Het plezier van Borghouts is weg

Commissaris van de koningin Harry Borghouts legt vandaag officieel zijn functie neer. Hij laakt de toenemende aandacht van politici voor incidenten.

Harry Borghouts Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 07-11-2008 Boyer, Maurice

Het venijn zat in de staart. „Ik wens u een goede toekomst”, zei Harry Borghouts, commissaris van de koningin, onlangs bij zijn laatste vergadering van de Provinciale Staten van Noord-Holland. En hij zei: „Ik wens u ook toe dat u naar elkaar luistert en niet direct reageert op wat niet is gezegd dan wel niet is.”

Een publicatie in het Haarlems Dagblad (‘Borghouts heeft weer geen toezicht gehouden’) was de druppel. Borghouts: „Toen dacht ik: dit wordt te gek.” De commissaris van de koningin had voor 3.000 euro aan declaraties goedgekeurd terwijl oud-gedeputeerde Ton Hooijmaijers (VVD) hiervoor geen bonnetjes had ingediend. „Geen toezicht – hoe verzint men het”, zegt Borghouts. „Dat toezicht was er. Dat hebben de ambtenaren erg goed gedaan. Daarom viel een enkele keer ook een declaratie op zonder bonnetjes. Van een drietal gedeputeerden.”

En wat gebeurde daarmee?

„Die kwam steeds netjes bij de commissaris met de vraag: kan dit worden goedgekeurd?”

De commissaris?

„Zeker, dat staat in de verordening die Provinciale Staten hebben vastgesteld. En de uitleg van de gedeputeerden was geloofwaardig.”

Borghouts (66) overwoog na de publicatie even zich te verdedigen in de Provinciale Staten. „Ik had kunnen zeggen dat het allemaal onzin was, maar daar heb ik geen zin meer in. Als dit goed zou komen, zou er wel weer een nieuwe affaire worden gecreëerd. Ik had er geen plezier meer in.”

Hij gooide de handdoek in de ring. Vorig jaar maakte Borghouts (GroenLinks) gebruik van de regeling dat bestuurders na hun 65ste nog vijf jaar mogen doorgaan. Na zijn besluit om op te stappen, schreef hij op zijn blog: „De weg is vrij voor een PvdA-commissaris.”

‘Cynisch’, schreef GroenLinks-fractievoorzitter Binnema op zijn blog.

„De PvdA wilde mij niet in 2002. Die wilde hun kandidaat, mevrouw Tineke Netelenbos. Veel van wat de laatste tijd is gebeurd, valt te herleiden tot de opstelling van de PvdA. De fractievoorzitter [Tjeerd Talsma, red.] riep van alles in de media, maar niet in de statenvergadering. Hij heeft zich één keer in een debat laten ontvallen dat hij eigenlijk tegen mijn herbenoeming was, maar slikte dat snel weer in omdat hij wel begreep dat dat niet kon. En wat betreft mijn opmerking over een PvdA-commissaris: dat is een verwachting.”

Fractievoorzitter Tjeerd Talsma wil niet inhoudelijk reageren op de kritiek van Borghouts. Het gesprek met de scheidend commissaris van de koningin vindt plaats in de voormalige muzieksalon van paviljoen Welgelegen. In deze neoklassieke zaal vergadert het dagelijks bestuur van Noord-Holland. Na ruim drie decennia in publieke dienst (ambtenaar Binnenlandse Zaken, secretaris-generaal Justitie, commissaris van de koningin) maakt Borghouts zich „ernstig zorgen” over het democratisch bestuur. De verruwing van het debat. „De politiek heeft tot doel aardig en redelijk met elkaar in debat te gaan. Elkaar elke week voor rotte vis uitmaken, past daar niet bij.” Vooral de opstelling van de PVV vindt Borghouts zorgelijk. „Hero Brinkman [PVV-Kamerlid, red.], te gast op de Nederlandse Antillen, die zijn gastheer vernedert door zijn taalgebruik – dat zijn niet de manieren waarmee je met elkaar omgaat.”

Het aanzien van de democratie wordt, volgens Borghouts, bepaald door de kwaliteit van de volksvertegenwoordigers. „Ik signaleer dat veel volksvertegenwoordigers, zowel in de Tweede Kamer als in de provincie en gemeente, de beginselen van staatsrecht niet kennen.” En het ‘aanbod’ van volksvertegenwoordigers is te klein. Het aantal kiesgerechtigden in Nederland is twaalf miljoen. De politieke partijen hebben 300.000 leden. Ongeveer 20.000 van hen zijn bereid functies uit te oefenen. Er zijn ongeveer 11.000 functies te bezetten. Borghouts: „Het reservoir waaruit geput kan worden, is dus erg klein. Op bezoek in gemeenten merk ik dat men moeite heeft om kandidaten te vinden voor de komende gemeenteraadsverkiezingen.”

Wat is de belangrijkste verandering geweest in het openbaar bestuur?

„De rol van de volksvertegenwoordiging is verschoven. Het accent lag in de tachtiger jaren op het maken van beleid, vervolgens bemoeit men zich steeds meer met de uitvoering. Geen onlogische stap. Daarna signaleer ik een toenemende aandacht voor incidenten. Als er iets gebeurt, is dat direct groot nieuws. Volksvertegenwoordigers wachten niet af, maar hebben direct hun oordeel klaar.

„Sinds kort zie ik een vermenging van dagelijks bestuur en algemeen bestuur. Ik ben van de school die het algemeen bestuur het hoogste orgaan vindt. Dat brengt met zich mee dat de volksvertegenwoordigers zich niet te veel moeten bemoeien met het dagelijks bestuur. Daar hebben we de ministers voor ingehuurd, gedeputeerden en wethouders. Uiteraard moet achteraf verantwoording worden afgelegd. Zo hebben we het afgesproken in dit land.”

Volksvertegenwoordigers bemoeien zich wellicht met het dagelijkse bestuur omdat ze zien dat dingen ernstig fout gaan. Noord-Holland had 78 miljoen euro bij de IJslandse bank Landsbanki en door de kredietcrisis is dat geld deels weg.

„Het is niet de meest glorieuze periode in het bestuur van Noord-Holland. Ik heb wel een verklaring waarom het bestuur zich niet bemoeide met die deposito’s. De verordening luidde dat we ons er niet mee mochten bemoeien. Dat het nooit ter sprake kwam in Gedeputeerde Staten, wijt ik daaraan.”

Een schadepost van zeventig euro per gezin in Noord-Holland.

„Het blijft een heel vervelende kwestie.”

Het provinciebestuur, de commissaris van de koningin uitgezonderd, stapte in juni op. Volgens een onderzoekscommissie van Provinciale Staten had de provincie onvoldoende controle over de geldstromen. De gedeputeerden bestreden deze conclusies, maar traden toch af. „Aan ingrijpende gebeurtenissen moet je soms consequenties verbinden”, zei Borghouts toen. Tijdens het debat over de Landsbanki-affaire redde hij zijn positie door het politieke deel van zijn portefeuille in te leveren, waaronder – na enige politieke druk – het bestuurslidmaatschap van pensioenfonds ABP. Toch houdt Borghouts dat na 1 december aan.

U zou deze functie toch opgeven?

„Ik ben door het Verbond Sectorwerkgevers Overheid gevraagd tot oktober 2010. Ik hoef van hen niet weg.”

CDA, PvdA en VVD uitten onlangs in een Kamerdebat hun verbazing over uw aanblijven bij het ABP.

„Ik ben verbaasd over hun verbazing. De fracties gaan daar namelijk niet over.”

    • Cees Banning