Nu de mens de hele natuur naar zijn hand zet, is het tijd voor een volwassen beslissing

Tot de 20ste eeuw was de mensheid kind van de natuur. Nu de mens zelfs de ijzige Noordoostpassage goed kan doorvaren, is hij pas echt volwassen, aldus de Deense auteur Jens Christian Grøndahl. En dus rijst de vraag: kiest de mens straks in Kopenhagen voor vadermoord of voor ouderenzorg? Volgens voormalig IPCC-lid Bert Metz moet de mens in elk geval zorgen voor een deugdelijk politiek akkoord.

Deens auteur. Schreef behalve romans en essays ook hoorspelen. In het Nederlands verschenen onder meer‘Stilte in oktober’ (1998), ‘Luca’ (2000), ‘Hartslag’ (2004) en ‘De tijd die nodig is’ (2008).

Twee Duitse vrachtschepen namen afgelopen zomer de krantenkoppen mee in hun kielzog toen ze zonder assistentie van ijsbrekers de Noordoostpassage volbrachten, normaal gesproken de onbevaarbare straat ten noorden van Siberië die het Atlantisch halfrond met de Grote Oceaan verbindt. Nog maar enkele jaren geleden zou de passage door ijs afgesloten zijn geweest. Nu werd de opwarming van de aarde aangewezen als oorzaak voor deze mogelijkheid voor de internationale scheepvaart om zich de route door het Suezkanaal te besparen.

Er worden oceanografen aangehaald die beweren dat, eerder dan de temperatuurveranderingen, het de stroom- en windomstandigheden zijn die de Noordoostpassage opnieuw bevaarbaar hebben gemaakt. Hoe dan ook werd het mythische vaarwater tussen de twee wereldoorlogen geregeld gebruikt door sovjetschepen. Altijd al behoorde het varen slechts tot de theoretische mogelijkheden gedurende de korte poolzomer, maar vooral de satellietobservatie van drijf- en pakijs heeft, samen met computerbesturing van de schepen, de noordelijke route tot een aantrekkelijk, energie- en tijdsbesparend alternatief gemaakt.

Over het oorzakelijk verband tussen de klimaatsveranderingen en het opnieuw kunnen bevaren van de Noordoostpassage hoeft hier niet te worden beslist. Wat onder alle omstandigheden interessant is, is de existentiële onrust die de twee vrachtschepen in de krantenkolommen veroorzaakten.

De wereld is gegroeid naarmate zij werd ontdekt. In de periode tussen Columbus en Amundsen is de middeleeuwse orde van een wereldbeeld zonder grenzen vervangen. De omvang van de onoverzienbaarheid kon met steeds grotere precisie worden ingekleurd, want met het in kaart brengen werd de aarde alleen maar eindelozer. Voor de pre-moderne mens was alles achter de horizon zaak van Onze Lieve Heer, en Zijn voorzienigheid verzekerde alle dingen van hun plaats en betekenis. In het moderne bewustzijn daarentegen wordt de reikwijdte van de gedachte bepaald door de oneindigheid van het universum.

Vervolg Poolgevoel: pagina 2

Scandinaviërs voelen zich nu dakloos

Met socratische ironie heeft de natuurwetenschap ons betrekkelijke niet-weten gebruikt als basis voor zijn onophoudelijke testen van wat wij geloven, wat wij weten. Maar de beperking en onzekerheid van ons weten was niet alleen maar een weerstand die overwonnen moest worden. Integendeel, in de moderne beschaving is sprake van een cultureel vruchtbare dynamiek tussen ‘beschavende’ natuurbeheersing en een romantische voorstelling omtrent de ‘andersheid’ van de natuur.

Voor de ontdekkingsreiziger uit de negentiende eeuw was ‘Het Andere’ te vinden in de witte vlekken op de kaart die verder was bedekt met oerbos of woestijn. Maar twee van die vlekken moesten wit blijven. ‘Mogen en moeten wit blijven’, zal men vandaag zeggen. Niet alleen onder verwijzing naar de klimaatcrisis, maar ook omdat wij moeite hebben onszelf voor te stellen zonder de ijskoude onoverwinnelijkheid van de witheid.

