De City mag de EU niet in zijn onttakeling meeslepen

Hoe terecht de verwijten jegens de Londense City ook zijn, zónder dit financieel centrum is Europa wellicht nog slechter af, betoogt

Nicolas Véron.

De Londense City is al sinds de 18e eeuw hét financiële middelpunt van Europa en die prominente rol was des te markanter in de tien jaar voor de huidige financiële crisis. De City combineerde met succes de bemiddeling tussen mondiale financiële onevenwichtigheden, de overheveling van besparingen uit Azië en het Midden-Oosten naar beleggingsproducten in het Westen én de groeiende concentratie van de grootschalige financiële diensten voor het gehele Europese financiële stelsel. Nationaal werd ze gezien als de kip met de gouden eieren voor de Britse economie, met als beloning een ruimhartige fiscale behandeling en een summiere regelgeving, goedgepraat als risk-based.

In Brussel werd de City een bondgenoot van de Europese instellingen in hun streven naar een algehele grensoverschrijdende integratie van de markt, waarmee ze een belangrijke rol kon spelen in de vormgeving van de financiële wetgeving op EU-niveau en toch grotendeels haar eigen autonomie kon behouden. In die tijd had de City het goed.

Maar sinds vorig jaar heeft de financiële crisis niet alleen veel financiële ondernemingen direct geschaad, ook de verdere sfeer is sterk veranderd. De crisis brengt het gevaar met zich mee dat financieel alles weer langs nationale lijnen uiteenvalt, zowel mondiaal als binnen de EU. Dit zou toonaangevende financiële centra als Londen onevenredige schade toebrengen, maar waarschijnlijk ook de algehele doelmatigheid van de kapitaalallocatie verminderen. Bovendien zien we in de publieke opinie een sterk verlangen naar een meer bindende regelgeving.

Op Europees niveau heeft het klimaat van na de crisis eerder dit jaar tot wetgeving inzake ratingbureaus geleid, en tot de momenteel besproken richtlijn over hedgefondsen en participatiemaatschappijen.

In Groot-Brittannië hebben spectaculaire bankfiasco’s en reddingsoperaties, versterkt door het vooruitzicht van de verkiezingen van komend voorjaar, het volksverzet tegen bankiers nog verergerd. Afgezien van de politieke component is de financiële ineenstorting zodanig geweest dat een bepaalde herregulering inderdaad gerechtvaardigd lijkt om weer het juiste evenwicht te vinden tussen groei en stabiliteit, al staat de precieze vorm die dit moet aannemen nog allerminst vast.

Deze situatie leidt tot een opmerkelijke dubbele verschuiving. Enerzijds wordt de Britse regering met de vermoedelijke overwinning van de Tory’s waarschijnlijk eurosceptischer, want zij hebben immers hun bereidheid geuit om elk nieuw initiatief uit Brussel te bestrijden. Anderzijds wordt de City zelf, die tot nu toe vastbesloten was om ‘Brussel op afstand te houden’, afhankelijker van de EU-instellingen als waarborg voor de internationale openheid van het Europese financiële stelsel, een belangrijke bron van de Europese welvaart. Dit heeft nog niet geleid tot een duidelijk herkenbaar gezamenlijk standpunt in de City, maar de grote spelers lijken steeds meer open te staan voor de mogelijke overdracht van regelgevende en toezichthoudende bevoegdheden naar EU-niveau, als dat de prijs is die moet worden betaald om de marktintegratie te ondersteunen.

De verontwaardiging over de bovenmaatse bankiersbonussen, die alweer terug lijken op het ‘niks aan de hand’-niveau van voor de crisis, heeft deze gedenkwaardige onderstroom gemaskeerd. Maar deze blijkt uit een reeks ongekende en verrassende ontwikkelingen van de laatste tijd.

In juni heeft de Britse regering ingestemd met de instelling van financiële toezichthouders op EU-niveau, iets wat ze al meer dan tien jaar stelselmatig blokkeerde. In juli riep George Osborne, de schaduwminister van Financiën van de Tory’s, op tot de ontmanteling van de Financial Services Authority (de Britse AFM), een stap die de voornaamste financiële toezichthouder van het land te midden van een grote crisis ingrijpend zou verzwakken. In augustus heeft het hoofd van de FSA, Adair Turner, zelf gepleit voor een vermindering van de omvang van de Britse financiële sector, mogelijk door een belasting op financiële transacties. In oktober sprak Mervyn King, president van de Bank of England, zich uit voor een opsplitsing van de grootste banken van het land ten bate van de financiële stabiliteit. Onlangs wees Fitch, een groot ratingbureau, op de mogelijkheid dat Groot-Brittannië zijn AAA-rating zal kwijtraken.

Hoe we ook over de voors en tegens van deze afzonderlijke standpunten denken, in de tijd vóór de crisis waren ze stuk voor stuk ondenkbaar. Bij elkaar genomen rechtvaardigen ze het groeiende besef van de City als ‘politiek risico’, een omgeving voor financiële diensten die niet meer haar beroemde stabiliteit en voorspelbaarheid biedt. Een extreme kant hiervan is dat verscheidene hedgefondsen onlangs van Londen naar Zwitserland zijn verhuisd. Algemener gesteld zal de combinatie van de euroscepsis van de Tory’s, de impopulariteit van de bankiers en het belang van de City bij grensoverschrijdende integratie, gevoegd bij een nieuwe Europese Commissie in Brussel en de steeds defensiever opstelling van andere nationale regeringen, de komende maanden en jaren vermoedelijk tot zwaar weer leiden.

Hierbij staat niet alleen voor Groot-Brittannië veel op het spel, maar ook voor Europa als geheel. Veel Europese aandacht gaat uit naar de vraag of concurrenten als Frankfurt of Parijs misschien de Londense machtspositie zullen aantasten, maar de bredere vraag is of de EU een mondiaal financieel centrum op haar grondgebied zal blijven behouden.

Hoe terecht de verwijten ook zijn die zich de laatste tijd jegens de City hebben opgestapeld, zónder zou Europa wel eens zwakker kunnen zijn. Er is een serieus politiek debat nodig over de rol en de vooruitzichten van de City, want gelet op de crisis en haar veelsoortige politieke ontwikkelingen spreken deze niet meer vanzelf.

Nicolas Véron is verbonden aan de Brusselse denktank Bruegel en aan het Peterson Institute for International Economics in Washington.

Morgen begint een Ecofin, een bijeenkomst van EU-ministers van Financiën. Zie de agenda op nrc.nl/opinie.