Iedereen wilde in het JP-sprookje geloven

In Den Haag zullen velen in stilte gefrustreerd zijn nu de Europese topbanen zijn verdeeld. Tweemaal in ruim een week viste onze premier achter het net: hij werd zelf niet de eerste voorzitter van de Europese Raad en hij kreeg geen Nederlander op een zware economische portefeuille in de Commissie. Tweemaal ging een Belg met de eer strijken. Wat ging er mis? Waarom liet zijn omgeving de premier zo lang achter zijn ambities aanjagen?

Alleen de VVD kan als oppositiepartij oprecht blij zijn met de herbenoeming van Neelie Kroes tot eurocommissaris. (Er is wel een precedent: zittend CDA-eurocommissaris Hans van den Broek werd in 1995 door het eerste paarse kabinet in functie gelaten.) Maar zowel in het CDA als in de PvdA wordt ongetwijfeld geknarsetand dat het zo is gelopen. Stel dat Piet Hein Donner eurocommissaris Justitiezaken had willen worden, een voor Nederland interessante post; de CDA-minister moet nu toezien hoe een Luxemburgse die baan krijgt.

Het vijfjaarlijkse spel om de Europese banen begon feitelijk meteen na de Europese parlementsverkiezingen van 4-7 juni jl. (voor de Commissie) en kwam in een stroomversnelling na het positieve Ierse referendum van 2 oktober (voor de vaste voorzitter en hoge vertegenwoordiger uit het Lissabonverdrag). Sommige lidstaten bewerkten al die tijd beoogd Commissie-voorzitter Barroso. Frankrijk bracht al vroeg oud-minister van Buitenlandse Zaken Barnier in stelling als eurocommissaris, inclusief een claim op de post Interne Markt. Die aanspraak werd afgelopen vrijdag gehonoreerd.

In Nederland daarentegen waren alle strategische overwegingen tot donderdagavond 19 november ondergeschikt aan de ambities van Balkenende de eerste vaste voorzitter van de Europese Raad te worden. De kans daarop was maar heel kort reëel; na de Europese top van 30 oktober wisten insiders (ook in Den Haag) dat Van Rompuy de favoriet van Parijs en Berlijn was, alsmede dat de Britse weerstand tegen de Belg zou kunnen worden afgeruild, zoals uiteindelijk geschiedde. Toch zette de minister-president tot op het laatst alles op alles. Dit betekende dat Nederland geen zware post bij Barroso kon of wilde eisen.

Iedereen in Den Haag wilde in het JP-sprookje geloven: de media, het CDA vanzelfsprekend, maar ook de PvdA. De partij van Bos kon alleen hopen eindelijk weer eens de eurocommissaris te mogen leveren als de premier ook zelf naar Brussel vertrok. Je wist nooit. Dus trok niemand aan de bel. Elke wens die het streven van de premier in de weg zat, werd de kop ingedrukt.

Vorige week, na de uitverkiezing van Van Rompuy, was schadebeperking het hoogste doel. Op dinsdag 24 november had de Nederlandse regering, als allerlaatste, een kandidatenlijstje voor Barroso. Diens puzzel met 27 stukken was toen al bijna rond. De vlieger uit 2004 – toen Den Haag op het laatst een vrouw naar voren schoof en zo de hoofdprijs binnensleepte – ging niet op. Al was het maar omdat die vrouw er al zat, Kroes.

Volgens een ontluisterende reconstructie in de Volkskrant (26 november) probeerde Balkenende het eerst met CDA-kandidaat Yvonne van Rooy op de post Handel. Barroso zou de premier hebben gezegd dat het dan Cultuur of Communicatie zou worden. Dat was een affront. Een vernedering. Aan die posten is zelfs met professionele spin geen gewicht te geven. Het was eerlijk gezegd een onbegrijpelijke kandidatuur. Van Rooy is in de polderverhoudingen een groot bestuurder (universiteitsvoorzitter, plaatsvervangend SER-Kroonlid) maar in de meeste lidstaten wordt politiek bedreven door regering en parlement. Van Rooy was voor het laatst staatssecretaris in 1994. Dat ziet er op een Brussels cv niet eersteklas uit.

De gedachte dat Nederland vanwege de gemiste topbaan voor de premier vanzelf iets anders moois zou krijgen, bleek illusoir. Er worden in de Unie geen kado’s uitgedeeld. Misschien was er iets te eisen geweest als Balkenende zijn eigen huid duur had verkocht alvorens Van Rompuy vrij baan te geven. (Zoals Gordon Brown zijn kandidaat Blair liet vallen om voor Groot-Brittannië hoge vertegenwoordiger Ashton te krijgen.) Maar daarvoor moet je wel eerst hardop zeggen dat je kandidaat bent. Wie niet wil verliezen, kan moeilijk winnen.

Ook onderschatte Den Haag de krachtlijnen vanuit het Europese Parlement. Barroso had sinds september een belofte uitstaan aan de Europese liberale fractie van Guy Verhofstadt om liberalen op goede posten te benoemen in ruil voor hun steun bij zijn verkiezing tot Commissie-voorzitter. Nederland had toen Kroes als liberale Spitzenkandidatin naar voren kunnen schuiven (zoals Europarlementariër Derk Jan Eppink gisteren in Buitenhof betoogde), maar liet dit na. Intussen pousseerde Verhofstadt bij Barroso rustig de liberale Fin Olli Rehn en zijn land- en partijgenoot Karel de Gucht naar de ‘zware economische portefeuilles’ die Nederland wilde.

In het Torentje moet vooral om De Guchts benoeming op Handel zijn gegromd. De Belg veroorzaakte als minister van Buitenlandse Zaken een diplomatieke rel door onze premier „een mix van Harry Potter en extreme stijfburgerlijkheid” te noemen. Zeker, het is alweer vier jaar geleden. Maar juist wegens Balkenendes ambitie de Europese president te worden dook deze treffende kwalificatie de afgelopen maanden regelmatig op in de internationale media.

Een Britse of Spaanse journalist die moet optikken welke namen in het Brusselse geruchtencircuit de ronde doen, wil de lezer graag een glimlach ontlokken, niet? En hup, daar stond Harry Potter weer in de krant. Ook een sprookje, maar het verkeerde.

De troost is dat er meer verliezers zijn. En dat er in 2014 een nieuwe ronde is.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/middelaar