Sarkozy maakt Londen laaiend

„Het is de eerste keer in vijftig jaar dat Frankrijk deze post krijgt. De Britten zijn de grote verliezers.” De Franse president Nicolas Sarkozy had zo hard gevochten om ‘zijn’ kandidaat Michel Barnier een zware portefeuille in de Europese Commissie te bezorgen, dat hij zijn geluk niet op kan nu dat is gelukt.

Probleem is: de Britten zijn zo kwaad over Sarkozy’s triomfalisme dat ze onderhandelingen over Europese banksupervisie blokkeren. EU-ministers moeten hierover woensdag beslissen. De sfeer is zo verziekt dat de Britten, die vinden dat supervisie hun City schaadt, volgens een ooggetuige uit de onderhandelingen zijn weggelopen. De ruzie laait op juist nu vandaag het Verdrag van Lissabon in werking treedt.

Barnier wordt als commissaris Interne Markt verantwoordelijk voor financiële regulering. De Britten wilden dat voorkomen, maar Sarkozy zette Commissievoorzitter Barroso zo onder druk dat hij zwichtte. Om Londen te kalmeren, wordt Barniers hoogste ambtenaar een Brit. „Franse ideeën voor financiële regulering hebben gewonnen in Europa”, constateerde Sarkozy. Franse landbouwideeën kennelijk ook: zijn „tweede overwinning” is dat een (Franstalige) Roemeen landbouwcommissaris wordt.

Leuk voor Frankrijk, maar is Europa ermee gediend? In het Europees verdrag staat dat commissarissen Europese belangen dienen, geen nationale – zoals een minister er niet zit voor eigen stad of provincie, maar voor alle steden en provincies.

In november pokerde premier Brown voor een Britse Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlandbeleid. Hij verkocht dat als „dubbele overwinning” voor Londen: Catherine Ashton is tevens vicevoorzitter van de Commissie. Parijs benadrukte meteen dat Ashton in Raad en Commissie Franse topambtenaren krijgt.

Barnier bezweert nu dat hij er voor alle landen is en dat hij het belang van de City voor heel Europa inziet. Zo’n standpunt moet hij als eurocommissaris innemen. Maar velen in Brussel vragen zich af of hij, een van Sarkozy’s trouwste dienaren, de juiste man is om de schade te repareren.

Lissabon: pagina 5

    • Caroline de Gruyter