Scheiding van Cyprus zit vooral in het hoofd

Zolang de identiteit van het ene deel van Cyprus bestaat uit het haten van het andere, blijft handhaving van de status quo makkelijker te verkopen dan een regeling.

De dag waarop de Grieks-Cyprioot Ioannis Eliades het gaat wagen om terug te keren naar zijn kerk en zijn huis in het geboortedorp dat hij en zijn familie in 1974 achterlieten toen de Turkse troepen binnenvielen, begint met een rituele bijeenkomst. Dat ritueel ontgaat hem, zoals de meeste inwoners van het eiland. Ze horen er pas over aan het einde van hun werkdag aan weerszijden van het eiland, op de autoradio, het late avondnieuws, ze lezen het de volgende dag in het ochtendblad.

Dat ritueel begint ’s ochtends met de aankomst van een klein konvooi van journalisten, Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten, die hun cameraposities innemen voor de compound van de Verenigde Naties in het hart van de bufferzone. Tussen Noord en Zuid. Te midden van kapot geschoten huizen en wrakken van vliegtuigen die na het uitbreken van de gevechten in 1974 nooit meer van de startbaan kwamen. Turkse troepen wilden voorkomen dat de Grieks-Cyprioten, gesteund door de junta in Athene, het hele eiland overnamen en Turks-Cyprische dorpen uitmoordden.

Hier in de bufferzone onderhandelt de Grieks-Cyprische leider Dimitris Christófias deze week voor de 53ste keer met zijn Turks-Cyprische collega Mehmet Ali Talat over hereniging van het eiland. Het nieuws aan het einde van elke onderhandelingsdag komt al 53 maal op hetzelfde neer. Geen doorbraak, maar de leiders zijn „voorzichtig optimistisch”. „Saai”, verzucht een van de verslaggevers. „Ze zouden hier een basketbalveldje moeten aanleggen. Dan hebben we tenminste wat te doen.”

De tijd voor de onderhandelaars dringt. In december loopt de tijdlimiet voor Turkije af om zijn havens en vliegvelden open te stellen voor Cyprus, dat sinds 2004 lid is van de Europese Unie. Oplossing van het 35 jaar durende conflict in Cyprus is een belangrijke voorwaarde voor Turkse toetreding tot de EU. En in april zijn er aan de Turkse kant van het eiland verkiezingen. Dan moet de linkse en ‘pro-oplossing’ president Talat waarschijnlijk het veld ruimen voor een conservatief die niet gelooft in onderhandelingen maar in de status quo. Dan is alles voorbij.

Voor de verklaring van die stroeve onderhandelingen hoef je alleen maar mee te reizen met de Grieks-Cyprioot Ioannis Eliades, die vandaag zal terugkeren naar zijn geboortedorp aan de andere kant. Hij woont aan de Griekse kant van de verdeelde hoofdstad Nicosia. Dit is nu een stad van Giorgio Armani en Calvin Klein, vol winkels voor dure handtassen en zeiljacks en cafés waar de Grieken hun ijskoffie drinken. Hier wonen ze al vijf jaar comfortabel in de Europese Unie.

Ioannis Eliades is hier directeur van het Byzantijnse Museum en Kunst Galerij. Hij voert een emotionele strijd tegen de „bezetter” aan de andere kant. Hij steunt de actie van de Grieks-Cyprische orthodoxe kerk die de Turkse staat deze week voor de Europese rechter sleepte. De Turkse troepen zijn een belemmering van de Europese vrijheid van godsdienst zegt de aanklacht. Door de „bezetting” zijn Grieks-Cyprioten niet in staat om te bidden in de kerken die ze moesten achterlaten.

Oversteken naar de andere kant kan al jaren. Al wat Ioannis Eliades hoeft te doen is een stempeltje halen bij een van de zeven doorgangen die de groene lijn doorklieven. Fysiek bestaat de scheiding van het eiland eigenlijk niet meer. De scheiding zit in het hoofd.

Veel Grieks-Cyprioten steken nooit over. „Omdat ik me geen toerist wil voelen in mijn eigen land”, zegt advocaat Simos Angelides, die namens de Grieks-Cyprische kerk de rechtszaak tegen de Turkse staat voert. „Ik wil de autoriteit aan de andere kant niet erkennen. De bezetting van het noordelijk deel van het eiland is een schending van de mensenrechten.”

Aan de Turkse kant van het eiland hebben ze ook winkelstraten met luxe winkels, en cafés waar de Turks-Cyprioten Turkse koffie drinken. Ze wonen in de Turkse Republiek Noord-Cyprus, een staat die alleen door Turkije wordt erkend en die economisch afhankelijk is van subsidiegeld uit Ankara. Sinds het Griekse deel lid werd van de Europese Unie vroegen 100.000 Turks-Cyprioten identiteitsbewijzen aan van de andere kant, de welvarende Republiek Cyprus. De Turks-Cyprische elite stuurt haar kinderen steeds vaker naar de Engelstalige scholen aan de andere kant. Ook al wonen ze in een land dat door niemand wordt erkend, met de identiteitsbewijzen van de andere kant kunnen Turks-Cyprioten als Europese burgers naar de rest van de wereld reizen. Het isolement van Noord-Cyprus bestaat alleen nog op papier.

