Roepen om richting in een woestijn van vrijblijvendheid

Jongeren van nu leven voor materiële genoegens en krijgen weinig sturing van hun ouders. Een flink deel van de pubers wordt daar ongelukkig en boos van.

„Ik kan geen huiswerk maken. Ik werk de hele avond.” Aldus havo-4-leerling Teun tegen leraar Nederlands Graa Boomsma. Teun, schreef Boomsma vorige week in De Groene Amsterdammer, is oprecht verontwaardigd dat hij huiswerk krijgt op de avond dat hij moet werken. Hoe moet hij dan geld verdienen om zijn nieuwe iPod, merkkleding en drank te kunnen kopen? De volgende dag komt Teun met een briefje van zijn ouders. Daarin staat dat hij zijn huiswerk niet heeft kunnen maken, omdat hij anders zijn baantje bij... Boomsma heeft het briefje niet uitgelezen.

Het voorval staat niet op zichzelf. Jongeren zijn de laatste tien jaar in toenemende mate gefascineerd geraakt door uiterlijk, status, gemak, kicks en geld. Hedonisme en individualisme nemen toe, de belangstelling voor maatschappij en milieu neemt af. Tegelijkertijd zijn pubers en twintigers op zoek naar structuur en vaste waarden, maar zijn hun ouders niet in staat die te bieden. Waarden als verantwoordelijkheid en zelfbeheersing worden nauwelijks overgedragen. Sterker nog: omdat ze zelf jeugdig willen overkomen, omarmen ouders steeds vaker de mentaliteit van hun kinderen.

Dat schrijven de sociologen Frits Spangenberg en Martijn Lampert in het gisteren verschenen boek De grenzeloze generatie. Spangenberg, oprichter van onderzoeksbureau Motivaction, en Lampert, trendonderzoeker bij hetzelfde bureau, baseren hun analyse op vijfentwintig jaar mentaliteitsonderzoek en duizenden uren interviewmateriaal. Wat beweegt mensen: dat is de vraag waar Motivaction in geïnteresseerd is (net als de bedrijven en overheidsinstellingen voor wie zij onderzoek doen).

De grenzeloze generatie gaat over jongeren tussen de 15 en 23 jaar. Ze voelen zich steeds minder betrokken bij de samenleving die hen omringt. De onderzoekers zien „een opmars van de zelfgenoegzaamheid”. Directe behoeftebevrediging van jezelf en een zekere blindheid voor de behoeften van een ander zijn volgens hen typerend voor de jongste generatie. En in mindere mate ook voor de generatie voor hen: mensen die tussen 1971 en 1985 zijn geboren. Met andere woorden: de jeugd wordt met de dag asocialer.

Hoe valt dit te verklaren? Volgens de onderzoekers is er nog nooit een generatie opgegroeid met zo veel vrijheid en zelfstandigheid. „De school biedt jongeren steeds minder structuur. En bij ouders is gezag taboe geworden”, zegt Spangenberg. „Opvoeders zijn kinderen als onderhandelingspartners gaan beschouwen. Ze hechten groot belang aan wat kinderen zelf willen, ook als dat betekent dat ze thuis willen indrinken of besluiten een bijbaantje te nemen.”

De toegenomen zelfstandigheid van jongeren is volgens de auteurs het resultaat van een gestage verschuiving in het Nederlandse waardenstelsel. Dat begon bij de babyboomers. Met de toegenomen individualisering en gestegen welvaart werd de samenleving vanaf de jaren zestig narcistischer en materialistischer. Een deel van de babyboomers ruilde de waarden van hun ouders – bescheidenheid, afwachtendheid, soberheid en plichtsgevoel – in voor individualiteit en vrijheid. En die nieuwe waarden gaven de babyboomers door aan hun kroost.

Voor een ruime minderheid van deze kinderen pakt het zo slecht nog niet uit, die gerichtheid op het individu, het materialisme en de vrijheid die ze krijgen van opvoeders en leraren. De onderzoekers onderscheiden een groep (42 procent) van ondernemende, onafhankelijke, ambitieuze, vaak hogeropgeleide jongeren. Deze multitaskende, netwerkende, ‘pragmatische jongeren’ kunnen zich prima redden in een samenleving die 24 uur per dag voortraast, waar de kansen voor het grijpen liggen en waar nauwelijks ankers bestaan.

Maar op een ander, minder geprivilegieerd deel van de jongeren heeft de heerschappij van het individu en de toegenomen vrijheid wel degelijk een verontrustend effect. Deze zogenaamde ‘buitenstaanders’ zijn minder zelfredzaam, hebben moeite met de complexiteit van de samenleving en roepen in een woestijn van vrijblijvendheid om richting. Niet verwonderlijk doen zich bij deze groep de meeste met jongeren geassocieerde problemen voor: schooluitval, schulden, drugsgebruik, obesitas, noem maar op. Het is ook vooral deze groep bij wie de onderzoekers een toename van gevoelens van boosheid, verveling en irritatie waarnemen.

Spangenberg: „Ik werd echt verrast door de grote groep jongeren die behoefte heeft aan richting, houvast en iemand die de leiding neemt. En dat terwijl hun ouders graag jong willen zijn. Het signaal dat deze ouders afgeven, is dat jong zijn het leukste en beste is wat er is. Kinderen vragen zich vervolgens af waarom ze volwassen moeten worden, als volwassenen het zelf niet eens willen.”

Die behoefte aan richting loopt in lijn met een ander opvallend resultaat uit het onderzoek: steeds meer jongeren lijken de grenzeloosheid van hun bestaan af te wijzen. Zo wordt ‘hiërarchie in de samenleving’ nu door 40 procent van de jongeren gewaardeerd. Geen meerderheid, maar wel een standpunt in opkomst. Dat lijkt erop te wijzen dat de jeugd conservatiever aan het worden is. Zo signaleren de onderzoekers ook een toegenomen waardering voor traditionele rolpatronen tussen man en vrouw. Met de stelling ‘ik vind het heel normaal dat mannen vrouwelijke eigenschappen laten zien’ stemmen steeds minder jongeren in. Vaarwel metroman.

„Het lijkt paradoxaal, die behoefte aan vrijheid én hiërarchie”, zegt Lampert. „Maar zowel de zoektocht naar leiding als de hang naar avontuur zijn kenmerkend voor het puberbrein.” En hiërarchie en structuur ontbreken nu juist op scholen. „Jongeren willen ergens bij horen, trots zijn. Maar de school wordt vrijblijvender.”

Hoe zou dat anders kunnen? Lampert: „De invoering van schooluniformen kan een stap vooruit zijn. Dan ontleen je je identiteit niet aan merkkleding, maar ben je wat je presteert. We zien dat jongeren die voor hun bijbaantje bij Albert Heijn of McDonald’s een uniform moeten dragen, die normen erg waarderen. Daar maken ze ook pas kennis met waarden als punctualiteit en teamspirit. Die late kennismaking zegt iets over onze samenleving.”

Portretten van vijftien 15-jarigen: zaterdag in Weekblad