John Demjanjuk luistert roerloos naar aanklacht

Medeaanklagers spreken van een „show” van John Demjanjuk in de rechtszaal. Ze willen „de waarheid” over hem vertellen.

John ‘Iwan’ Demjanjuk (89) is vanmorgen, op dag twee van zijn proces, officieel in staat van beschuldiging gesteld voor medeplichtigheid aan moord op 27.900 joden in het Duitse vernietigingskamp Sobibor.

Met monotone stem las de officier van justitie Hans-Joachim Lutz een lijst met vijftien treintransporten voor die tussen 30 maart 1943 en 20 juli 1943 uit het Nederlandse concentratiekamp Westerbork naar Sobibor vertrokken – bestemming de dood. Onder hen de vader van medeaanklager Paul Hellmann, Bernard Wolfgang Hellmann, vermoord 2 april 1943 en de vrouw van Sobibor-overlevende Jules Schelvis (88), Rachel, gedood op 4 juni 1943.

De joodse medeaanklagers, veelal Nederlanders, hoorden met gebogen hoofd de aanklacht aan. Alleen de stemmen van de vertalers waren in zaal A-101-1 in de rechtbank van München te horen. Een gerechtsdienaar droeg glazen water aan voor de medeaanklagers. Tussen de stoel van zijn advocaat en de bank van de rechters lag John Demjanjuk, roerloos op zijn mobiele brancard.

Gisteren, op de openingsdag van het proces, was volgens sommige commentatoren een theaterstuk te zien zoals je dat zelfs in de schouwburg niet ziet. Een soap, een voorstelling waarbij alleen het rode gordijn miste.

Demjanjuk wordt berecht in een achthoekige moderne rechtszaal die eigenlijk te klein is voor de vele belangstellenden. Aanklager is het Openbaar Ministerie van München, de stad waar de opmars van de Duitse dictator Adolf Hitler begon. Medeaanklagers zijn ongeveer twintig familieleden – in eerste lijn – van vermoorde joden in Sobibor. De verdachte is oud, de slachtoffers – voorzover nog levend – zijn oud, zelfs de nabestaanden zijn op leeftijd. Maar dat doet niets af aan de hoop die bij alle familieleden, alle medeaanklagers, leeft: ze zijn erop gebrand hun verhaal over Sobibor aan de wereld te vertellen. Het gaat ze „om de waarheid”.

Twee keer negentig minuten – zo lang mag Demjanjuk dagelijks worden verhoord. Meer staat zijn gezondheid niet toe, zei gisteren een medisch expert in de rechtszaal. ’s Ochtends werd hij binnengereden in een rolstoel waarin hij half ligt. Over hem heen, tot aan zijn kin, was een lichtblauw operatielaken gedrapeerd. Zijn honkbalpet contrasteerde vreemd met deze medische verschijning.

’s Middags, na de pauze, was het nog erger. Demjanjuk kwam op een mobiele brancard binnen. Hier ligt een vleesberg zielig te zijn, was de eerste indruk. Weer dat blauwe laken, met nu een wit geruite deken erop. Demjanjuk steunde licht, draaide zich op zijn zij – van het publiek af – en maakte af en toe slaande bewegingen met zijn arm. Maar hij zei geen woord. Rechter Ralph Alt wist zich even geen raad en besloot de zaak dan kort te schorsen. Tijd voor een spuitje tegen de pijn, bleek later. „Het kwam op mij over als één grote show”, zei medeaanklager Rudie Cortissos na afloop.

Cortissos kan wel eens gelijk hebben. Toen aan het eind van de zitting de zaal leegstroomde, en ook de meeste journalisten de tribune hadden verlaten, ging het lichtblauwe laken weg, opende Demjanjuk de ogen, rechtte z’n rug en sprak een paar korte zinnen met zijn advocaat Ulrich Busch. Er zat opeens een ander, gezonder mens.

’s Middags was dat het grote thema: de gezondheid van de verdachte. Er kwamen medische deskundigen aan het woord die zeiden dat Demjanjuk eigenlijk een redelijk fitte indruk op hen heeft gemaakt, tijdens onderzoeken de afgelopen maanden in München. Geen dementie; wel een lichte maar zeker geen levensbedreigende vorm van leukemie. Rug- en gewrichtsklachten. Maar over het algemeen is Demjanjuk fit genoeg voor een proces.

En dat is precies wat Cornelius Nestler, advocaat van een aantal medeaanklagers, „de winst van deze dag” noemde: Demjanjuk is gezond; hij kan terecht staan. Een Nederlandse medeaanklager zei het zo: „Hij zucht en hij steunt, maar feit is dat hij nu toch voor een rechter verantwoording moet afleggen. De kop is eraf – en dat is goed nieuws”.

Veel medeaanklagers vinden dat Demjanjuk zijn straf – als hij die krijgt – niet hoeft uit te zitten. Ze willen geen wraak. Maar anders gestemd is de 83-jarige Robert Cohen; klein, gerimpeld en strijdlustig. Zijn ouders en z’n broer zijn in Sobibor vermoord. Hijzelf overleefde Auschwitz. Op zijn arm staat zijn kampnummer getatoeëerd: 174708.

Van Cohen mag Demjanjuk „de allerzwaarste straf krijgen”. Laten we niet vergeten, aldus Cohen, „dat Demjanjuk beschuldigd wordt van medeplichtigheid aan moord van duizend joden per dag – en dat is nog een behoudende schatting”. Wat hem betreft is duidelijk dat de Oekraïner „enorme misdaden” heeft begaan”.

Voor verontwaardiging onder het publiek en de medeaanklagers zorgde de advocaat van Demjanjuk, Ulrich Busch. Hij stelt mensen als zijn cliënt, die als handlanger van de nazi’s gedwongen was het vuile werk op te knappen, op gelijke hoogte met de joden in de kampen. Ook iemand als Demjanjuk is volgens Busch slachtoffer. „Onzin”, reageert advocaat Nestler, „mensen zoals Demjanjuk hebben gemoord; de joden niet.”