De oerwouden worden langzamerhand door spoorwegen en autowegen doorsneden. Daar hebben altijd al mensen gewoond, net zoals de woestijnen sinds jaar en dag door geharde nomaden op kamelen worden doorkruist. Vergeleken met de subtropische en equatoriale zones van relatieve ontoegankelijkheid zijn de arctische gebieden de minst gastvrije gebleven. Alleen de Inuitcultuur heeft met een krachtinspanning van uithoudingsvermogen en vindingrijkheid kunnen overleven aan de rand van het grote niets. Daardoor manifesteren poolonderzoekers en hun vaak tragisch mislukte expedities zich des te heroïscher in de mythologie van de negentiende-eeuwse krachtproeven tussen wetenschap en wildernis.

Aan de kustweg direct ten noorden van Kopenhagen staat op de borstwering een granieten beeld van Denemarkens grootste poolheld, de Groenlandvaarder Knud Rasmussen. Gekleed in de karakteristieke anorak van de Inuit houdt hij een want boven zijn ogen om de Zweedse kust aan de overkant van de Sont te aanschouwen, alsof hij van hieruit het Groenlandse landijs probeert te peilen. Het is komisch om ’s zomers de granieten reus te passeren tussen andere fietsers in zwemkleding, maar het is moeilijk geworden om de onheilszwangere symboliek over het hoofd te zien als je ziet dat het water is en geen ijs waarover hij waakt.

Mannen als Rasmussen, Amundsen en Bering waagden zich op dat deel van de aardbol dat in zijn angstaanjagende glorie, meer dan welke andere plaats ook, zich manifesteert als de ontkenning van elke menselijke aanwezigheid. Afschrikwekkend en daarom fascinerend. Vijandig, en daarom is het noodzakelijk om je verhouding ertoe te definiëren. Onoverwinnelijk en daarom een treiterende uitdaging voor de oneerbiedige onderzoeksdrang van de Europese mens. Dat Amundsen in 1906 de Noordoostpassage voltooide was de verwezenlijking van een oude droom van alle zeevarenden, maar doordat zij in vervulling ging, begon tegelijkertijd de ontnuchtering, die de afgelopen zomer culmineerde in de pooltocht van de twee eerdergenoemde vrachtschepen.

De ‘mentaliteitsgeografische’ consequenties zijn aanzienlijk. Voor een Scandinaviër is dit gelijk aan gewoond te hebben in een huis dat aan één kant een brandmuur heeft. Op een dag stort de muur in en het licht straalt naar binnen vanuit de leegte die hij heeft achtergelaten – een snijdend, heel erg verkeerd licht. Als je bent opgegroeid aan de noordelijke rand van het continent ben je eraan gewend om je op het oosten, het westen en – in het bijzonder – het zuiden te oriënteren; nooit op het noorden, anders dan in de romantische dweperij met de haast agressieve maagdelijkheid van de ongerepte natuur. De bedrijvige zomertocht van de twee vrachtschepen komt dichtbij een ontmaagding van de ontoegankelijkheidsmythe van het Noorden en laat de Scandinaviërs achter met een vervreemdende en dakloos te noemen ervaring dat de aarde nu pas echt rond is geworden.

Met behulp van psychologische begrippen kun je zeggen dat niet alleen Scandinaviërs, maar iedereen die van de moderniteit deel is gaan uitmaken eindelijk de volwassen rijpheid begint te verkrijgen, die vóór al het andere bestaat uit het op zich nemen van de volle verantwoordelijkheid. Tot de twintigste eeuw waren we zonen en dochters van de natuur, en vanuit dat perspectief bekeken kan de wetenschappelijke en technische revolutie van de laatste vijfhonderd jaar worden gekarakteriseerd als een jongerenoproer met Prometheus als rolmodel.

Zoals de tiener het vaderlijk gezag trotseert – in de heimelijke geruststellende wetenschap van diens tegenkracht – kende de industrialisatie als zijn stilzwijgende vooronderstelling de grenzeloosheid en overmacht van de natuur, gesymboliseerd door de eeuwige witte vlekken van de polen. De eindelijk volwassen mensheid zal bij de klimaattop in Kopenhagen staan voor de keuze tussen de ultieme vadermoord of de wereldomvattende ouderenzorg.