Mag de Staat discriminatie van vrouwen bij de SGP gedogen?

langerokMag de Staat discriminatie van vrouwen door de SGP gedogen? De adviseur van de Hoge Raad, procureur-generaal F. Langemeijer publiceerde vrijdag zijn advies dat een krachtig  ‘nee’ inhield. De druk op de SGP om toch vrouwen tot de kieslijst toe te laten is daarmee toegenomen.

Het persbericht van de Hoge Raad is niet erg helder, maar er lopen hier dan ook een paar procedures en rechtsvragen door elkaar. Het conflict gaat praktisch over de vraag of de Staat wel een politieke partij mag subsidiëren die vrouwen toegang tot de kieslijst ontzegt. De gewone civiele rechter oordeelde in twee instanties, hier en hier, dat het zogeheten “vrouwenstandpunt” van de SGP in strijd is met het recht, namelijk met artikel 7 van het Vrouwenverdrag. Ook bij  kleine politieke partijen, die minderheden vertegenwoordigen, is vrouwen discrimineren niet toegestaan. Dit advies weegt zwaar mee bij het definitieve oordeel dat de Hoge Raad waarschijnlijk eind  februari zal wijzen.

De Raad van State, de hoogste bestuursrechter boog zich alleen over de vraag of je een kleine partij met zo’n afwijkend standpunt wel de subsidie mocht afnemen, zoals de minister had gedaan na de eerste uitspraak van de civiele rechter. Dat was nou ook weer niet nodig, aldus de Raad. Lees hier de uitspraak. De bestuursrechter kende veel gewicht toe aan het belang van ‘een brede weerspiegeling in het geheel van politieke partijen van de maatschappelijke, levensbeschouwelijke, ideologische en religieuze stromingen in de samenleving’. In overweging 2.14.2. zei de Raad van State dat vrouwen ook best van een andere politieke partij lid konden worden. Van een èchte beperking van het passieve kiesrecht voor vrouwen is daarom geen sprake.

Langemeijer adviseert de Hoge Raad om dat toch anders te zien. In overweging 5.50 van zijn advies, vat hij z’n twee belangrijkste argumenten samen. Het Vrouwenverdrag bevat een harde verplichting voor de Staat “om alle passende maatregelen te nemen teneinde discriminatie van vrouwen in het politieke en openbare leven van het land uit te bannen”. Het recht van vrouwen om verkiesbaar te zijn is daarbij een bijzondere verplichting. Overheden hebben niet de vrijheid   ‘op gronden van opportuniteit af te zien van iedere mogelijke maatregel tegen die discriminatie”. Nog los van de subsidiëring, had de staat dit dus niet op z’n beloop mogen laten.

In overweging 5.17 doet Langemeijer een persoonlijke verzuchting. Het zwart-wit karakter van de discussie staat hem eigenlijk tegen. Er zijn wel degelijk tussenoplossingen denkbaar (geweest) waardoor de SGP nu niet gedwongen hoeft te worden tot het toelaten van vrouwen. Bijvoorbeeld: “Zou de Staat bijvoorbeeld hebben gekozen voor een actieprogramma, gericht op het geleidelijk afbouwen van discriminatie van vrouwen in het politieke en openbare leven, al dan niet met een overgangsbepaling voor reeds in het parlement zittende politieke partijen, dan is niet gezegd dat het rechterlijk oordeel hetzelfde zou hebben geluid” (curs, red.) Dat is dus een advies (ex post) aan het kabinet. Was hier nou wat eerder mee aan de slag gegaan, dan had het niet zover hoeven komen.

Wat vindt u? Mogen politieke partijen vrouwen het recht ontzeggen zich kandidaat te stellen? (Voor een samenvatting van het SGP vrouwenstandpunt lees in het advies van Langemeijer overweging 1.2)

Lees hier een eerder commentaar over deze kwestie en hier berichtgeving.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.