Door Stijn weten we dat het altijd nog een graadje erger kan

Miljoenen vrouwen maken kennis met personage Stijn.

Dat biedt troost, hoe vreemd het ook klinkt.

Het feit dat de ex van mijn goede vriendin haar tijdens hun huwelijk bedroog met haar toenmalige beste vriendin belette haar niet om, goed en wel gescheiden, te vallen voor de charmes van een man die het woord ‘hufter’ zo ongeveer op zijn voorhoofd geschreven had staan. Ze wist heel goed dat hij haar meer kwaad dan goed zou doen, maar in haar verliefdheid bleef ze met hart en ziel geloven in een gezamenlijke toekomst.

Ze accepteerde zijn vluchtgedrag afgewisseld met liefdesverklaringen, lompheid, leugens en zijn voortdurende ge-sms met andere vrouwen terwijl hij bij haar was, in stilte smekend om zijn liefde, er stellig van overtuigd dat ze bij elkaar hoorden. Uiteindelijk liet ze het aan hem over de kwelling te beëindigen, toen hij het botweg uitmaakte en zich onmiddellijk in de armen van een ander stortte.

In zijn zoektocht naar een verklaring van de populariteit van Kluuns Komt een vrouw bij de dokter, verbaast NRC-kunstchef Raymond van den Boogaard zich over het feit dat het nu juist vrouwen zijn die blijkbaar zo graag willen lezen over held c.q. hufter Stijn, die rondneukt met andere vrouwen terwijl zijn eigen vrouw op sterven ligt (nrc.next, 26 nov.). „Zijn veel vrouwen masochisten, aangetrokken door vormen van mannelijk gedrag die hun zelfrespect aantasten?” Van den Boogaards onmiddellijke conclusie: „Onwaarschijnlijk”.

Ik zou het graag met hem eens zijn, maar hier geeft hij vrouwen toch echt te veel credit. Vrouwen laten zich namelijk wel degelijk in groten getale verleiden door mannen à la Stijn. Talloze vrouwen kwellen zichzelf door vast te blijven houden aan uitzichtloze relaties, en vertonen daarmee wel degelijk masochistisch gedrag.

Jaren geleden werd ik zelf verliefd op iemand van wie het van meet af aan duidelijk was dat hij niet de juiste persoon voor mij was, en toch begon ik een ‘relatie’ met hem. Keer op keer maakte ik het uit, en net zo vaak rende ik weer naar hem toe, om me over te geven aan een nieuwe ronde zelfkwelling. Mijn zelfrespect daalde met de dag, maar het kon me niet schelen: met het toenemen van mijn verliefdheid en wanhoop, nam mijn rationaliteit gestaag af. Pas na twee lange jaren kon ik het opbrengen om afscheid van hem te nemen. Twee vriendinnen bevonden zich in dezelfde periode in soortgelijke relaties. De één ging door tot ze overspannen bij een psycholoog terecht kwam, bij de ander werd een burn-out de wake-up call.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Blijkbaar verandert verliefdheid ons wezen zodanig, dat we niet meer voor rede vatbaar zijn en tegen wil en dank blijven geloven in relaties met mannen die verre van goed voor ons zijn. Ook al rinkelen de alarmbellen luid en duidelijk.

Van den Boogaard stelt dat miljoenen kennis hebben genomen van het gedrag van „de smiecht Stijn, zonder ook maar een moment te hebben gedacht dat ze dit gedrag zouden ondergaan”. Was het maar waar. Ik denk dat voor veel vrouwen de kennismaking met Stijn (via het boek of sinds kort in de bioscoopzaal) herkenning en, hoe vreemd het misschien ook klinkt, een vorm van troost betekende. Want hoe ellendig de mannen ook waren voor wie wij ooit tegen beter weten in zijn gevallen: door Stijn weten we dat het altijd nog een graadje erger kan.

Suzanne van den Eynden is freelance journalist