Angst voor nieuwe terreurgolf Rusland laait op

De aanslag op een trein vrijdag is de ergste terreurdaad in Rusland sinds enkele jaren. De vraag is wie er achter zat. Russen houden hun hart vast.

Over de aanslag op de drukke forenzentrein van Moskou naar Sint-Petersburg dit weekeinde is nog weinig bekend. Maar heel Rusland wacht gespannen af uit welke hoek die kwam. Waren het neonazi’s? Een ideologisch geïnspireerde eenling? Of waren de daders misschien moslimrebellen uit de Kaukasus, die met een goed georganiseerde en voorbereide aanslag lieten weten dat ze hun strijd voor onafhankelijk nog lang niet gestaakt hebben, in tegenstelling tot wat Moskou al maanden claimt?

Een ding is in ieder geval zeker. De aanslag is de grootste terreurdaad buiten de onrustige noordelijke Kaukasus, in het hart van Rusland, sinds zeker vijf jaar.

Op het Leningradstation in Moskou is zaterdagochtend de angst te voelen. Op één na alle sporen leeg. Er rijden voorlopig geen treinen naar Sint-Petersburg. De oorzaak daarvan is het ontsporen, vrijdagavond om vijf over half tien, van de snelle Nevski Expres van Moskou naar Sint-Petersburg in de bossen bij Tver, 400 kilometer verderop. Iedereen op het perron vraagt zich af: was de ontsporing een aanslag of niet. En zo ja, betekent dat dan een nieuwe terreurgolf in het hart van Rusland, nu voor het eerst sinds jaren weer buiten de Noord-Kaukasus veel onschuldige burgers zijn gedood bij een terroristische actie?

Naast de perrons staat een groot projectiescherm met de namen van de negentig gewonden en de ziekenhuizen waar ze naartoe zijn gebracht. Vier naar het ene, zes naar het andere. De meesten zijn lichtgewond, zo staat achter hun naam. Over de vermisten en 26 doden meldt het scherm niets. Zij moeten nog geïdentificeerd worden door hun familie.

Dan arriveert de nachttrein uit Sint-Petersburg, met zes uur vertraging. Honderden passagiers stappen uit. „Als het een aanslag is, neem ik in het vervolg het vliegtuig”, zegt een man. Een ander is bang voor een nieuwe geweldsgolf van Tsjetsjeense terroristen.

Op dat moment zijn op het afgelegen spoortraject op de grens van de provincies Tver en Novgorod de reddingswerkzaamheden al uren bezig. Tijdens die bergingsactie, die bemoeilijkt wordt door de afgelegen ligging, klinkt om twee uur ’s middags nog een tweede explosie, waarbij niemand gewond raakt. Later zal blijken dat het een bom is die tegelijkertijd met de eerste had moeten afgaan.

In nieuwsuitzendingen op de televisie verschijnen beelden van gewonden in ziekenhuizen. Ze vertellen over een explosie die ze hoorden, waarna vier van de veertien wagons uit de rails liepen. Ook zendt de televisie een telefoongesprek uit van de machinist, die meldt dat er een explosie is geweest en zijn trein is ontspoord. Niemand kan nu nog ontkennen dat de Nevski Expres is ontspoord als gevolg van een aanslag. Op internet claimt een neonazi van de groep Combat-18 de aanslag, uit onvrede over de illegale immigranten die werk van Russen zouden afpakken. De leider van de extreemnationalistische Beweging tegen Illegale Immigratie, Aleksandr Bjelov, zegt later dat die bekentenis onzin is.

Er is alom paniek bij de autoriteiten in Moskou. Een bijeenkomst van een gespannen president Medvedev met zijn crisisstaf wordt op televisie uitgezonden, om te laten zien dat de regering de zaak onder controle heeft. De directeur van veiligheidsdienst FSB, Aleksandr Borotnikov heeft dan al officieel gezegd dat het om een aanslag gaat met een zelfgemaakte bom met een kracht van 7 kilogram TNT. Volgens de politie is er ook een verdachte: een gedrongen man van rond de veertig met rossig haar en een forse kin.

De aanslag lijkt veel op die van twee jaar geleden op dezelfde trein, 140 kilometer van de huidige ramplocatie. Toen vielen er alleen zestig gewonden. Opvallend is dat vorige week in Moskou twee Ingoesjeten zijn veroordeeld wegens medeplichtigheid aan die aanslag. Ook is opmerkelijk dat de hoofdverdachte van 2007, de 29-jarige voortvluchtige Pavel Kosolapov, voldoet aan het signalement van de rossige man. Kosolapov is een Russische militair die zich in de jaren 90 tot de islam bekeerde en tijdens de Tsjetsjeense oorlog samen met de in 2006 omgekomen rebellenleider Basajev tegen Russische troepen vocht. Basajev organiseerde talloze aanslagen op Russisch grondgebied, zoals de gijzelingen in een Moskous theater en in een school in Beslan, waarbij honderden mensen omkwamen.

Maar of hij nu de dader is of een groep neonazi’s, dit weekeinde is bewezen dat de autoriteiten geen greep meer hebben op het geweld in hun land. Columniste Joelia Latynina vatte het in Jezjednjevnyj Joernal treffend samen: „Het hele land zat in de Nevski Expres.”