De nootjes op orde maken

Dat was een akelig bericht laatst over de supermarkten, met al die muizen. Niet gelezen? Veel supermarkten hebben last van ongedierte. Je weet dat het waar is, ik heb zelf al jaren geleden in een supermarkt allerlei aangevreten koek en beschuit gezien en toen ineens begrepen dat een muis wel moet denken dat-ie in de hemel is als-ie per ongeluk in een filiaal van Albert Heijn is terecht gekomen. Of Jumbo of Lidl, ik wil niet discrimineren, muizen geven daar ook niet om, die letten op andere dingen dan wij.

Ik kijk wel eens in mijn eigen voorraadkast met de blik van een muis. Dan zie ik daar ineens pakken toastjes staan – ,,Hé!” denk ik en wrijf me vergenoegd in de pootjes. En dat ene pak suiker dat nog niet in een glazen weckpot is gedaan, daarbij juicht mijn muizenhartje: ,,Joepie!” En als de huisvrouw in mij zo een poosje in de ziel van een muis heeft kunnen kijken, begint ze in te pakken en op te ruimen en denkt de hele tijd vergenoegd: dit gaat jullie snuitjes voorbij.

Niet dat ik muizen heb. Maar je weet maar niet. In de winter hebben de buitenmuizen wel eens lust om binnenmuizen te worden. Al hoeven we dit jaar nog niets te vrezen begreep ik, want alles loopt nog rond en vindt het behaaglijk : kleine egeltjes, vroedmeesterpadden, hazelmuizen, ze zijn nog volop bezig.

Het najaar lijkt me altijd een drukke maar gezellige tijd voor het buitengespuis. Ze moeten de wintervoorraad op peil brengen en zichzelf nog even dik en kogelrond eten en dat geeft dunkt me een goed gevoel. Als je weet dat je je nootjes op orde hebt en het spek stevig om het buikje zit, en je denkt aan de aanstaande winter en hoe heerlijk je zult slapen en dutten – tevreden stemmend. En als je een stadsmuis bent ga je in de winter gewoon lekker naar Albert Heijn, ook een heerlijk vooruitzicht. Kerststol eten.

Over nootjes gesproken. Tamme kastanjes. Die zijn echt iets om in de herfst te eten. Menig knaagdier zou er een moord voor doen. En ik begrijp dat er veel voor te zegen is: je kunt ze bijvoorbeeld als je geluk hebt, dat wil zeggen: als je weet waar ergens tamme kastanjes staan (en als je dus in het zuiden of oosten van het land woont, want in het westen en noorden zie je die bijna nooit) zelf vinden en rapen en niets is leuker dan zelfgejaagd eten klaar te maken.

Vroeger thuis kregen we ze altijd gebakken uit de koekenpan en dan moest je ze pellen en bij de spruitjes eten. Getverdegetver. Melige spruitjes met melige kastanjes. Maar de Delicous. deed in het laatste nummer heel druk over kastanjes en ik dacht: ze moeten een tweede kans krijgen. Een toetje gemaakt dat geen werk is en, nu ja. Kijk zelf maar. On-ge-loof-lijk. Meer zeg ik niet. Toen ik het had gemaakt ben ik vergeten normaal avondeten te eten want geheel in de siroop gezakt en er verzaligd weer uitgekomen.

Kastanjes in gembersiroop (voor 4 personen)

  • 200g kastanjes
  • 1/2 l water
  • 4 ons suiker
  • 5 cm verse gember, ongeschild in plakjes
  • bakje crème fraîche
  • muskaatnoot

Kruis de kastanjes stevig in aan de platte kant en kook ze een minuut of acht. Giet ze af, en pel ze zodra ze koel genoeg zijn om vast te houden.

Los de suiker op laag vuur op in het water en doe er de plakjes gember bij. Laat een kwartier zachtjes koken zodat de siroop wat dikker wordt. Doe de kastanjes in de siroop en laat nog tien minuten koken.

Serveer ze warm met een dotje zure room waarover wat nootmuskaat geraspt is.