De ouders van toen

De ‘grenzeloze generatie’ is het etiket dat de sociologen Spangenberg en Lampert meegeven aan de huidige jeugd. Beide trendonderzoekers brachten de waarden en de levenshouding in kaart van de 15- tot 23-jarigen. Een portret van de scholieren, studenten en stagiaires van nu. En daarmee ook van hun ouders die hen in de jaren negentig ter wereld brachten, leerden lopen, praten en dus nadenken.

Het is geen opwekkend beeld. De jeugd is materialistisch, gericht op zichzelf, op uiterlijk, status, gemak en inkomen. Milieu, maatschappij en politiek interesseren hun minder. Maar is dat een wonder na de jaren negentig waarin de natiestaat verdampte, terwijl welvaart, globalisering en internet juist doorbraken? De beide onderzoekers beschouwen deze generatie als een ‘sociale tijdbom’, voorbode van een harde, minder solidaire en agressievere samenleving.

Maar idealiseren zij niet tegelijkertijd de oudere generatie die deze ‘jeugd van tegenwoordig’ voortbracht? Die hardere, mindere solidaire samenleving is er voor een groot gedeelte al. Als die ‘babyboomers’ inderdaad bescheiden, idealistisch en respectvol waren geweest, zoals de onderzoekers stellen, dan kampte de wereld nu niet met de gevolgen van de jaren negentig. Die tijd van leningen en vliegvakanties voor iedereen en bonussen voor velen, lijkt plaats te hebben gemaakt voor milieucrisis, economische crisis en maatschappelijke identiteitscrisis. Het kan dus geen verrassing zijn dat er een ‘grenzeloze generatie’ aantreedt, voor wie geld uitgeven een belangrijke bron van persoonlijk welbevinden is.

De ouders krijgen het verwijt deze jongeren zonder besef van grenzen en in te grote vrijheid en rijkdom te hebben opgevoed. Maar hoe kon het anders? Kinderen groeien niet in quarantaine op. Sinds de jaren zestig kwam onderhandelen in de plaats van gezag, net als in de maatschappij. Ook tussen ouders en kinderen moest respect worden verdiend of toegekend, in plaats van afgedwongen.

Het zijn waarheden als koeien, die vooral aantonen dat jongeren van deze generatie sprekend op hun ouders lijken. Die zullen dan ook hand in hand een omslag moeten maken. Eenzijdig geformuleerd: van zelfgenoegzaam materialisme naar meer sociale betrokkenheid en gedisciplineerde matiging. En toegesneden op een decennium waarin milieu en sociale samenhang de grootste uitdagingen vormen.

Wat de generaties van ouders en jeugd overigens wel scheidt, is de invloed van nieuwe technologieën. De unieke eigenschap van deze jeugd is hun leven online. Jongeren van nu groeien op in wat wel een ‘mediawolk’ wordt genoemd: altijd online, altijd verbonden en sociaal actief in digitale netwerken. De mobiele telefoon is een grenzeloze computer geworden. Scholieren weten blind waar ze ‘bereik’ hebben en waar niet. Nieuwe leefregels in gezinnen gaan over ‘schermtijd’, ‘aan tafel niet sms’en/twitteren/krabbelen!’

Maar intussen worden deze digitale generaties wel gevormd door deze nieuwe technologieën. De invloed die dat heeft op hun levenshouding moet nog worden beschreven.