'Niemand wist van mijn dubbelleven'

Hoewel vrij opgevoed durfde Rein van Gelder (1973) thuis niet te vertellen dat hij homo was. ‘Elke dag dacht ik: nu zeg ik het.’

‘Ik voelde dat er iets aan de hand was. Iets ernstigs. Ik lag met koorts op de bank, ik sliep soms twintig uur op een dag, ik werd steeds slapper. Mijn huisarts wilde een uitgebreid bloedonderzoek doen, omdat alle symptomen op de ziekte van Pfeiffer leken. Zullen we dan meteen een hiv-test meeprikken, vroeg hij, en ik zei oké, hebben we dat ook weer gehad. Ik deed elk jaar een hiv- en soa-check.

„Toen mijn arts een week later belde en zei dat mijn hiv-test ‘positief uitviel’, sloeg ik zo, pats, steil achterover. Dit was het dan, dacht ik. Mijn leven is voorbij. Mijn zus en mijn beste vriendin kwamen meteen langs. Precies een jaar eerder was mijn moeder overleden, dus zij zeiden: zeg nog maar niks tegen pa. Toen zei ik: ‘Ho ho, daarvoor gaan pa en ik veel te vertrouwelijk met elkaar om.’ Sinds mijn coming-out weet mijn vader alles van mij. Hij accepteert me zoals ik ben.

„Het gekke is dat ik helemaal niet zo’n wild leven geleid heb. Vergeleken met mijn vrienden was ik de brave hendrik. Ik kwam wel eens op een parkeerplaats, maar verder... Ik deed het in principe veilig. Ik had vriendjes, voor kortere of langere tijd. Nooit te lang. Van te veel vastigheid raak ik benauwd en overspannen.

„Een paar keer ben ik in België naar een sauna geweest. Daar heb ik op een avond uitgebreide seks gehad met een jongen, en volgens mij heeft hij mij besmet. We hebben het nog over soa’s en hiv gehad van tevoren, maar hij zei dat hij niks had. Ik vond hem leuk en lief. In het heetst van de strijd hebben we condooms achterwege gelaten. Toen ik na de uitslag tijdelijk in het ziekenhuis lag is hij twee keer op bezoek geweest, maar hij ontweek mijn confronterende vragen. Daarna heb ik hem niet meer gezien. Ik ben niet kwaad op hem; ik ben zelf de fout in gegaan. Ik zou hem alleen willen vragen waarom.

„De foto is gemaakt op de dag van de bruiloft van mijn broer Willem. Ik was twintig, en ik had verkering. Ik werkte in de supermarkt en was bezig om mijn vrachtwagenrijbewijs te halen. Ik woonde nog bij mijn ouders.’s Nachts ging ik wel eens op pad. Zo bevredigde ik mijn homoverlangens. Intussen maakte ik toekomstplannen met het leuke meisje dat ook in de supermarkt werkte. Niemand wist van mijn dubbelleven af, en ik wilde zelf ook gewoon trouwen en kinderen krijgen. Dat deed iedereen.

„Na zeven jaar vroeg ik mijn vriendin ten huwelijk, en toen begon de bal te rollen: huis kopen, verbouwing, bruiloft... Maar drie maanden na het feest raakte ik compleet overspannen. Ik sliep niet meer, ik kon niet meer werken. Ik zat elke middag bij mijn ouders op de bank te trillen als een rietje. Mijn moeder voelde wel aan dat ze me met rust moest laten, maar mijn vrouw werd gek, die vroeg steeds meer. Elke dag dacht ik: nu zeg ik het, nú. ‘Ik ben homo.’ Maar dan won mijn angst het weer.

„Het allerbangste was ik om mijn ouders en mijn zus te verliezen. We zijn vrij opgevoed, en als mijn broers vroeger homo’s uitscholden, corrigeerde mijn moeder dat. Maar toch. Ik voelde me zo schuldig. Toen ik het eindelijk mijn vrouw opbiechtte, midden in de nacht, ben ik naar mijn zus gegaan. ‘Ik ben anders dan jullie allemaal denken’, huilde ik, en zij huilde ook, maar ze werd niet kwaad. Mijn vader zei toen hij het hoorde alleen maar: ‘Jongen jongen, wat heb jij het jezelf moeilijk gemaakt.’ Voor iedereen viel achteraf het kwartje.”

Een dorps straatje naast een razende snelweg. Dit is thuis, van hem alleen: proper, opgeruimd, rode bloemen op de vensterbank. Fysiek voelt hij zich nu al een jaar goed. Hij gaat elke doordeweekse avond eten bij zijn vader.

Heeft u ook een interessante familiefoto?Mail naar weekblad@nrc.nl