Notarissen willen het anders gaan doen

De discussie over het notariaat heeft de hele week geduurd in de reactielijn onder m’n notaris-stukje van vorige zaterdag. Heel wat mensen hebben minder ideale ervaringen met een of meer notarissen. Het aanzien van de beroepsgroep is niet onbetwist.

Dat weten veel notarissen zelf ook. Daarom willen veel notarissen de koers verleggen. Er zijn er ook nogal een aantal vervroegd opgestapt. De kandidaat-notarissen die nu het vak verlaten doen dat vooral omdat er minder werk is ten gevolge van de crisis.

De Open Brief van een flink aantal notarissen en hoogleraren notarieel recht, waar ik vorige zaterdag over schreef, haalde afgelopen week een meerderheid van vier-vijfde binnen de beroepsgroep. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie hangt het niet aan de grote klok, maar het was geen overwinning. Men werkt nu binnen een stuurgroep aan oplossingen om de gevaren voor de kwaliteit van het werk, mede ten gevolge van de ingestorte inkomsten, aan te pakken.

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT), de toezichthouder op het notariaat schreef in een ingezonden brief (gisteren in NRC Handelsblad) dat ik ten onrechte had geschreven dat twintig procent van de kantoren onder verscherpt toezicht staat.  Die informatie stond op de eigen website van het BFT. Hieronder de brief en daar onder wat de site van het Bureau Financieel Toezicht zelf vermeldde.

De column van Marc Chavannes van zaterdag jongstleden opent met de vraag of de lezer weet dat 20% van het notariaat onder verscherpt toezicht staat. Dit is feitelijk onjuist. In het tweede kwartaal stond 5% van alle notariskantoren onder verscherpt toezicht. Dat houdt in dat het Bureau Financieel Toezicht (BFT) constateert dat er in die gevallen een aanzienlijk financieel risico is, waarbij de continuïteit van het kantoor in het gedrang kan komen. Notariskantoren die onder verscherpt financieel toezicht staan, moeten maandelijks hun cijfers overleggen aan het BFT en worden regelmatig bezocht door BFT-onderzoekers.

In het tweede kwartaal kreeg 20% van de kantoren extra aandacht. Dit houdt in dat het BFT constateert dat de financiële positie van het kantoor terugloopt, maar er nog geen sprake is van een dreigend risico voor de continuïteit.

Ten aanzien van het derde kwartaal is de situatie enigszins verbeterd. Het aantal kantoren onder verscherpt toezicht zakte van 5% naar 4%, dat zijn in totaal 34 notariskantoren. Het aantal kantoren met extra aandacht is teruggelopen tot 17%, dat zijn in totaal 138 kantoren. Voor het eerst dit jaar laat ook de omzet van de kantoren weer een lichte stijging zien.

Geert Pieter Vermeulen, directeur Bureau Financieel Toezicht

Een kwestie van woorden en definities, zo te zien. Zeker als je dit op de BFT-website leest (waar de Open Brief-schrijvers inclusief zeven hoogleraren in het vak ook de conclusie 20% verscherpt toezicht uit trokken):

Nieuws - Persbericht: BFT en KNB maken gegevens notariaat tweede kwartaal bekend (23 september 2009)
BFT en KNB maken gegevens notariaat tweede kwartaal bekend

In het tweede kwartaal van 2009 zijn er 163 notariskantoren die speciale aandacht verdienen op basis van hun financiële situatie. Dat is 20% van het totaal aantal notariskantoren. In het eerste kwartaal waren dat nog  91 kantoren. In totaal zijn er 18 kantoren met een negatieve bewaringspositie, waarvan 10 vanwege administratieve onvolkomenheden. Bij de overige 8 doet Bureau Financieel Toezicht (BFT) nader onderzoek. Als blijkt dat deze kantoren de derdengelden inderdaad gebruikt hebben voor andere doeleinden dan waarvoor deze bestemd zijn, dient BFT een klacht in bij de tuchtrechter en volgt een procedure. Deze informatie is vandaag bekend gemaakt door BFT en de Koninklijk Notariële Beroepsorganisatie (KNB).

Tot nu toe zijn er geen kantoren failliet gegaan. Wel is er in 2009 een handvol kantoren dat – vanwege slechte financiële omstandigheden - zelf besloten heeft om het kantoor te sluiten en het protocol over te dragen. KNB en BFT verwachten dat er het komende jaar nog een aantal kantoren zal moeten sluiten vanwege financiële omstandigheden. Faillissementen worden ook niet uitgesloten. De protocollen van deze kantoren worden – ook bij een eventueel faillissement – overgedragen aan een andere notaris, waardoor de gegevens van de klanten behouden blijven en de dienstverlening  gewaarborgd blijft.

Indien zich een situatie voordoet waarbij derdengelden zijn gebruikt voor andere doeleinde dan waarvoor die bestemd zijn en niet kunnen worden terugbetaald door het kantoor of de notaris zelf, dan kan het voorzieningsfonds van de KNB worden aangesproken.

Utrecht, 23 september 2009

Het aantal kantoren dat speciale aandacht krijgt is inmiddels met 3% afgenomen en bedraagt nu 17%…