Praatzieke vrouw in een zandheuvel

Het spelen van Happy Days van Samuel Beckett is te vergelijken met de uitvoering van een bekend muziekstuk.

Ondanks de beperkte vrijheid is het de opdracht het oude nieuw te maken.

Het is aldoor weer die zandheuvel, waarin de vrouw Winnie eerst tot aan haar middel en dan tot aan haar nek vastzit. Dwingender kan een regieaanwijzing niet zijn. En dan hebben we die opgewekte titel, Happy Days. Deze eerste grote monoloog voor een actrice van Samuel Beckett dateert van 1961. De existentialistische toneelschrijver had beloofd iets „opgewekts” te schrijven. In een listige vorm van ironie bedacht Beckett dit theaterstuk over een gestrande, praatzieke vrouw in een woestijnachtig landschap en een man die aan de periferie rondscharrelt.

De enige vrijheid die regisseur en decorontwerper zich kunnen veroorloven is variaties aan te brengen in die zandberg. In de nieuwste versie is rondom actrice Leny Breederveld een reusachtige jurk gedrapeerd die een goudgeel glanzend woestijnlandschap voorstelt met zandduinen, geribbelde vlakten. De jurk is eerder verleidelijk te noemen dan beklemmend. Op het Holland Festival vorig jaar speelde de Ierse actrice Fiona Shaw haar rol vastgeklonken in het beton, als een nadrukkelijke verwijzing naar verwoeste steden, bijvoorbeeld New York na de aanslagen.

De speelstijl van Leny Breederveld is, zoals de titel wil, opgewekt en zelfs lichtzinnig. Breederveld geniet faam als een van de belangrijkste actrices van groepen als Carver, Orkater en Mug met de Gouden Tand. Ze speelt vaak op de lach, al is een ondertoon van melancholie altijd aanwezig. Die combinatie heeft ze nu ten volle uitgebuit in haar Happy Days, geregisseerd door Ted Keijser.

Als de kwebbelzieke Winnie is ze de hele tijd in de weer een grote, naamloze dreiging te weerstaan. Uit haar damestasje komt niet alleen een spiegel te voorschijn, maar ook een pistool. De telefoon die telkens rinkelt geeft suspense als in een Hitchcock-film. Mime-speler Dik Boutkan vertolkt de rondscharrelende man die, meer dan ik eerder zag, Winnie als een geliefde probeert te bereiken: hij strekt zijn hand naar haar uit, maar tevergeefs. Winnie behandelt hem hard en zelfs grof; het is haar voldoende dat hij aanwezig is. Dit accent is nieuw in Happy Days. Meestal is de vrouw vooral spotziek, nu minzaam en zelfs cynisch. Voor haar heeft de liefde afgedaan, voor hem echter niet. Zij is zichzelf genoeg.

In het tweede deel blijft van Winnie niets anders over dan haar gezicht. Ze kan niet langer een parasol in de lucht houden, haar zonnige strohoed op- en afzetten. Alles komt aan op de mimiek en dictie. Breederveld heeft een lichte stem en die behoudt ze, al wordt de tekst zwarter en zwarter. Woestijnzand omringt haar, een sterke suggestie dat ze straks onder het zand bedolven zal zijn. Het spelen van Happy Days is te vergelijken met de uitvoering van een bekend muziekstuk. Het is de opdracht het oude nieuw te maken. De toon van het stuk is in de loop van de jaren geëvolueerd van gedoemdheid naar lichtzinnigheid. Alles komt uiteindelijk aan op de menselijke stem als instrument. Breederveld heeft geen wrange toonzetting, wel een geestige. Haar speelstijl is op wonderlijke manier zelfs energiek te noemen, al kan ze geen kant uit. Mooi hoe vorm en inhoud op dramatische wijze zo haaks op elkaar staan.

Theater

Happy Days van Samuel Beckett. Tournee t/m 14/2. ****

Kijk voor meer informatie opwww.allesvoordekunsten.nl