Autonomie voor Vojvodina

De Servische provincie Vojvodina krijgt grotendeels haar autonome status terug. Dat heeft het Servische parlement in Belgrado gisteren beslist. Alleen radicale nationalisten bleven weg bij de stemming, omdat ze vrezen voor afscheiding van het gebied rond hoofdstad Novi Sad in het noorden van het land, net zoals met Kosovo in het zuiden gebeurde.

Vojvodina, waar een grote Hongaarse minderheid woont, had net als Kosovo in het voormalige Joegoslavië een ruime autonomie. De Servische leider Slobodan Milosevic draaide deze autonomie eind jaren tachtig volledig terug. Kort daarop begonnen etnische incidenten die uiteindelijk leidden tot het uiteenvallen van het land.

Vojvodina krijgt nu, na een discussie van twee jaar, een vorm van autonomie terug, onder andere op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. Ook mag de provincie verdragen afsluiten met andere regio’s, maar niet met staten. Volgens de Servische regering is de hervorming en decentralisatie noodzakelijk om Servië klaar te maken voor een eventueel lidmaatschap van de Europese Unie. Radicale nationalisten vrezen een verdere uitholling van de Servische staat.

Zij verwijzen naar de situatie in Kosovo, waar de Albanese meerderheid in februari 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid uitriep. Die verklaring wordt door Servië, dat Kosovo beschouwt als de bakermat van de Servisch-Orthodoxe cultuur, niet aanvaard. Een rechtszaak hierover begon vanochtend bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Servië zal vooral juridische (en geen ‘emotionele’) argumenten in de strijd gooien, kondigde minister van Buitenlandse Zaken Vuk Jeremic aan in de krant Politika. Volgens Servië is de onafhankelijkheidsverklaring in strijd met het internationaal recht.

Naast Servië en Kosovo komen in Den Haag ook andere landen aan het woord, waaronder de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad. Twee van hen, Rusland en China, erkennen de onafhankelijkheid van Kosovo niet. (VIP, AFP)