Retour Den Haag-Brussel

Het ‘stoere wijf ’ is nu ineens poeslief

Minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) deelt tijdens debatten – verbaal – nog wel eens rake klappen uit. Het roept zowel bewondering als ergernis op, hoewel dat laatste de overhand dreigt te krijgen. Kamerleden mopperen dat zij steeds vaker een „chagrijnige” en „ongeïnteresseerde” minister zien, van wie het lijkt „alsof ze er geen zin meer in heeft”. Zo liep Ter Horst in september kwaad weg bij een debat, omdat ze zich ergerde aan Kamerleden die elkaar zo vaak interrumpeerden dat er voor haar amper tijd overbleef. „Hallo! Ik zit hier toch niet voor piet snot? Ben je nou helemaal bedonderd.”

„De minister kwam binnen als een stoer wijf, maar komt de laatste tijd geïrriteerd over. Mijn fractie ziet graag dat stoere wijf terug”, zei Naïma Azough (GroenLinks) vorige week bij de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken. Dat leek te werken, want in het tweede deel van het debat had Ter Horst een glimlach op haar gezicht die daar uren bleef zitten. Voor haar grootste rivaal, SP’er Ronald van Raak, had ze zelfs een cadeautje meegebracht. Nadat hij haar eerder een brilletje met blauwe glazen had aangeboden – „om met een blauwe blik naar de politie te kijken” – gaf zij hem een knalroze bril met hartvormige glazen. Samen met de poeslieve antwoorden waarmee ze de Kamer van repliek diende, was het charmeoffensief compleet. Maar ja, voor hoe lang? (BR)

Nee, niet nóg meer pessimisme a.u.b!

PvdA-leider Wouter Bos haalde afgelopen vrijdag uit naar een partijgenoot: „Dat soort PvdA’ers moet zijn mond houden.”

Bos had het over Paul Tang, het Kamerlid dat in september delen van de Miljoenennota lekte, maar nu blijkbaar de tijd rijp achtte om zich weer eens te profileren. In een somber opiniestuk gaf Tang afgelopen week zijn mede-PvdA’ers de opdracht: „Wees pessimistisch.” Irritant voor Bos, want die had nu juist opgeroepen niet meer te klagen over de eigen partij. Maar Tang deed meer dan somberen. Hij gaf in zijn essay ook enige verdieping aan de strijd die verschillende partijleiders, Bos incluis, zijn begonnen tegen PVV en D66. Niet zonder reden: in de peilingen stuwen Geert Wilders (PVV) en Alexander Pechtold (D66) elkaar met hun tweestrijd de hoogte in, terwijl de gemeenteraadsverkiezingen niet ver weg meer zijn. Tijd dus om iets te doen.

Dat kan met harde woorden, zoals Mark Rutte (VVD) dit weekend deed. „Ze hebben hun ego’s niet onder controle”, zei hij over beide partijleiders. Tang deed het rustiger. Hij beweert dat beide partijen loten zijn aan dezelfde boom. PVV nationaal-individualistisch, D66 mondiaal-individualistisch. Voor beide geldt: me, myself and I.

Solidariteit als deugd is in geen velden of wegen te vinden. En Bos’ reactie zal Tang nu hebben laten zien dat dit niet alleen voor PVV en D66 geldt. PvdA’ers onderling kunnen er ook wat van. (PvO)

Iedereen wil nu al in het kabinet

Met een goede voorbereiding kan je niet vroeg genoeg beginnen. „Wij moeten klaar zijn om te gaan regeren”, zei GroenLinks-leider Femke Halsema op het partijcongres zaterdag, met nog anderhalf jaar tot de verkiezingen te gaan. VVD-leider Mark Rutte was iets minder expliciet, maar ook zijn partij, zo maakte hij dit weekend op zijn congres duidelijk, is er klaar voor.

Te vroeg pieken is een risico. Toch is het geen verrassing dat deze partijen zich in de coulissen warm lopen. Zowel Halsema als Rutte laat geen gelegenheid voorbijgaan om erop te wijzen dat de huidige coalitie eigenlijk klaar is met regeren. Rutte diende al een motie van wantrouwen in, vergezeld van het motto ‘regering, regeer of stap op’. Halsema lijkt erop te rekenen dat het vanzelf doodbloedt.

De aankondiging van een naderende coalitiedood door oppositiepartijen is niet nieuw. Maar CDA, PvdA en de ChristenUnie houden elkaar vast, af en toe wat krampachtig. Mocht dat niet meer lukken, dan krijgen met een beetje geluk zowel GroenLinks als VVD hun zin. Volgens de peilingen zijn er minstens vier partijen voor een meerderheid nodig, misschien wel vijf. Wie weet snakken beide partijleiders na een tijdje in zo’n coalitie misschien wel weer naar de oppositie. (DS)

Bijdragen: Pieter van Os, Barbara Rijlaarsdam en Derk Stokmans.