Superieur is Barça allang niet meer

FC Barcelona won gisteren de matige wedstrijd tegen Real Madrid met 1-0.

Invaller Ibrahimovic maakt in Camp Nou met een volley het verschil.

Johan Cruijff stelde in de aanloop naar el clásico dat het spel van FC Barcelona „duizend keer zo goed” zou zijn als dat van Real Madrid. Een half jaar geleden was dat nog zo; toen veegde het elftal van coach Pep Guardiola de vijand in Madrid met 6-2 van de mat. Maar het huidige Barça is lang niet meer zo superieur als de Nederlandse voetballegende wilde doen geloven. FC Barcelona won gisteravond in het eigen Camp Nou in een tegenvallende wedstrijd, door een doelpunt van Zlatan Ibrahimovic, met het kleinst mogelijke verschil van Real Madrid. Met de 1-0 overwinning nam FC Barcelona wel de koppositie in Spanje over en deelde de club een morele tik uit aan de aartsrivaal.

Florentino Pérez kondigde een half jaar geleden aan dat hij van ‘de Koninklijke’ weer de beste club van de wereld zou maken. De voorzitter van de Spaanse voetbalgrootmacht ging rigoureus te werk. Het Nederlands getinte Real Madrid van de ontslagen Bernd Schuster werd met de verkoop van Wesley Sneijder, Arjen Robben en Klaas-Jan Huntelaar ontmanteld. Met de komst van internationale sterren als Cristiano Ronaldo, Kaká, Xabi Alonso en Karim Benzema wilde Pérez een ‘wereldploeg’ in de Spaanse hoofdstad laten spelen. Een team dat onder leiding van de Argentijn Manuel Pellegrini de hegemonie van Barcelona moest doorbreken.

Het Barcelona van Guardiola werd afgelopen seizoen gezien als de beste ploeg uit de clubhistorie. Onder leiding van de voormalige verdediger veroverden los blaugranas de Champions League, het kampioenschap en de Spaanse beker. Barcelona zag spits Samuel Eto’o vertrekken naar Internazionale, maar met de komst van Zlatan Ibrahimovic werd het elftal eerder verstrekt dan verzwakt. FC Barcelona begon dit seizoen dan ook als de grote favoriet voor een nieuwe titel in de Spaanse Primera División.

Vanaf het moment dat het Spaanse competitieprogramma bekend werd gemaakt, keek vriend en vijand uit naar zondag 29 november. Real Madrid kwam gisteren als de koploper met een punt voorsprong op FC Barcelona naar Catalonië. De afgelopen weken moesten beide elftallen het zonder hun supersterren Cristiano Ronaldo en Lionel Messi stellen. De Portugees en de Argentijn waren echter net op tijd fit om aan de tweestrijd te beginnen. Zo had de tachtigste Barça-Real vooraf alles in zich om uit te groeien tot een gedenkwaardige wedstrijd. Maar dat viel tegen.

Al snel werd duidelijk dat Cristiano Ronaldo en Messi niet fit genoeg waren om in het uitverkochte Camp Nou een hoofdrol op te eisen. Ronaldo speelde 66 minuten voordat hij werd gewisseld voor Benzema. De duurste voetballer ter wereld kreeg twee grote kansen, maar een schot voor rust en een kopbal na de pauze misten de juiste richting. Messi maakte de volle negentig minuten vol. ‘De vlo’ liet slechts bij vlagen zijn grote talenten zien. Messi kreeg in de slotfase nog wel een enorme kans om zijn ploeg op 2-0 te zetten, maar hij schoot vrij voor het doel tegen Iker Casillas aan.

Invaller Ibrahimovic groeide uit tot de held van Camp Nou. De lichtgeblesseerde Zweedse international kwam vijf minuten na rust in het veld voor Thierry Henry. In de 56ste minuut schoot Dani Alves de bal van rechts voor op Ibrahimovic. De spits nam de bal in één keer uit de lucht en passeerde Casillas. Ibrahimovic heeft in een korte tijd Eto’o bij FC Barcelona al doen vergeten.

Barcelona bracht zichzelf na ruim een uur spelen in de problemen door Busquets. De middenvelder kreeg na een handsbal zijn tweede gele kaart en kon tot woede van Guardiola vertrekken. Real Madrid kwam alleen via Benzema nog in de buurt van de gelijkmaker. Lass Diarra liet met een tackle in de blessuretijd zien hoe diep de frustraties zitten bij Real Madrid.