'Misschien ben ik wel een professor'

Oud-zwemmer Pieter van den Hoogenband (31) gaat via het netwerk Topsport Community zijn kennis en ervaring delen. „Ik ben wel ‘afgestudeerd’ in Sport.”

Nederland, Eindhoven, 27-11-2009; Pieter van den Hoogenband, nu directeur van de Swim Cup 2009. Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

Een goed stel, dat vorige week bijeen was in het voormalig technologiemuseum Evoluon in Eindhoven. Met kampioenen als Mark Huizinga, Bas van de Goor, Stephan Veen, Rens Blom, Marleen Veldhuis, Trinko Keen, Guus Vogels, Geert Hammink, Minke Booij, Inge Dekker en Carol Thate, maar ook met (oud-)coaches als Joop Alberda, Maurits Hendriks, Marcel Wouda of Jacco Verhaeren was veel sportkennis verzameld. Deskundigheid die gastheer Pieter van den Hoogenband niet verloren wil laten gaan. De oud-zwemmer had zijn sportvrienden uitgenodigd voor de presentatie van Topsport Community, een netwerk waarvoor Van den Hoogenband als manager zijn ‘soulmates’ hoopt te kunnen inschakelen. „Want dit plan kan de Nederlandse sport, maar ook het bedrijfsleven een impuls geven.”

Het klinkt wat mysterieus, Topsport Community. Maar Van den Hoogenband heeft er heldere ideeën over. Samengevat komt het er op neer met kennis en ervaring uit de topsport jonge sporters te begeleiden, organisaties te adviseren of bedrijven te inspireren. De meervoudige olympisch kampioen spreekt zelf van een warenhuis waarin kennis van grote kampioenen is verzameld en waarin geshopt kan worden.

Over zijn beweegredenen zegt de oud-zwemmer: „Ik heb altijd wat met mijn kennis willen doen. In alle bescheidenheid, maar ik ben wel ‘afgestudeerd’ in Sport. Misschien ben ik wel hoogleraar. Of professor. Voor een toepassing van mijn ideeën heb ik gezocht naar een organisatie waarin ik me happy voel, maar vooral knowhow kan uitdragen. Ik hoop dat andere oud-sporters meedoen. Uit de aanwezigheid van velen bij de presentatie mag ik concluderen dat het met die ambitie wel goed zit. Het is wel mijn generatie die bij de Spelen in Sydney deel uitmaakte van het succesvolste olympische team ooit. Ik vind dat daarmee meer gedaan moet worden dan tot op heden gebeurd is.”

Kan iedereen bij Van den Hoogenband aankloppen? Tot op zekere hoogte, want hij verlangt wel een bepaald niveau. „Ik richt me op de top van de sport, het bedrijfsleven en de wetenschap. Die sectoren wil ik bij elkaar brengen. Onlangs heb ik bijvoorbeeld de zwemcoaches Verhaeren en Wouda in contact gebracht met Philips Research. Daaruit is het idee ontstaan een apparaat te ontwikkelen waarmee je tijdens trainingen van afstand de hartslag kunt meten.”

Maar er zijn volgens Van den Hoogenband ook dwarsverbanden met het bedrijfsleven te leggen. Vol vuur: „Als geen ander kan ik managers leren pieken. Die gasten willen acht uur per dag top zijn. Maar alle basisregels over de verhouding arbeid-rust, die wij in de sport zo nadrukkelijk in acht nemen, lappen zij aan hun laars. Ze doen maar wat. Tot ze crashen. Even naar de dokter en, hup, weer door. Mijn broer is daar een voorbeeld van. Ik kan er voor zorgen dat die mensen fitter worden, efficiënter met hun tijd omgaan en uiteindelijk beter werk leveren.”

De Topsport Community voldoet aan Van den Hoogenbands wens zijn kennis beschikbaar te stellen voor hogere doelen. Hij ziet dat als zijn morele plicht, maar ook als alternatief voor „thuis op de bank zitten en me kapot vervelen”. Maar pas nadat hij in contact was gekomen met Ferdi van Dommelen, oprichter van het Arnhemse dienstverleningsbedrijf Eiffel, kreeg zijn toekomstbeeld vorm. Van den Hoogenband: „Na diverse gesprekken bleken zijn visie op sport en de mijne op het bedrijfsleven veel overeenkomsten te vertonen. De innovatie die hij in mijn sport zag, zoals de toepassing van onderwatercamera’s tijdens de training, zocht hij ook voor gedragsveranderingen in zijn organisatie. Hij zei: ‘Wij verkopen kennis en van de sport kunnen we veel leren. Ik wil dat sport als een rode draad door mijn bedrijf loopt.’ Die houding sprak mij aan. En onze gesprekken inspireerden me dusdanig, dat ik besloot manager van de Topsport Community te worden. Ik ben sinds 1 januari in vaste dienst. Maar het is niet mijn feestje. En evenmin ’t hunne. De naam Eiffel is ook niet aan het initiatief gekoppeld, zodat andere bedrijven zich kunnen aansluiten.”

