Iets nieuws kopen hoort bij de leukste dingen van mijn leven

De babyboomers lieten waarden als plichtsgevoel en soberheid achter zich.

Hun (klein)kinderen willen weer grenzen, staat in een onderzoek van Motivaction.

„Ik kan geen huiswerk maken. Ik werk de hele avond.” Aldus havo 4-leerling Teun tegen leraar Nederlands Graa Boomsma. Teun, schreef Boomsma vorige week in De Groene Amsterdammer, is oprecht verontwaardigd dat hij huiswerk opkrijgt op de avond dat hij moet werken. Hoe moet hij dan geld verdienen om zijn nieuwe iPod, merkkleding en drank te kunnen kopen?

Maar het wordt nog gekker. De volgende dag komt Teun aanzetten met een briefje van zijn ouders. Daarin staat dat hij zijn huiswerk niet heeft kunnen maken, omdat hij anders zijn baantje bij... Boomsma heeft het briefje niet uitgelezen.

Het voorval staat niet op zichzelf. Jongeren zijn de laatste tien jaar in toenemende mate gefascineerd geraakt door uiterlijk, status, gemak, kicks en geld. Hedonisme en individualisme nemen toe, de belangstelling voor maatschappij en milieu neemt af. Tegelijkertijd zijn pubers en twintigers op zoek naar structuur en vaste waarden, maar zijn hun ouders niet in staat die te bieden. Waarden als verantwoordelijkheid en zelfbeheersing worden nauwelijks overgedragen. Sterker nog: omdat ze zelf jeugdig willen overkomen, omarmen ouders steeds vaker de mentaliteit van hun kinderen.

Dat schrijven de sociologen Frits Spangenberg en Martijn Lampert in het gisteren verschenen boek De grenzeloze generatie. Spangenberg, oprichter van onderzoeksbureau Motivaction, en Lampert, trendonderzoeker bij hetzelfde bureau, baseren hun analyse op vijfentwintig jaar mentaliteitsonderzoek en duizenden uren interviewmateriaal. Wat beweegt mensen: dat is de vraag waar Motivaction in geïnteresseerd is (net als de bedrijven en overheidsinstellingen voor wie zij onderzoek doen).

Een opvallend resultaat in De grenzeloze generatie is dat jongeren zich steeds minder betrokken voelen bij het milieu. Op de stelling ‘ik probeer milieubewust te leven’ antwoordde 26 procent van de generatie 15- tot 23-jarigen instemmend. Tien jaar geleden zei 33 procent van dezelfde leeftijdscategorie nog ‘ja’. ‘Ik maak me zorgen over de schade die door mensen aan de aarde wordt toegebracht’ leverde bij 58 procent bijval op. Dat was tien jaar geleden 78 procent.

Hoewel politici, opiniemakers en journalisten meer dan ooit hun best doen om milieubewustzijn en duurzaamheid op de agenda te zetten, lijkt de boodschap bij jongeren niet aan te komen. Hierbij moet worden aangetekend dat ook oudere generaties volgens de onderzoekers de laatste tien jaar wat minder milieubewust zijn geworden.

„Alleen een overwegend hoogopgeleide elite is aangestoken door het Gore-isme”, zegt Spangenberg. „En vergelijk je de verschillende generaties, dan zie je dat bij de huidige generatie pubers en begin twintigers de belangstelling het geringst is en het tempo waarmee die belangstelling afneemt het grootst.”

Dan over de afnemende belangstelling voor de maatschappij. Van de ondervraagde jongeren reageerde 49 procent instemmend op de stelling ‘ik voel me zeer betrokken bij wat er in de maatschappij gebeurt’. Tien jaar geleden was dat nog 65 procent. Tegelijk is geen generatie zo gefocust op uiterlijk, spanning, consumptie en vermaak: 50 procent van de jongeren stemt in met de stelling ‘iets nieuws kunnen kopen vind ik één van de leukste dingen in mijn leven’. 51 procent voelt zich ‘vooral gelukkig als ik geld kan uitgeven.’ De generatie die in 1971-1985 is geboren, is minder gefascineerd door uiterlijk, maar vertoont op dit gebied wel de grootste groei.

De onderzoekers zien deze uitkomsten als „de opmars van de zelfgenoegzaamheid”. Directe behoeftebevrediging van jezelf en een zekere blindheid voor de behoeften van een ander zijn volgens hen typerend voor de jongste generatie. En in mindere mate ook voor de generatie voor hen: mensen die tussen 1971 en 1985 zijn geboren. Met andere woorden: de jeugd wordt met de dag asocialer.

