Oud is nieuw in Deventer

Deventer is een van de oudste steden van Nederland. Dé oudste? Moeilijke vraag. En wat is oud? Een dagje graven in de stadsgeschiedenis.

Opeens verlangde ik naar een oude stad. Dat komt door Sinterklaas. En het is evolutionair bepaald.

Onzin? Niet in deze redenering. Er is een theorie die zegt: alle dingen en plekken die een kind de eerste keer bewust waarneemt, zijn meteen de archetypen waaraan hij zijn volgende impressies spiegelt. Concreet: ik ben opgegroeid in een dorp bij een oer-Hollands stadje. Dat is dus mijn oer-stadje. Van andere stadjes werd ik mij als kleuter bewust, aan de buis gekluisterd bij tv-mama Mies Bouwman, die alle jaren op een koude kade stond te wachten op de stoomboot uit Spanje.

Daarom wilde ik naar de oudste stad van Nederland. Maar wat is de oudste stad? Het jaargetijde van tradities is gekomen, zodat ik genoegen nam met een gezellig antwoord. Een fijne vraag voor Triviant had ik mezelf gesteld en via Google vond ik: Deventer staat nummer 1 op de lijst van oudste Nederlandse steden – sinds het jaar 952.

Zo liep ik op een motregenachtige ochtend al vóór tienen over de Brink van een stad met een echte Sinterklaaskade. Dat was boffen.

1

1 Bussinks koekwinkeltje De oude Hanzestad Deventer met haar rijke historie, waar tientallen prachtige gevels de taal fluisteren van een zeer grijs verleden en waar de Lebuïnuskerk en het museum De Waag historische pronkjuwelen vormen die iedere rechtgeaarde Deventenaar met trots vervullen, hier is het, dat verleden en heden door de jaren heen aan elkaar ‘gekoekt’ zijn in figuurlijke maar ook in de meest letterlijke zin.

Schreef ik die vorige volzin? Nee. Ik citeer uit een horecavakblad dat in 1958 de verhuizing meldde van een Deventer icoon: het koekwinkeltje van Jacob Bussink. ‘Sinds 1593’, staat er op de gevel. Maar niet in dit Anton Pieckpandje, hoor ik binnen van de bazin. De winkel van Bussink was eerst elders in de stad gevestigd. Jacob Bussink had de zaak in 1820 gekocht. De naam luidde toen: ‘In de van oudsher gekroonde Allemansgading.’ Inmiddels is het geslacht Bussink uitgestorven. Wie nu de eigenaar is? Een keten van koek- en kaakfabrieken, Continental Bakeries: beter bekend van de toastjes van Haust. De opperbakkersvrouw geeft me haar visitekaartje. Manager koekwinkel staat erop.

2

2 Een ooit gestolen schedel Het heden zit me al meteen op de hielen, maar voor het verleden was ik vandaag gekomen. Schuin steek ik de Brink over naar de Waag, met daarin het Historisch Museum. Aan een zijgevel hangt een fikse ketel, zo’n pot als waarin inboorlingen ooit missionarissen kookten. In deze met olie gevulde ketel werden in de 14de en 15de eeuw valsemunters gefrituurd, lees ik op een bordje. Kijk, dát wil ik weten.

Eerlijk gezegd was ik al een keer eerder in het Deventer stadsmuseum geweest. (Een bezoek waard!) Mijn favoriet is er een kistje met de schedels van boeteprediker Geert Groote (1340-1384) en een kompaan. Dichterbij de geschiedenis kun je bijna niet komen. Een mevrouw van de rondleiding vertelt dat Groote’s schedel in 1980 uit de Lebuïnuskerk is gestolen en daar in 1994 plots weer is opgedoken, waarschijnlijk teruggebracht door een spijtoptant. En, zegt ze in een bijzin, er gaan geruchten dat dit niet de oorspronkelijke schedel is, maar daar weet ze het fijne niet van.

Maar dát wil ik nu niet weten.

Een vraagje, tot slot: hangt de akte met het Deventer stadsrecht ook in dit museum? Nee, daarvoor moet ik in het stadsarchief zijn.

3

3 ‘Verdwenen stadsrecht’Aardige, behulpzame mensen in het archief, beslist. Internethuiswerk heeft me geleerd dat Deventer (loco Dauindre) in het jaar 952 voor het eerst in een geschreven bron opduikt en in 1123 formeel stadsrecht krijgt. Was ik een stad, dan zou ik de oorkondes daarvan boven m’n bed hangen. Maar de geschiedenis van Deventer is véél ingewikkelder, leer ik snel bij, geholpen door drie archiefmedewerkers. Het document uit 952 ligt in het Beiers archief in München. Het jaar 1123 is niet het jaar van het Deventer stadsrecht, maar van het alleroudste archiefstuk dat ter stede is overgeleverd: een charter waarin keizer Hendrik V de Deventenaren vrijstelt van het betalen van doop- en begraafgelden. Wacht, de stadsarchivaris haalt het even uit het depot, nee, geen moeite.

Maar waar is nu het ‘geboortebewijs’ van de stad Deventer? Helaas, verloren gegaan. En het jaartal? Onbekend, ergens in de 13de eeuw moet het zijn geweest.

Hetzelfde is gebeurd met Kokkelburg, probeer ik nog luchtig te doen (met dank aan Annie M.G’s Otje). Maar deze klassieker wordt hier niet gekend.

4

4 ‘Kerk in uitvoering’Nog is mijn honger naar stadshistorie niet gestild. Tot mijn vreugde zie ik dat de toren van de beroemde Lebuïnuskerk geheel in bouwsteigers is verpakt. Daar zal de tand des tijds niet snel weer vat op krijgen. In de kerk hoop ik door te dringen tot oudere sporen dan het niet zo belangrijke jaar 1123. Een folder bij de ingang belooft me 11de eeuwse schilderingen van engelen, in de crypte. Check – ze zijn er nog. En daarboven, in het koor, moet een schitterende mozaïekvloer van ook bijna duizend jaar oud liggen. Helaas, die is vandaag even afgedekt met dikke platen isolatiewol en multiplex, want de kerk wordt verhuurd voor evenementen en alles van historische waarde is nu eenmaal kwetsbaar.

5

5 Dickens in de WalstraatDeventer is ánders oud dan ik vooraf in een nostalgische bui had verzonnen, zoveel is me inmiddels wel duidelijk. Vriendelijk samengevat: de geschiedenis lééft er. Het ultieme bewijs daarvoor is te vinden in de schilderachtige, oude Walstraat, waar in het weekend voor Kerst het Dickens Festijn wordt gehouden, al weer voor de negentiende keer. Wat wil zeggen: 150.000 bezoekers, 900 verklede artiesten en figuranten, acht toneelgezelschappen, drieëntwintig koren, vijf kinderkoren en negen orkesten, allemaal in de sfeer en stemming van het 19de eeuwse Victoriaanse Engeland.

Kijk, dát is Deventer, een stad met verbluffende energie en handelsgeest.

Heeft u ‘geheime tips’ voor de leukste winkels, restaurants, hotels, musea en andere attracties van Deventer? Mail ze naar weekblad@nrc.nl en ze verschijnen op nrc.nl/weekblad.