Groot-Brittannië als docent aan de London School of Economics, waar hij met onderbrekingen aan verbonden zou blijven. Hij vervulde ook diverse gasthoogleraarschappen en is tevens hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Buiter is gehuwd met Anne Sibert, ook hoogleraar economie, zij het aan de Universiteit van Londen. Soms werkt het echtpaar samen. Zo stelden ze vorig jaar een gezamenlijk rapport op over de IJslandse economie. Niet alles in huize Buiter draait echter om economie. In zijn vrije tijd leest hij graag science fiction en poëzie en speelt hij tennis.

Sinds 2005 bekleedt hij de leerstoel voor politieke economie aan de LSE. Het snijvlak van politiek en economie interesseert hem al lang. Daarbij aarzelt hij niet om uitgesproken standpunten in te nemen. Zo pleit hij al jaren bij de Britse regering om zich bij de eurozone aan te sluiten. De economische voordelen daarvan zijn volgens hem evident. Ook voor de positie van de Londense City is het beter bij de eurozone te behoren, stelt hij. Waarom is het desondanks onwaarschijnlijk dat de Britten overstag zullen gaan? „Het zit hem vast op een gebrek aan politieke wil”, zei Buiter onlangs desgevraagd. „Voor veel Briiten blijft Europa een vies woord.”

    • Floris van Straaten