Ioannis Eliades wordt stil als hij Noord-Cyprus binnenrijdt. Het standbeeld van de grondlegger van de Turkse Republiek, Mustafa Kemal Atatürk, en de levensgrote vlaggen van zijn vijand roepen weerzin in hem op. „Kijk ze hier nou toch eens bouwen, op ons land. Dit is mijn land”, zegt hij. Tal van rechtszaken spanden de Grieks-Cyprioten aan tegen de nieuwe eigenaren van land dat ze in 1974 moesten achterlaten. De Europese rechter gaf hun in vrijwel alle gevallen gelijk en kende de Grieks-Cyprioten zelfs jurisdictie toe over al hun eigendommen aan de andere kant.

Ioannis Eliades rijdt Demirhan binnen, zijn geboortedorp dat in 1974 nog Trachoni heette. Hij rijdt zijn voormalige huis aan de Ecevit Caddesi voorbij, genoemd naar de Turkse premier die in 1974 de Turkse troepen naar Cyprus stuurde. Hij durft nog niet aan te kloppen. Hij wil eerst de Sint Nicolaaskerk laten zien, de kerk waar hij werd gedoopt. Het altaar is eruit gesloopt. Er is graffiti op de muur gekalkt. Op het kerkhof zijn de graven vernield, er steken botten uit. In een dorp verderop is het dak van een 17de eeuwse kerk ingestort. De eeuwenoude fresco’s op de muur zijn door regen en wind al bijna onzichtbaar. Elders zijn kerken omgebouwd tot moskeeën, veestallen of nachtclubs. „Dit doet zoveel pijn”, zegt hij. „Waarom laten ze dit zomaar gebeuren?”

Volgens de Turks-Cyprische president Talat in de hoofdstad Lefkosa is het tijdstip waarop de Grieks-Cyprische orthodoxe kerk koos voor de rechtszaak geen toeval. „De kerk wil onze onderhandelingen vertragen. Het is bekend dat de kerkleiders geen oplossing willen.” In 2004 voerde de Grieks-Cyprische orthodoxe kerk fel campagne tegen het plan tot hereniging, dat onder toezicht van de toenmalige secretaris-generaal Kofi Annan van de VN tot stand kwam. De aartsbisschop noemde dat plan toen „een plan van Satan”.

De Grieks-Cyprioten stemden, kort na toetreding tot de EU, massaal nee in het referendum over het Annan-plan. De Turks-Cyprioten stemde ja. „Maar voor beide partijen is de status quo nu zo comfortabel, dat er geen bittere noodzaak is voor hereniging. Iedereen wil het onderste uit de kan halen bij de onderhandelingen”, zegt de Turks-Cyprische mensenrechtenadvocaat Emine Erk.

De omstandigheden voor een oplossing zijn ideaal. De leiders aan beide kanten van het eiland, Christófias en Talat, hebben dezelfde linkse politieke achtergrond en kennen elkaar al jaren. In Ankara en Athene zijn nu hervormingsgezinde leiders aan de macht. Maar zolang de identiteit van de een bestaat uit het haten van de ander, blijft het handhaven van de status quo makkelijker te verkopen dan het opleggen van een regeling waarbij beide partijen moeten inleveren.

Ioannis Eliades klopt op de deur van nummer 9 aan de Ecevit Caddesi. Een oude vrouw doet open en duikt meteen weg. Haar zoon Olgan Sener komt aangestrompeld, zijn voet zit in het verband. „Kom binnen”, zegt hij. Ioannis Eliades stapt zijn oude slaapkamer binnen. Hij voelt aan de plinten van het slaapkamerraam. Daaronder stond vroeger zijn bed. Hij voelt aan de koude klinken van de tuindeuren. „In de zomer stonden die altijd open.” Hij wijst naar het stoeltje op de veranda waar de oude vrouw nu zit. Daar zat zijn grootvader vroeger altijd.

Dan kijkt hij Olgan Sener aan. „Ik zou heel graag mijn oude huis terugwillen.” De Turks-Cyprioot knikt. Dat begrijpt hij. „Ik zou heel graag mijn oude huis dat aan jullie kant staat weer terugwillen.” Ioannis Eliades knikt. Dat begrijpt hij ook. „Koffie?”, vraagt de Turks-Cyprioot. Ioannis Eliades zwaait met zijn hand en weert het verzoek af. „Ik voel me niet zo goed.” Het is al laat. Hij wil terug naar de andere kant.