Ander type zwemmer betreedt straks het podium

Zonder supersnelle pakken werd dit weekeinde de Swim Cup gehouden. Tot tevredenheid van de Nederlandse deelnemers. De Franse sprinters denken daar heel anders over.

Twee jaar na het begin van het zwemmende circus was het even wennen: zwemmers met ontblote ledematen, niet bedekt door knellende pakken van glimmend polyurethaan. En een evenement waarbij niet om de andere race een wereldrecord sneuvelde.

Met de wedstrijden om de Swim Cup in Eindhoven ging de sport afgelopen weekeinde terug naar de toekomst, want de supersnelle hightechpakken die sinds hun introductie in februari van het vorig jaar bijna wekelijks garant stonden voor nieuwe wereldrecords, waren verboden door de nieuwe toernooidirecteur, Pieter van den Hoogenband. Met de terugkeer naar gewoon textiel liep ‘Eindhoven’ een paar weken voor de troepen uit, want de nieuwe regels zijn pas op 1 januari 2010 officieel van kracht: vanaf die datum is alleen textiel nog toegestaan en wordt een nieuw tijdperk ingeluid.

„Ik ben er heel blij mee”, zegt sprintster Ranomi Kromowidjojo. „Eindelijk geen gezeur meer over pakken en snelle tijden.”

In een vier jaar oud Speedo Fastskin-badpak liet zij met een persoonlijk record op de 50 meter vrije slag (24,68 seconden) haar collega’s zien dat de zwemwereld niet vergaat onder het nieuwe regime. De Groningse had nog een andere reden opgelucht te zijn. „Dit oude pak heb ik in vijf minuten aan. Daar deed ik met die snelle pakken zeker 25 minuten over.” En ze trok ze bovendien nog wel eens kapot, zoals vlak voor de finale van de 4x100 meter vrije slag bij de wereldkampioenschappen langebaan in Rome, afgelopen zomer.

Bondscoach Jacco Verhaeren, samen met Van den Hoogenband verantwoordelijk voor de toernooiopzet, verwacht dat de terugkeer naar de oude pakken een ander type zwemmers terugbrengt op het podium. „De wat lichtere zwemmers zullen het makkelijker krijgen, niet de zware spierkolossen die drijvend werden gehouden”, verwacht Verhaeren. „In trainingen worden uithoudingsvermogen, kracht en stabiliteit weer doorslaggevende factoren. Dat is wat je wilt. De afgelopen jaren herkenden we onze eigen sport niet meer. Nu zien we weer mensen op een eerlijke manier tegen elkaar strijden, zonder hulp in het water.”

Ook Nick Driebergen vermoedt dat „grote krachtpatsers” het zwaar gaan krijgen, zoals de Fransman Alain Bernard, die twee jaar geleden de lawine aan artificially aided wereldrecords in gang zette met een spetterende verbetering van het legendarische wereldrecord (47,84 seconden) van Van den Hoogenband op de 100 vrij. Die monumentale tijd zal voor de meeste zwemmers vanaf januari weer te hoog gegrepen zijn.

Het is dan ook geen wonder dat juist de Franse sprinters, die de afgelopen maanden tal van wereldrecords bij elkaar zwommen, een tegengeluid laten horen. Frederick Bousquet, die gisteren in Eindhoven de 50 meter vrije slag won, bleef in zijn zwembroek ruim een seconde boven het wereldrecord. „Die pakken maakten het zwemmen interessant, het trok veel aandacht”, zegt Bousquet, die op de wereldkampioenschappen in Rome nog de zilveren medaille behaalde. „Door de snelle pakken kreeg de sport een nieuwe standaard. Ik ben dan ook tegen de afschaffing ervan. Maar ik moet de regels volgen. Of stoppen met zwemmen.”

Bousquet ziet verbetering van zijn persoonlijke records, allemaal gezwommen in het hightechtijdperk, voorlopig somber in. „Of ik die nog kan verbeteren in een gewone zwembroek? Misschien als ik stiekem flippers aantrek. Het is mogelijk, maar het wordt natuurlijk heel erg lastig.”

Hij heeft nog één kans, op de Europese kampioenschappen kortebaan, volgende maand in Istanbul. Daar zijn de prestatiebevorderende pakken nog één keer toegestaan. Sommige Nederlandse zwemmers zullen ze dan ook nog gewoon dragen, om niet van tevoren kansloos te zijn in de series. Ook Kromowidjojo doet in Turkije nog één keer mee in een LZR Racer, voordat dat pak waar het allemaal mee begon definitief naar het museum kan. „Het wordt een slotfeestje. Daarna is het klaar”, zegt de Groningse, die kan terugkijken op een uitstekend toernooi in Eindhoven.

Dat evenement had nog een andere primeur op Nederlandse bodem: de introductie van een knock-outsysteem op de sprintnummers, waarbij uiteindelijk twee zwemmers overbleven in de finale. Het idee kwam uit de hoed van Van den Hoogenband en Verhaeren, die het afkeken van de Mare Nostrum-wedstrijden in Monaco. Vanwege de duels geniet Van den Hoogenband van sporten als boksen of baanwielrennen. Verhaeren: „Dit is de essentie van de sport: een duel tussen twee mensen. En die races vormen voor het publiek een verhaal op zo’n dag, met winnaars en verliezers. De zwemmers moeten in de finale met de billen bloot, je kunt je niet verstoppen. Sommigen krijgen daar een kick van, anderen zakken er juist doorheen.”

Ook de zwemmers reageerden enthousiast op het experiment. Kromowidjojo: „Normaal heb je één kans. Je moet tactisch zwemmen: je moet zorgen dat je de finale haalt, maar je moet ook nog wat over hebben. Het wordt echt een spelletje.”

Portret Schreuder: pagina 13