De hadj als griephaard

Zondagmorgen werd de duivel voor de tweede maal gestenigd, en daarmee zat de hadj erop. Het tentenkamp in de vlakte van Mina, vijf kilometer ten oosten van Mekka, veranderde in een grote marktplaats. Want de koopmansgeest wordt wakker bij een samenkomst van 2,5 miljoen bedevaartgangers. Arabieren, Indonesiërs, Nigerianen en Russisch sprekende Toerkmenen verkochten kaviaar, goedkope zilveren ringen en bontmutsen. Veel pelgrims hadden hun ihram, hun tweedelige witte pelgrimskleed, al verwisseld voor alledaagse kleding en de spanning was geweken. Maar misschien moet het ergste nog komen.

In het gedrang bij de Jamratbrug, waar Satan wordt gestenigd, droegen pelgrims niet alleen de ihram, maar ook een mondkapje. Want boven de hadj van 2009 hingen dreigende wolken. Dat begon al op dinsdag, toen veel bedevaartgangers strandden in Jeddah, dat werd geteisterd door een wolkbreuk en een heuse overstroming. 106 mensen kwamen om in het kolkende water, maar volgens de organisatoren van de hadj waren er geen pelgrims onder de slachtoffers.

Elk jaar bezwijken er meer dan honderd bedevaartgangers aan uitputting, ziekte en ouderdom. Of ze raken bekneld in het gedrang. Voor vrome moslims is dat de mooist denkbare dood. Sommige broze bejaarden verkopen vóór het vertrek al hun bezittingen in de verwachting dat ze dit hoogtepunt van hun bestaan niet overleven.

Maar dit jaar dreigt er een nieuw gevaar. Meer dan 1,6 miljoen niet-Saoedische gelovigen zijn naar het heilige land gekomen en wie weet hoeveel er in die vijf dagen zijn besmet met de Mexicaanse griep. Bij de omcirkeling van de Ka’aba in Mekka en bij de steniging van de duivel in Mina verkeren 2,5 miljoen moslims dicht op elkaar. Een deel van de pelgrims is gevaccineerd, maar dat percentage is zeker niet afdoende. Intussen zijn er zestig gevallen van Mexicaanse griep geconstateerd en zijn vier bedevaartgangers eraan gestorven. Maar de ware omvang van de impuls die de hadj van dit jaar heeft gegeven aan de pandemie wordt pas duidelijk als de pelgrims al weer lang en breed zijn teruggekeerd naar hun land.

Dirk Vlasblom