Hoe valt dit te verklaren? Volgens de onderzoekers is er nog nooit een generatie opgegroeid met zo veel vrijheid en zelfstandigheid. „De school biedt jongeren steeds minder structuur. En bij ouders is gezag taboe geworden”, zegt Spangenberg. „Opvoeders zijn kinderen als onderhandelingspartners gaan beschouwen. Ze hechten groot belang aan wat kinderen zelf willen, ook als dat betekent dat ze thuis willen indrinken of besluiten een bijbaantje te nemen.”

De toegenomen zelfstandigheid van jongeren is volgens de auteurs het resultaat van een gestage verschuiving in het Nederlandse waardenstelsel. Dat begon bij de babyboomers. Met de toegenomen individualisering en gestegen welvaart werd de samenleving vanaf de jaren zestig narcistischer en materialistischer. Een deel van de babyboomers ruilde de waarden van hun ouders – bescheidenheid, afwachtendheid, soberheid en plichtsgevoel – in voor individualiteit en vrijheid. En die nieuwe waarden gaven de babyboomers door aan hun kroost.

Voor een ruime minderheid van deze kinderen pakt het zo slecht nog niet uit, die gerichtheid op het individu, het materialisme en de vrijheid die ze krijgen van opvoeders en leraren. De onderzoekers onderscheiden een groep (42 procent) van ondernemende, onafhankelijke, ambitieuze, vaak hoger opgeleide jongeren. Deze multitaskende, netwerkende, ‘pragmatische jongeren’ kunnen zich prima redden in een samenleving die 24 uur per dag voort raast, waar de kansen voor het grijpen liggen en waar nauwelijks ankers bestaan.

Maar op een ander, minder geprivilegieerd deel van de jongeren heeft de heerschappij van het individu en de toegenomen vrijheid wel degelijk een verontrustend effect. Deze zogenaamde ‘buitenstaanders’ (van 41 procent) zijn minder zelfredzaam, hebben moeite met de complexiteit van de samenleving en roepen in een woestijn van vrijblijvendheid om richting. Niet verwonderlijk doen zich bij deze groep de meeste met jongeren geassocieerde problemen voor: schooluitval, schulden, drugsgebruik, obesitas, noem maar op. Het is ook vooral deze groep bij wie de onderzoekers een toename van gevoelens van boosheid, verveling en irritatie waarnemen.

Spangenberg: „Ik werd echt verrast door de grote groep jongeren die behoefte heeft aan richting, houvast en iemand die de leiding neemt. En dat terwijl hun ouders graag jong willen zijn. Het signaal dat deze ouders afgeven is dat jong zijn het leukste en beste is wat er is. Kinderen vragen zich vervolgens af waarom ze volwassen moeten worden, als volwassenen het zelf niet eens willen.”

Die behoefte aan richting loopt in lijn met een ander opvallend resultaat uit het onderzoek: steeds meer jongeren lijken de grenzeloosheid van hun bestaan af te wijzen. Zo wordt ‘hiërarchie in de samenleving’ nu door 40 procent van de jongeren gewaardeerd. Een meerderheid is het niet, maar het standpunt is wel in opkomst. Dat lijkt erop te wijzen dat de jeugd conservatiever aan het worden is. Zo signaleren de onderzoekers ook een toegenomen waardering voor traditionelere rolpatronen tussen man en vrouw. Met de stelling ‘ik vind het heel normaal dat mannen vrouwelijke eigenschappen laten zien’ stemmen steeds minderen jongeren in. Vaarwel metroman.

„Het heeft wel iets paradoxaals, die behoefte aan vrijheid én hiërarchie”, zegt Lampert. „Maar zó gek zijn die behoeften nu ook weer niet: zowel de zoektocht naar leiding als de hang naar avontuur zijn kenmerkend voor het puberbrein.” En hiërarchie en structuur ontbreken nu juist op scholen, zeggen de onderzoekers. „Jongeren willen ergens bij horen, ze willen graag trots zijn. Maar de school wordt steeds vrijblijvender.”

Hoe zou dat anders kunnen? Lampert: „De invoering van schooluniformen bijvoorbeeld kan een stap vooruit zijn. Dan ontleen je je identiteit niet aan merkkleding, maar ben je wat je presteert. We zien dat jongeren die een bijbaantje hebben bij Albert Heijn of McDonald’s, en daar een uniform moeten dragen, de hun opgelegde normen erg waarderen. Daar maken ze ook pas kennis met waarden als punctualiteit en teamspirit. Dat is toch een aanfluiting voor onze samenleving?”

Vrijblijvendheid op scholen heeft dan ook zijn langste tijd gehad, voorspellen de auteurs. Spangenberg: „Let maar op, over een paar jaar experimenteren de eerste scholen met schooluniformen.”

‘De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders’ van Frits Spangenberg en Martijn Lampert, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 288 blz., € 19,95.