Kerstverhaal

Paarse nagellak op de tenen en paars gips om de enkel. Ik kon mijn ogen maar niet van de foto afhouden. Erboven een spijkerbroek, daarboven een halflang zwart vest, handen op de steunen van de krukken en on top het gezicht van Marianne Timmer.

De schaatsster stond op pagina 13 van Volkskrant magazine, van afgelopen zaterdag. 13. Gemeen van de opmaker van het blad. Timmer viel op vrijdag de 13de in Heerenveen. Ze had spit en dacht nog: moet ik starten? Ze kwam ongelukkig ten val. Ze mist waarschijnlijk de Olympische Spelen.

Het hielbeen in stukjes. „Als een gebroken beschuit.”

Marianne en haar man Henk Timmer hebben een pechjaar. Vrouw Timmer met het financiële debacle van sponsor DSB en haar gipspoot, doelman Timmer kwam niet meer aan de bak bij Feyenoord en beëindigde onlangs zijn carrière.

Het interview bood alle ingrediënten voor hét sportkerstverhaal van 2009:

In het ingesneeuwde huisje pookte Henk de houtkachel op. Marianne wreef over haar pijnlijke enkel. „Beschuitje, beschuitje, laat me niet in de steek”, zei ze vanuit de schommelstoel. „Bestonden er maar wonderen, dan kon ik nog dromen van een 1.000 meter in Vancouver.”

Henk liep in zijn laatste Oranjeshirt naar de tweepits in de keuken. Hij keek in een pan. De pruttelende erwtensoep moest nog even. Henk blies zijn koude handen. Hij deed een la open, pakte twee keepershandschoenen en trok ze aan. „Nog vijf minuten, dan is ie klaar”, zei Henk. „Waar zit je aan te denken?”

„Wat ik tegen de krant heb gezegd, namelijk, dat ik later wel op hakjes wil kunnen lopen.”

Er klonken drie zware klappen op de voordeur. De ramen waren dicht gesneeuwd. Wie kon het zijn? „De curator van DSB. Wedden?”, zei Marianne.

Weer drie klappen op de deur.

Henk pakte een broodmes uit de keuken en liep op de voordeur af. „Niet opendoen”, schreeuwde Marianne. Te laat.

„Hi!” Peter Mueller stapte binnen, de ex van Marianne die vanwege seksuele intimidatie de Noorse schaatsploeg niet meer mag trainen. Hij zag Marianne met het been omhoog zitten. Mueller gooide een plastic zak op haar schoot. „This will work!”

Marianne keek in de zak. „Een placenta. Peter, dat had je nou niet hoeven doen”, zei ze, terwijl ze het ding zorgvuldig om haar gekraakte enkel vouwde.

De soep was heet. De drie lepelden twee mokken snert naar binnen. De drank kwam op tafel. Om twee uur in de nacht lagen ze met de kleren aan in bed onder een oude slaapzak. Ze zochten warmte bij elkaar. Lepeltje, lepeltje, lepeltje.

De volgende ochtend liep Marianne naar de keuken om thee te zetten. Henk keek toe vanuit bed. „Marianne, je loopt weer als een kievit.”

„Cool”, zei Mueller. „Ik ga je trainen.”

„Mag ik dan langs het ijs staan met het bord voor de rondetijden?” vroeg Henk.

De droeve sfeer in het huisje was omgeslagen. Dirk Scheringa kwam nog op de koffie met een slagroomtaart en een schilderij van Pyke Koch. Het sportjaar 2009 kon niet meer stuk in huize Timmer.

Ik wilde stoppen met de kerstvertelling. „Ho.” Marianne Timmer stapte uit het verhaal. Ze pakte het interview van zaterdag en las de laatste zin voor: „Nee, je kunt ook te vroeg stoppen. Ik ben er niet klaar voor. (…) Er is er maar één die het einde bepaalt, en dat ben ik.”

Wilfried de Jong