De minaret en de Efteling

De minaret heb ik nooit het mooiste onderdeel van de klassieke moskee gevonden. Neem het reusachtige godshuis van Córdoba: toch ingetogen. Allah is misschien van huis uit iets lawaaiiger dan onze Onze Lieve Heer (zeker als je ’m vergelijkt met de Here Here van het Calvinisme; in gereformeerde kring gaan ze voor het eten ook niet zoals de roomsen God alvast luidruchtig bedanken omdat het er op tafel zo smakelijk uit ziet, daar vraagt vader: ‘Zullen we even stil zijn?’) – maar de verhouding tot het Hogere wordt er niet gesmeerder op als je vóór de dienst eerst als een gek grote bronzen klokken laat beieren, en zeker niet als je vijf keer per etmaal een muezzin vanaf een toren laat schreeuwen dat het tijd is. Elke ware gelovige heeft een reliwekker in z’n ingewanden, die hem waarschuwt dat hij moet. La Mesquita van Córdoba heeft nooit een minaret nodig gehad. De minaret is het begin van de merchandising in de geschiedenis van de godsdienst.

Maar dat is niet de reden waarom het merendeel van de Zwitsers gisteren per referendum voor een verbod op de bouw van minaretten heeft gestemd. Zwitsers zijn het minst metafysische volk op aarde, daar is alles koebel, bank en parkeerboete wat de klok slaat. Polanski hebben ze nu op borgtocht (drie miljoen euro) even uit de cel gelaten, maar ik weet zeker dat hij morgen naar Frankrijk of Polen terug mag als hij er zeven miljoen naast legt, door dat chalet in Gstaad te verkopen. Dan laten ze, zonder referendum, de Amerikaanse justitie net zo gemoedereerd doodvallen.

Jaren geleden alweer zijn mijn vrouw en ik met de Deux Chevaux een keer in een Zwitsers dorp aangehouden voor te snel rijden. Dat kan, gezien het jaartal en het automerk, nooit méér dan 1 kilometer per uur geweest zijn. Tweehonderd Zwitserse franken. We waren op weg naar huis, en hadden geloof ik nog honderd Italiaanse lires. Moest de alpiene koddebeier ons gevangen nemen alsof we Polanski waren? Toen zag ik dat hij naar m’n horloge keek. Vervolgens wees hij ernaar. Tenslotte heb ik het afgestroopt. En konden we doorrijden. Een Zwitser die als onderpand een horloge steelt! Tuig.

Maar helemaal los daarvan. Als er nou één land is (op misschien Oostenrijk na, dat ook niet door de Schepper maar door Anton Pieck is ontworpen) waar minaretten in passen als pratende prullemanden in De Efteling, dan is het Zwitserland wel. Stel je voor, met al die sneeuw als decor, al die pseudo-moorse, polygone campanile-achtige bouwwerken in het landschap, en van mij hoeft er in de wijde omtrek niet eens een moslim te wonen, het gaat puur om de sprookjesachtige, aan Sheherazade herinnerende aankleding van de witte velden. En natuurlijk iemand in de top die wat mij betreft tien keer per etmaal ‘Allahoe akbar’ jodelt, want dan heb je tenminste weer een wezenlijke stap naar de integratie gezet.

De Zwitserse mohammedanen zal het verder een zorg zijn. Ik las dat nog maar 10 procent van de 350.000 allochtonen belijdend is, en die hebben hun hele leven al zonder minaret gebeden. Als vrome moslims een halve vierkante meter hebben om te knielen met hun kont omhoog zijn ze al in de zevende hemel: inschikkelijke mensen. Elders in Europa was er behalve 57 procent van de vele Zwitsers die stemden nog één andere malloot die de uitslag toejuichte: Wilders. Hij stuurde een sms (naar wie gaat zoiets dan?, vraag ik me vaak af) met de felicitaties aan het dievenvolk dat mij nooit dat horloge heeft teruggestuurd. ‘Zo’n referendum moet ook in Nederland mogelijk zijn’, seinde hij er nog achteraan.

Dat kun je niet knetter meer noemen. Dat is stapel.

|Jan Blokker

Lees eerdere columns van Jan Blokker op onze site: nrcnext.nl/blokker