Personeelstekort is maar even weg

Deze recessie is ernstiger dan die van de jaren 80. Toch komen werklozen nu sneller weer aan de slag.

De ontslagen lopen snel op. Ruim 110.000 mensen zijn het afgelopen jaar hun baan kwijtgeraakt. Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) rekent erop dat er komend jaar nog eens 200.000 werklozen bijkomen. Alleen al ABN Amro/Fortis wil 8.000 arbeidsplaatsen schrappen. Toch hoeft Nederland voor een massale werkloosheid zoals in de jaren tachtig niet bang te zijn, zegt de econoom Hans Stegeman (37). Hij is werkzaam bij het bureau ‘kennis en economisch onderzoek’ van de Rabobank. Met zijn collega Niels Visser vergeleek hij de huidige arbeidsmarkt met die in de jaren tachtig. Zij komen tot opmerkelijke verschillen, zo blijkt uit hun vandaag gepubliceerde onderzoek.

Stegeman: „Hoewel deze recessie veel dieper gaat dan die in de beginjaren tachtig, is de kans dat werklozen sneller aan de slag komen nu veel groter.”

Hoe komt dat?

„Toen liep de werkloosheid vlug op als gevolg van twee oliecrises, die tot verdrievoudiging van de olieprijs leidden. In 1983 had ruim 10 procent van de Nederlandse beroepsbevolking geen baan meer. Tegelijkertijd kwamen er grote nieuwe groepen op de arbeidsmarkt, zoals jongeren en vrouwen. Toen de economie weer aantrok, moesten de jongeren en de werklozen concurreren met de vrouwen. Een hele grote groep vrouwen was bezig met een enorme inhaalslag op de arbeidsmarkt. Het aantal werkende vrouwen was hier veel kleiner dan in ons omringende landen. Veel nieuwe banen gingen dus niet naar de mensen die door de recessie ontslagen waren. Zodoende ontstond een grote groep langdurig werklozen die moeilijk aan het werk kwam, een ‘verloren generatie’.

Die vrouwen verdrongen de werklozen en de jongeren?

„Zeker. De groei van de beroepsbevolking was in die jaren enorm: zo’n 20 procent tussen 1979 en 1989. Zouden het arbeidsaanbod en de arbeidsdeelname nu even snel groeien als toen, dan zou de werkloosheid niet op 7,25 procent uitkomen in 2010, maar al snel op 11 procent. Maar die groei is er helemaal uit. We krijgen met een slinkend arbeidsaanbod te maken, doordat er gewoon minder jongeren zijn. Daardoor is er niet, zoals toen, een sterke stijging van de werkgelegenheid nodig om mensen aan banen te helpen.”

Verdwijnen er nu niet ook veel meer banen dan toen?

„De huidige crisis is met een krimp van 4 procent in dit jaar ongekend diep, veel dieper dan in de beginjaren tachtig. Er worden inderdaad dan ook meer banen vernietigd dan in 1981 en 1982 toen de economie met 1,8 procent kromp. Maar dat is ook weer betrekkelijk. Wij rekenen nu op een verlies van 400.000 voltijdbanen, 5 procent van de werkgelegenheid. Begin jaren tachtig verdwenen 160.000 banen, 4 procent van de toenmalige werkgelegenheid.

„Gezien de sterke terugval met 5 procent houdt de arbeidsmarkt zich nog verbazingwekkend goed. Dat komt doordat de krapte op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren vrij groot was. Dat is een ander groot verschil met de jaren tachtig. Het aantal openstaande vacatures was medio vorig jaar met ruim 250.000 ongekend hoog. Begin 2009 was dit aantal weliswaar geslonken tot zo’n 150.000, maar dat is nog altijd aanzienlijk. Het komend jaar zal de werkloosheid nog wel stijgen. Maar niet zoveel als het CPB aanvankelijk met 8 à 9 procent schatte. Sterker: bedrijven houden er rekening mee dat zodra de economie aantrekt, er op grotere schaal tekorten aan personeel zullen ontstaan.”

Is dat de verklaring voor de lage werkloosheid in Nederland vergeleken met andere Europese landen?

„Bedrijven reageren wegens die krapte anders dan in de jaren tachtig. Ze schrappen vacatures, maar nog niet meteen ook banen. Veel ondernemers zijn zich ervan bewust dat de golf ‘babyboomers’ op het punt staat de arbeidsmarkt te verlaten. Om te voorkomen dat ze straks niet opnieuw een groot gebrek hebben aan goede mensen, houden bedrijven zoveel mogelijk mensen vast.

„Dat kan ook makkelijker dan in de jaren tachtig, omdat arbeid nu relatief minder duur is. Het deel van het nationaal inkomen dat naar beloning gaat stond begin jaren tachtig bijna tien jaar lang op 87 procent. Dat is bijna 10 procent gedaald tot onder de 78,5 procent volgend jaar.

