Weer hangt Macedonië wanhopig aan de telefoon

De eigen twijfels tonen of een eenduidige boodschap brengen aan burgers? Een blik achter de schermen van de inentingscampagne tegen de Mexicaanse griep.

De griepambtenaren van Volkgezondheid staan dagelijks voor dilemma’s. Afgelopen dinsdag, opnieuw topoverleg boven in de Haagse toren. Directeur-generaal Volksgezondheid Paul Huijts heeft wéér een telefoontje gekregen van de minister van Macedonië. Het zoveelste verzoek om vaccins. „In Macedonië zijn ze echt behoorlijk wanhopig”, zegt Huijts. „Daar hebben ze niets.”

Volgende week wordt minister Klink (Volksgezondheid, CDA) tijdens de Europese Raad door veel collega’s benaderd die helemaal geen Mexicaanse griepvaccins hebben. Nederland was er als de kippen bij om 34 miljoen doses te bestellen, terwijl kleinere lidstaten niet aan bod kwamen. Voor fabrikanten zijn ze oninteressant. „Hoe gaan we om met het verzoek van Europese landen?”, vraagt een topambtenaar tijdens de vergadering in Den Haag.

Directeur-generaal Huijts vindt net als Klink dat „internationale solidariteit” een belangrijke rol moet spelen boven „het aanbieden van vaccins aan Nederlanders die het echt niet nodig hebben.” Op de lijst staan Macedonië, Malta en Suriname.

Het ligt gevoelig. Heeft Klink voldoende gezorgd voor alle Nederlanders, als hij zijn overschotten nu al verkoopt? Snelheid is geboden. Er zijn landen zonder vaccins met ettelijke kinderen op de IC. Klink krijgt zijn zin, blijkt een paar dagen later. Gistermiddag besloot de ministerraad 19 miljoen vaccins te verkopen.

De griepambtenaren van minister Klink (CDA) praten deze dinsdag al vroeg bij met overste René Bliek. Defensie leende Bliek uit aan Volksgezondheid vanwege zijn ervaring met complexe logistieke operaties. Eerder deed hij de missie in Afghanistan. Nu moet Bliek miljoenen vaccins gekoeld afleveren bij duizenden zorgverleners, tot in de Antillen.

Op het departement hangt een hoog adrenalinegehalte in de lucht. De eerste ronde van de grootste vaccinatie aller tijden, voor jonge kinderen en huisgenoten van baby’s, verliep de dag ervoor naar tevredenheid. „De eerste klap is een daalder waard”, verzucht Dirk Ruwaard, directeur Publieke Gezondheid. Hij wil de GGD er voor complimenteren. Maar Marieke Mossink, hoofd crisisbeheersing en infectieziekten, wil daarmee wachten. „Er moeten nog massa’s kinderen geprikt worden .”

Het advies van de Gezondheidsraad en het Rijksinstituut voor Volkgezondheid en Milieu (RIVM) om ook jonge kinderen te vaccineren zag het ministerie pas kort van tevoren aankomen, blijkt. De griep voltrok zich immers epidemiologisch volgens verwachting. Maar wereldwijd werd steeds duidelijker dat kinderen een relatief groot risico hebben op ziekenhuisopname met blijvende schade aan de longen. De ratio zei dat alleen kinderen tot vijf jaar ingeënt zouden moeten worden. Oudere kinderen niet, ondanks de emotie over een gezond meisje van veertien dat stierf.

Bliek van Defensie gooit een lastige kwestie in de groep. In Amsterdam en Utrecht was de opkomst relatief laag. De GGD wil daar niet-gekomen ouders een extra kans bieden hun kind alsnog de eerste prik te geven. Maar het ministerie ziet bezwaren.

„We moeten oppassen dat we gaan zwalken”, zegt Ruwaard. „De minister heeft gezegd dat er twee prikmomenten zijn. Eén voor de eerste prik en één drie weken later voor de tweede. Als we nu nog een derde moment toestaan, plaatsen we de uitvoerders voor grote logistiek problemen.” De verschillende vaccinmerken dreigen dan door elkaar te lopen. Ruwaard: „Dan maken we onszelf helemaal gek.”

