Spits

Leo Beenhakker is op zoek naar een spits voor Feyenoord. Nou ja, op zoek? Op bedeltocht. Geld voor een spits is er niet, niet eens voor een linksback. En dus gaat Leo eerst bij oude vrienden langs. Bij Jorge Valdano van Real Madrid bijvoorbeeld. De twee kennen elkaar uit de vorige eeuw, toen de Rotterdammer zelf nog aan het sportieve roer stond.

De ontmoeting in Madrid moet buitengewoon hartelijk zijn geweest. Een betere omhelzer dan Leo Beenhakker is er niet. Zelfs regenpijpen smelten in zijn armen. Daarnaast heeft hij als coach van Real mooie succesjaren gekend. Dat vergeten Spanjaarden niet. Zij houden, anders dan Nederlanders, hun helden vast. Bij de presentatie van Rafael van der Vaart in Bernabeu werd het hagelwitte shirt, uiteraard, aangereikt door de stokoude, geheel kreupele Alfredo di Stefano. Daar wordt Coen Moulijn bij Feyenoord al jaren niet meer voor gevraagd. En Sjaak Swart bij Ajax ook niet.

Het zou best eens kunnen dat Beenhakker, tijdens de winterstop, met de derde of vierde reservespits van Real Madrid de Kuip komt binnengewandeld. Hand in hand. Zweefvliegtuigje in het zwerk bij wijze van groet – een helikopter nu is te duur. Of misschien is hij wel een afgedankte Pool tegen het lijf gelopen. Turk of Mexicaan zou ook kunnen, want Leo heeft tot in de uithoeken van de wereld voetballers en coaches omhelsd. Als de innigste onder zijn gelijken. Hemelse knuffels van een wonderlijke charmeur.

Beleid kun je het natuurlijk niet noemen.

Hoe vernederend moet het voor de technisch directeur zelf niet zijn? Je presenteert je in de wereld als gezant van de historische club Feyenoord, ook nog in een walm van persoonsgebonden glamour. En als dan een kleine vergoeding voor de beoogde transfer ter sprake komt, moet je zeggen: dat geld is er niet. Hoezo Feyenoord? Hoezo historische club? Hebben we het nu over Cottbus of Catania? Ooit was er toch iemand die zei: „Wie de Kuip heeft, heeft het leven.”

Leo Beenhakker: brug der zuchten.

De hele eredivisie is nu aan het shoppen, bij Manchester, Liverpool, Real en Bayern, om zich na de winterstop te versterken. Feyenoord kan niet eens naar Hapoel Nicosia voor een kleuter. Ik zie het nog gebeuren dat Luca Toni na de Kerst voor FC Twente speelt – Joop Munsterman is tot alles in staat. Ook weer zo’n charmeur, maar dan wel een met geld.

In de krant las ik dat Fortuna Sittard overweegt de „Wurger van Oostenrijk” aan de selectie toe te voegen. Van dat soort types weet je: niets is gratis. Maar kennelijk heeft Feyenoord dus niet eens de financiële ruimte om een halve crimineel uitzicht te bieden op een nieuw leven. Tja, dan moet je een gerespecteerd icoon als Leo Beenhakker gewoon thuislaten. Laat hem maar een beetje kermen en zuchten in Friesland of in Drenthe. Bij een glaasje en een sigaartje met Riemer en Annie. Een man als Beenhakker laat je niet afgaan buiten de landsgrenzen. Hem neem je in bescherming tegen zijn genetische dwang tot wereldse toestanden, tot praal en prestige. Toch als er geen cent te makken is.

En dus moet Feyenoord het seizoen uitzingen met Roy Makaay. Ik vind het geen straf. De afgeschreven spits mag dan al wat ouderdomsvlekken in de enkels hebben, hij kan nog steeds een boeman voor de vijand zijn. Als hij maar een zweem van vertrouwen krijgt. Een lichtval van respect. Ik weet zeker dat Roy Makaay bij het zwalkende Bayern van Louis van Gaal vandaag in de basis zou staan. Al was het maar omdat Duitsers gevoel hebben voor reputaties.

Wat Ruud van Nistelrooy bij het Nederlands elftal wil, mag Roy Makaay bij Feyenoord claimen: spelen! Oudere trainers weten: een spits kan urenlang onzichtbaar zijn, tot dat ene magische moment van genade. Zo was het met Romario, met Wim Kieft en met Marco van Basten ook. Daarom is het bijna schandelijk dat Makaay niet de kans krijgt om in zijn flitsende en grillige ego op te rijzen.

Miserabel provincialisme.

Hij zelf zal het niet meer afdwingen. Roy was al in gelatenheid geboren, en door de jaren heen is hij, talloze doelpunten ten spijt, niet veel charmebewuster geworden. Ergens in hem ligt een shovel die liefde keert. Het maakt hem juist fascinerend. Want wie de maskerades van onverschilligheid aan zich voorbij laat gaan, ziet nog steeds een killer. Het verlangen om te doden is helemaal intact.

Beenhakker en Makaay: eigenlijk zijn ze van hetzelfde stoofpotje: scoren en prestige. Zielsverwanten. Maar zeg dat in Rotterdam: stad van armen en benen. Waar nooit iets onderhuids mag zijn.