IJspret Hendrick Avercamp vertedert al vier eeuwen lang

Tentoonstelling IJspret. De winters van Hendrick Avercamp. Rijksmuseum. T/m 15/2, za-do 9-18, vr 9.00-20.30 uur. Catalogus € 24,95, Inl: rijksmuseum.nl****

Een wintertje gaat er altijd wel in. Dat gold al in de tijd dat de schilder Hendrick Avercamp het genre – druk bevolkte ijsgezichten – tot wasdom bracht. En het is nog steeds zo: op elke afdeling Oude Nederlandse Meesters hangt er wel een. En als kerstkaart doen ze het uitstekend. De populariteit moet het gevolg zijn van herkenbaarheid en vertedering. Op natuurijs gedragen de Nederlanders zich immers nog precies zo als in de tijd van Avercamp. Ze zwieren, babbelen, vallen, zakken door het ijs, houden sneeuwbalgevechten en trekken hun kinderen op sleetjes over de witte vlakte. Een verschil is dat er destijds nog niet werd hard gereden en dat het kolfspel is vervangen door ijshockey.

Dat vertederende was destijds verwarrend. Vooral voor buitenlanders. Hoe konden deze bontgekleurde mensjes, die zo genoeglijk bij de koek-en-zopietentjes stonden, dezelfden zijn als die een land bewoonden dat het Spaanse rijk wist te weerstaan, de Europese wateren beheersten en langzaam maar zeker een handelsnetwerk in Azië tot ontwikkeling brachten?

De tentoonstelling IJspret in het Rijksmuseum toont twintig schilderijen en dertig tekeningen van deze ijsmeester. Hoewel vrijwel geen werk is gedateerd, kan men de ontwikkeling van Avercamp (1585-1634) toch min of meer volgen. Als beginnend schilder heeft hij onder invloed gestaan van Vlaamse landschapschilders, zoals Pieter Breughel de Oude: volle taferelen, een hoge horizon, kleurige personages in het landschap en bomen en architecturale elementen als boerderijen, een kerk of een kasteeltje op de voorgrond om de diepte te versterken. In de lijn van de Noord-Nederlandse traditie verlaagde hij in de loop van de tijd de horizon en reduceerde hij die repoussoirs waardoor er panoramische composities ontstonden, waarbinnen hij zijn eigen specialisme ontwikkelde, het ijsgezicht.

Deze ijslandschappen bevolkte Avercamp met tientallen figuurtjes. Hij gebruikte daarvoor een grote voorraad eigen tekeningen van losse figuren en figuurgroepen. Een keuze daaruit hangt op de tentoonstelling. We zien op zijn schilderijen dan ook keer op keer dezelfde figuren terug. Daar gaat het zwierige echtpaar, daar staat opnieuw het vorstelijke gezelschap met de gemaskerde vrouw, daar is de dikberokte dame die plat achterover op het ijs valt, en opzij staat alweer dat jongetje tegen de muur te plassen. Ook stapt er regelmatig een bejaarde heer rond, gehuld in een pelsmantel met een bontmuts op het hoofd. Een soort Koning Winter, die tevens dient als verbeelding van de ouderdom.

Ondanks de eerste indruk van onbezorgd wintervertier ruimde Avercamp ook plaats in voor de donkere zijden van het bestaan. Zo zijn er ernstige valpartijen. Op een schilderij uit het Los Angeles County Museum kleurt bloed uit de mond van een gevallen schaatser het ijs rood. Op een levendige tekening heeft Avercamp vastgelegd hoe een complete arreslede met passagiers en al tot schrik van omstanders in een wak verdwijnt. We zien bedelaars en zigeuners, en aan de oever staat staat niet zelden een galg. Mogelijk een waarschuwing tegen te veel uitbundigheid.

Als landschapschilder was Avercamp zeer vakkundig. Hij kon knap de atmosfeer van de Hollandse vrieskou -weergeven, het ijs, de sneeuw, het bevroren riet aan de oevers, de nevelige verte en de roze gloed aan het eind van een decembermiddag die aangeeft dat het tijd is voor de huiselijke haard.

Wat betreft de figuren was hij meer een tekenaar. Hij positioneerde weloverwogen in de compositie. Hun contouren kleurde hij in met heldere kleuren, rood, zwart, wat een vrolijk schouwspel oplevert. De figuurtjes zelf zijn vaak plat en ook statisch. Toch is het resultaat zo innemend dat dit een van de weinige schilders is die al vier eeuwen de beschouwer een goed humeur bezorgen.

    • Roelof van Gelder