Crisisbeheerser Marieke Mossink is niet gerust. GGD-en en huisartsen gaan misschien zelf een derde prikmoment organiseren, waardoor er regionale verschillen ontstaan. „Maar als de minister zo’n bezemmoment verbiedt, straalt het op hem af.”

Mossink sjeest naar het volgende overleg. Een paar kamers verder zit directeur-generaal Volksgezondheid, Huijts. Hij leidt het ‘beleidsteam crisisbeheersing’. Mossink schuift aan de U-vormige vergadertafel waar een videocamera op staat gericht. Zo kunnen de griepdeskundigen van het RIVM in Bilthoven mee vergaderen met de ambtenaren van Volksgezondheid, Defensie, Binnenlandse Zaken en de Inspectie. RIVM-directeur Roel Coutinho geeft de laatste ontwikkelingen door. Een aantal Europese landen beleeft al een teruggang van de griep. In Noorwegen is een gemuteerd virus aangetroffen dat agressiever is. In de VS en Wales is een resistentie tegen virusremmers geconstateerd. Coutinho zegt dat er onder wetenschappers in Nederland veel weerstand bestaat om zulke resistentie te melden, terwijl het RIVM dat „absoluut moet weten voor de verspreiding”. Het ministerie besluit juridische voorbereidingen te treffen om het melden van resistentie eventueel te verplichten.

Dan komt ook op deze vergadering het heikele ‘bezemmoment’ ter sprake. Roel Coutinho vindt het „heel raar” als kinderen die de eerste prikkans hebben gemist, met één prik moeten volstaan. „Dan geven we ze onvoldoende bescherming. De GGD kan het heus wel aan”, zegt hij door de intercom. DG Huijts reageert resoluut. Hij houdt zijn harde lijn vast. Als hij halverwege meer prikmomenten toestaat, gaan ouders denken: we zien wel. „We krijgen de hele operatie al met moeite gerund”, benadrukt Huijts.

Pakt de Inspectie coulante artsen aan ?, is de vraag. Nee. „Wij zijn hard in de regels en zacht in de uitvoering”, antwoordt Huijts. „Een achterdeurtje bieden oké, maar niet grote groepen alsnog prikken. Het betere mag niet de vijand van het goede zijn.” 

Geen tijd voor pauze. Marieke Mossink moet naar de vergadering van het ‘kernteam griep’. Zij zit dit wisselende gezelschap van beleids- en communicatieambtenaren voor. Mossink herhaalt wat eerder die dag steeds duidelijker werd: „Nu gaat het goed, maar we balanceren op het randje.” Een paar dagen later maakt de GGD duidelijk nog wél extra werk aan te kunnen. Met VWS overlegt de organisatie nu toch over inhaaldagen voor mensen die door overmacht de eerste prik misten.

Mossinks afdeling maakt overuren. Van de vijftien personen werken er zes aan de communicatie. Ze moeten telkens kiezen of ze het publiek een begrijpelijke boodschap brengen of inzicht geven in de dilemma’s waar het ministerie zelf mee worstelt. VWS koos voor het laatste bij vragen over zwangere vrouwen. Niemand wist zeker of vaccineren voor de foetus het beste is. Vaccinatie werd zwangeren in eerste instantie niet perse geadviseerd, maar wel ‘beschikbaar gesteld’. Die vaagheid kreeg grote kritiek. „Veel mensen willen liever eenduidig horen of een prik nou verstandig is of niet”, zegt Mossink.

Aan het reguliere werk komen Mossinks mensen bijna niet toe. Pas in 2010 wordt het werk voor de baarmoederhalskankervaccins voortgezet. Rampenoefeningen zeggen ze af. Veel dossiers liggen tijdelijk stil, behalve die van de Q-koorts. Het financiële spel is ook nog lang niet voorbij. De prijsafspraken met de GGD zijn nog niet gemaakt, huisartsen krijgen 8 euro per prik. Financiën kijkt uiterst kritisch naar alle kosten van VWS. Is het uitdelen van beertjes aan kinderen nou nodig?, vroeg een schatkistbewaarder over een lokaal initiatief.