„Ook hebben bedrijven de afgelopen jaren veel vet op de botten gekregen. De winstgevendheid is verbeterd. Ondernemingen beschikken over voldoende financiële middelen om banen niet te snel te hoeven schrappen. Dat is ook een groot verschil met toen. Destijds stond de winstgevendheid van bedrijven sterk onder druk. Aanvankelijk financierde de overheid de sterke groei van de sociale zekerheid uit de hoge aardgasbaten. Op den duur leidde de royale verzorgingsstaat tot hogere sociale premies, lagere werkgelegenheid, lagere economische groei en blijvend hoge werkloosheid. Het buitenland sprak van de Dutch Disease wegens de slechte positie van het bedrijfsleven. Nederland zat toen met allerlei verouderde bedrijven. Sociale hervormingen hebben later de situatie op de arbeidsmarkt sterk verbeterd.”

Is de arbeidsmarkt nu flexibel genoeg om de klappen op te vangen?

„De arbeidsmarkt is ingrijpend veranderd. Het beleid is veel activerender geworden als gevolg van hervormingen van de arbeidsongeschiktheid- en de bijstandarrangementen. Werklozen krijgen veel meer prikkels om aan de slag te gaan. Uitkeringen zijn verlaagd, de duur van de werkloosheidsuitkering is verkort van vijf jaar naar drie jaar en twee maanden. Langdurig werklozen komen eerder in de bijstand, maar ook hier zijn de regels aangescherpt, waardoor veel gemeenten mensen eerder tot scholing of werk verplichten.

„Als gevolg van de Flexwet uit 1996, waardoor een bedrijf iemand drie jaar lang een jaarcontract kan aanbieden, zijn er veel flexwerkers gekomen. Uitzendarbeid heeft vanaf eind jaren tachtig een hoge vlucht genomen. Ook is het aantal kleine zelfstandigen zonder personeel (ZZP’s) stormachtig gegroeid tot 640.000 vorig jaar, een stijging van 60 procent vergeleken met 1996.

„Bedrijven kunnen gebruikmaken van een grote ‘flexibele’ schil van personeel. Ook werknemers met een vast contract wisselen vaker van baan. De gemiddelde duur die een werknemer bij een bedrijf werkt, is de afgelopen decennia flink afgenomen. Ook binnen een bedrijf wisselen werknemers vaker van functie. Al deze veranderingen op de arbeidsmarkt vragen nu om ander beleid dan in de jaren tachtig.”

Loonmatiging is niet effectief meer?

„Matigen is altijd goed voor de concurrentiepositie van bedrijven. Maar de recepten uit de jaren tachtig schieten hun doel voorbij. De structurele problemen waren destijds veel groter. Snijden in de sociale zekerheid is nu niet nodig.

„Een regeling als de deeltijd-WW heeft trouwens ook maar een beperkt effect. Zo’n maatregel is goed als deze tijdelijk van aard is zodat een bedrijf door een korte moeilijke periode kan worden geholpen. Toen de productie in de industrie eind vorig jaar plotseling wegviel doordat de orders inzakten, was het een effectief middel. Maar de maatregel moet wel tijdelijk zijn: voorlopig hebben we nog met uitstoot van werkgelegenheid te maken, in de industrie, de bouw, het transport, de communicatie, de dienstverlening. De crisis is volgend jaar nog niet voorbij. Wij houden volgend jaar rekening met 1 procent groei van het bbp. Maar dat is niet genoeg om nieuwe banen te scheppen. Wil dat gebeuren, dan moet de economie zeker met 3 procent groeien. Door de crisis is in Nederland 6 tot 8 procent groei teniet gedaan.

„Een heleboel werk dat tijdens deze recessie verdwijnt, komt niet meer terug. Is het dan verstandig mensen in deeltijd-WW aan de slag te houden voor wie straks geen werk meer is? Dat was in de jaren tachtig ook zo toen vele duizenden banen in de noodlijdende textielindustrie en in de scheepsbouw werden vernietigd. Daarentegen zijn door de dynamiek in de economie de afgelopen tien jaar liefst een miljoen nieuwe banen geschapen: 9,3 miljoen banen telde Nederland vorig jaar.

„Nu is het belangrijk om te investeren in scholing van werknemers, zodat hun inzetbaarheid groter wordt. Omdat de AOW-leeftijd omhoog gaat, is het ook nodig om langer doorwerken voor oudere werknemers mogelijk te maken. Door bijscholing, soepel ontslagrecht, functieroulatie – desnoods tegen een lager salaris. Langer doorwerken moet hand in hand gaan met maatregelen die 50-plussers in staat stellen om aan het werk te blijven. Anders is het bijna een asociale maatregel. Iemand van 58 jaar die op de huidige arbeidsmarkt ontslagen wordt, is vrijwel kansloos.”

    • Michèle de Waard