Eindelijk vond Van den Hoogenband het inspirerende alternatief voor zijn zwemcarrière. En eindelijk ziet hij kans nieuwe talenten naar zijn inzichten wegwijs te maken in de topsport. Zijn stelregel: zorg voor structuur. „Ik had een eigen onderneming met maar één doel: zo hard mogelijk zwemmen. Voortdurend scheidde ik hoofd- van bijzaken. Bij elke stap die ik maakte vroeg ik me af: ga ik hier wel of niet harder van zwemmen? En gaandeweg kwamen de successen. Mede dankzij een team van specialisten, van wie ik vond dat die top moesten zijn. Toen ik ook sponsor werd van mijn eigen zwemteam, creëerde ik onafhankelijkheid, waardoor ik mijn eigen gang kon gaan. En ik leerde improviseren. Moest ook wel, want in het kleine Nederland leggen we het altijd af tegen de grote getallen. Door mijn manier van werken, was ik mijn concurrenten steeds een stap voor. Mede om die reden heb ik het zo lang volgehouden. En dat geldt ook voor Mark Huizinga, Inge de Bruijn, Anky van Grunsven en Leontien van Moorsel. We hadden ieder ons eigen bv’tje. Want je denkt toch zeker niet dat die successen zijn voortgekomen uit het beleid van sportbesturen?”

Zo verliep de overgang van de topsport naar het doorsnee leven bij Van den Hoogenband organisch. Vol overtuiging: „Omdat ik mijn carrière zo strak in eigen hand had. Ik heb altijd met veel plezier gezwommen – vooral omdat de Olympische Spelen me zo sterk bezighielden – maar ik kon gelukkig zelf het moment bepalen waarop ik stopte. En pas na mijn afscheid ben ik gaan nadenken hoe het verder moest met mijn leven. Ik heb een prachtige tijd gehad, maar mis het zwemmen niet.”

Van den Hoogenband zou geschikt zijn als sportbestuurder, werd ruim voor zijn afscheid geopperd. En hijzelf sprak die woorden nooit tegen. Maar tot op heden bezet de meervoudige olympisch kampioen alleen het pluche van de Swim Cup, het zwemevenement waarop hij afgelopen weekeinde als toernooidirecteur debuteerde. Hoe staat het met zijn ambities? Wil hij nog steeds een sportorganisatie dienen, zoals een internationale sportfederatie, de sportkoepel NOC*NSF of zelfs het Internationaal Olympisch Comité, waar derden hem wel eens mee in verband brachten? Je zou Van den Hoogenbands aspiraties een sluimerend verlangen kunnen noemen. „Niet om mezelf in de etalage te zetten, maar ik merk dat mijn naam vaak wordt genoemd als het gaat om sporters die internationaal tot de verbeelding spreken. Ik ben ook best bereid sportbestuurder te worden. Maar dan wel met de juiste mensen om me heen. Mensen die me daarin adviseren en opleiden. Wie? Ja, van het IOC bijvoorbeeld Hein Verbruggen. Of kroonprins Willem-Alexander.”

Maar vreemd genoeg maakt Van den Hoogenband geen deel uit van het onlangs door NOC*NSF opgerichte klasje om internationale sportbestuurders op te leiden. De manier waarop hij daarvoor is benaderd, zit de oud-zwemmer niet lekker. Pas op voorspraak van anderen kreeg hij een uitnodiging en drie dagen na ontvangst verscheen in deze krant de opmerking van NOC*NSF dat Van den Hoogenband niets van zich had laten horen. Nog steeds verontwaardigd: „Er werd daarmee gesuggereerd dat ik niet zou willen. Onjuist. Bovendien – als die informatie zo snel op straat ligt, versterkt dat niet het vertrouwen in de mensen met wie ik zou moeten samenwerken. Desalniettemin wil ik voor Nederland best een bestuurspositie innemen. En dan zal ik er ook alles aan doen om er een succes van te maken. Ja hoor, er is nog steeds een goede kans dat ik het doe.”

    • Henk Stouwdam