Opeens wil iedereen een 'app' op de iPhone

Softwareontwikkelaars storten zich met gretigheid op de Apple iPhone. Mobiele bellers blijken bereid te betalen voor extra spelletjes en programma’s op hun telefoon.

Barack Obama doet het. Kranten en tv-stations doen het, en supermarktketen Albert Heijn doet het ook. Allemaal bouwen ze applicaties voor de iPhone – kortweg ‘apps.

Sinds Apple in juni vorig jaar een winkel begon waarin ontwikkelaars hun eigen software voor de smartphone kunnen verkopen, loopt het storm in deze zogeheten App Store. Het aantal applicaties, vooral games of mobiele versies van een webdienst, groeide uit tot meer dan 100.000. Volgens Apple zijn er 2 miljard apps gedownload. Hoeveel er daarvan betaald zijn of gratis, is niet bekend

In de Amsterdamse Westergasfabriek werd deze week het ICE-congres gehouden, een bijeenkomst voor bedrijven en ontwikkelaars die software voor mobieltjes bedenken. Amerikaan Jonathan Wight is een van hen. Hij is nu ongeveer een jaar bezig met de ontwikkeling van iPhone-applicaties. „Ik heb meegewerkt aan de Barack Obama-app, die in de aanloop naar de presidentsverkiezingen verscheen. Nu wil iedereen opeens op de iPhone. Het is een ongelooflijk interessante markt voor ontwikkelaars.”

Wight had al ervaring als programmeur voor Apple’s OS X-platform, waardoor hij makkelijk de overstap naar de iPhone kon maken. Nu runt hij een bedrijf met acht programmeurs die ontwikkelen voor grote klanten, zoals koffiefabrikant Starbucks en de Amerikaanse gezondheidswinkel Whole Foods.

„Ervaring met het ontwerpen van Apple-programma’s is een voordeel als je goede software voor de iPhone wilt maken”, beaamt Joris Kluivers. De 24-jarige student informatica vult zijn tijd met het programmeren van iPhone-apps. „Daar is nu de meeste vraag naar.”

Het ontwikkelaarswereldje is internationaal. Zoals Jonathan Wight programmeurs inhuurt in Europa, hielp Joris Kluivers mee met een applicatie voor een bedrijf in New York. Van Kluivers’ hand is ook een geintje van verzekeraar Achmea: de software liet een (nagebootste) barst in het scherm van de iPhone verschijnen, waarop de iconen vervolgens uit beeld dreven. Apple bleek not amused en verwijderde de software uit de App Store. Volgens Kluivers was de opdrachtgever toch blij: „Het zorgde voor meer belangstelling.”

Joris Kluivers werkte ook mee aan Appie, een gratis applicatie die supermarkt Albert Heijn onlangs voor de iPhone uitbracht. Binnen een week tijd stond Appie bovenaan met 80.000 downloads. Gebruikers kunnen de bonus-aanbiedingen bekijken maar nog geen boodschappen doen – dat volgt wellicht later.

Word je nou rijk van het ontwerpen van iPhone apps? Vincent Verweij is eigenaar van Makayama.com, een bedrijfje in mobiele media en software. Hij heeft niet slecht geboerd, vindt hij. „We hadden twee applicaties toen Apple in juni 2008 de App Store opende. Een daarvan was Television, waarvan we 100.000 exemplaren verkochten." De iPhone leverde zo 250.000 euro extra omzet op.

Dit jaar is het moeilijker om op te vallen tussen al die andere programmaatjes, denkt Verweij. „Je concurreert met de grote ontwerpstudio’s maar ook met 13-jarige whizzkids.” Net als bij de goldrush in Californië waren het alleen de eerste mensen die er rijk van werden, zegt Verweij. Bijvoorbeeld Amerikaan Steve Demeter, die in twee maanden 250.000 dollar verdiende aan het spelletje Trism.

„Om op te blijven vallen in de iPhone-winkel moet je meer verschillende programma’s ontwikkelen”, aldus Verweij. Dat kost veel geld. Hij richt zijn aandacht liever op een ander mobiel platform dat opnieuw een goudkoorts kan ontketenen. „We werken nu aan applicaties voor Windows Mobile 7, dat in februari 2010 uitkomt. Microsoft ligt nu achter op de Apple iPhone, maar heeft wel de marketingkracht om de achterstand in te halen.”

Apple houdt vanuit Cupertino streng in de gaten welke software er in de winkel verschijnt. Dat gaat niet altijd even soepel. Softwareontwikkelaars klagen er over dat de testperiode te lang duurt. Overleg met Apple is niet mogelijk: „Het is alsof je een mailtje stuurt naar een zwart gat, je krijgt nooit reactie”, zegt een programmeur.

Ook Bernd Hahn van het Duitse softwarebedrijf Navigon, verbaast zich er over dat Apple er wekenlang over doet om software te beoordelen. „En dat terwijl onze software ze het meeste oplevert.”

Navigatiepakketten als die van Navigon kosten 70 tot 100 euro, terwijl de meeste software in de App Store minder dan 5 euro kost. Apple ontvangt 30 procent van het aankoopbedrag. Dat is te veel, zeggen sommigen. Maar Hahn vindt het percentage niet onterecht. „Als ik via een normale winkel zou verkopen, zou ik veel meer marge kwijt zijn.”