Kwart eeuw mediacomponist

De Journaal-tune is van hem, en nog veel meer. Stephen Emmer is dit jaar 25 jaar ‘mediacomponist’. die tunes, herkenningsmelodieën en tv-muziek maakt.

Toen Stephen Emmer zijn carrière als mediacomponist begon in 1984, was hij de enige. Er waren meer mensen die toegepaste muziek maakten, maar nooit voltijds. Van Stephen Emmer (1958, Amsterdam) is inmiddels iedere zeven minuten ergens op de Nederlandse tv een tune te horen. Hij componeerde voor tv-programma’s en documentaires, en maakte herkenningstunes, van onder andere het Journaal, ook de huidige. Ondertussen zette Emmer zich in voor de erkenning van muziek-bij-beeld; dat muziek niet alleen als illustratie dient en per strekkende meter moet worden aangeleverd, maar dat het een geïntegreerd onderdeel is van de audiovisuele ervaring. Hij belde tijdens uitzendingen naar de dienstdoende technicus om te melden dat één van de geluidskanalen niet werkte: „En nee, de helft van stereo is niet hetzelfde als mono”. Emmer, de zoon van voormalig nieuwslezer Fred Emmer, viert dit jaar zijn 25-jarige jubileum van wat hij zelf omschrijft als een ‘onbedoelde carrière in een niet-bestaand beroep’.

In zijn studio op het Mediapark in Hilversum, vertelt Stephen Emmer over zijn ervaringen als ‘eerste Nederlandse mediacomponist’.

„In het begin moest ik mijn best doen om er een volwaardig beroep van te maken. In de media gold muziek als een sluitpost. Alles was goed geregeld: het beeld, vervoer, de catering, en... oh ja, de muziek. Ik wilde dat men een voorbeeld nam aan films, waar muziek vaak een basis-component is. Het resultaat is mooier als er vanaf het begin af aan rekening mee gehouden wordt. Het gaat inmiddels beter bij de omroepen. In 1988 was er een kentering, toen de KRO een nieuwe huisstijl kreeg. De toenmalige directeur, Gerard Hulshof, wilde dat de muziek daarbij meer was dan een illustratie. Hij vroeg mij al in het conceptstadium om mee te denken met de ontwerpers. Dat is later gangbaarder geworden.

„Mijn voorbeeld is de manier waarop David Lynch samenwerkte met componist Angelo Badalamenti, bij de tv-serie Twin Peaks. Daar was tevoren nauwkeurig gespecificeerd hoe beeld, muziek en ‘brongeluid’ zich tot elkaar moesten verhouden. Dat geeft een diepere relatie tussen de elementen. Zelf ben ik tevreden over het ontstaan en het resultaat van de journaaltune die tussen 1995 en 2000 in gebruik was. De gong moest terug, vonden ze. Toen heb ik een eigentijdse, elektronische ‘boing’ gemaakt, en door de ontwerpers is de gong ‘gevisualiseerd’. Zo krijg je een mooi geheel.

„Ik speel voor mijn muziekjes bijna alle instrumenten zelf. Ik heb vroeger keyboard gespeeld in allerlei bands, en ik kan ook gitaar, drums en basgitaar spelen. Orkesten gebruik ik niet meer. Vroeger nam je met grote orkesten op, maar dat is nu te duur.

„Gelukkig kun je tegenwoordig uit de computer ook goede resultaten halen, met zelfs allerlei ‘expressiewaarden’, zoals rubato, allegro, staccato. Bijna niet van echt te onderscheiden.

„Maar er blijft nog wel wat te wensen over. Voor veel, ook jonge, programmamakers blijkt muziek weer een ondergeschoven kindje, daar moet nog aan getornd worden.

En nu er inmiddels een opleiding voor toegepaste muziek te volgen is, aan de HKU in Utrecht, vind ik dat het tijd wordt voor een vakprijs voor ‘opdracht-muzikanten’. Dat lijkt me een taak voor de Buma/Stemra. Maar desnoods richt ik hem zelf wel op.”