Nederland, dat is pas een fiscaal paradijs

Onder internationale druk – ook vanuit Nederland – heeft Curaçao veel belastingvoordelen afgeschaft. Nu vreest het eiland een leegloop van bedrijvigheid.

Alarmerende cijfers. Althans zo worden ze door diverse belangenorganisaties van de financiële sector op Curaçao gepresenteerd.

Deze bedrijfstak is de afgelopen jaren in omvang aanmerkelijk teruggelopen. Sinds 2002 liep de bijdrage van deze sector op de totale economie van het eiland terug van 485 miljoen Antilliaanse gulden (185 miljoen euro) tot 303 miljoen vorig jaar. De directe bijdrage die de financiële sector aan de Antilliaanse staatskas levert fluctueert sterk: in 2008 was dat 110 miljoen gulden, het jaar ervoor 66 miljoen, in 2005 300 miljoen.

Het aantal geregistreerde offshorebedrijven, de belangrijkste inkomstenbron voor de financiële sector op het eiland, is teruggelopen van ruim 20.000 tot een kleine 14.000. Alle grote Nederlandse banken hebben zich van het eiland teruggetrokken.

De angst is groot dat het economisch belang van de financiële industrie de komende jaren verder afkalft. Op dit moment is het met zo’n tweeduizend directe en 6.500 indirecte banen de tweede sector van het eiland, na het toerisme.

„Curaçao stelt weinig meer voor”, zegt fiscalist Enrico van der Meij van TC Tax Lawyers. Vooral omdat het eiland, waar hij al twaalf jaar werkzaam is, niet in staat is de achterstand die het in de financiële sector heeft opgelopen weg te werken. „We worden van alle kanten ingehaald.” Van der Meij ziet toenemende concurrentie, zowel vanuit Europa (Cyprus, Luxemburg, Malta) als vanuit Azië en het Midden-Oosten.

De zorgen over de gezondheid van de financiële sector op Curaçao zijn niet nieuw. Al in 1999 ging het oude fiscale regime dat van Curaçao een aantrekkelijk belastingoord had gemaakt op de schop. Dat regime dateerde van kort voor de Tweede Wereldoorlog, toen notaris Ton Smeets Nederlandse multinationals als Shell, Philips en SHV naar Curaçao haalde om hun belangen veilig te stellen voor het geval Nederland bezet zou worden. Na de oorlog werd de deze fiscale zetelverplaatsing de basis van een decennia lang florerende financiële offshore-industrie. Naast de Antillenroute werd de zogeheten Dutch Sandwich een populair middel om met een bv in Nederland en een Antilliaanse nv op Curaçao zo min mogelijk dividend- en vennootschapsbelasting te betalen. Ook voor vermogende particulieren werd Curaçao een aantrekkelijke vestigingsplaats – soms fysiek gelokt met de penshonado-regeling, meestal virtueel met brievenbusmaatschappijen.

Onder druk van de Europese Unie en de Verenigde Staten schaften de Antillen in 1999 hun fiscale offshoreconstructies af, met een ruime overgangsperiode van twintig jaar. Het politieke klimaat was veranderd, de Koude Oorlog voorbij – en daarmee de acute dreiging dat westerse tegoeden in vijandige handen zou komen. West-Europa en de VS zagen tot hun groeiende afgrijzen dat veel van hun grote bedrijven door de nu overbodige fiscale vluchtroutes nagenoeg geen belastingen in eigen land betaalden. Daar moest maar eens een eind aan komen.

Volgens betrokken fiscalisten heeft Curaçao daar iets te enthousiast aan meegewerkt, onder druk van het oude moederland. Bryan Irausquin van Ernst & Young: „Wij wilden graag het beste jongetje van de klas zijn. Andere zogenaamde belastingparadijzen als de Britse Maagdeneilanden en de Kaaimaneilanden zijn lang niet zo netjes geweest.”

Na de aanslagen op ‘9/11’ kwamen er meer restricties voor de internationale financiële wereld om mogelijke terrorismefinanciering en witwassen tegen te gaan. Net als andere ‘taxhavens’ kreeg Curaçao en meldplicht voor verdachte transacties en ging het een transparanter beleid voeren.

In april van dit jaar culmineerde het internationale sentiment tegen belastingparadijzen in de gevreesde lijsten van de Oeso, de club van rijke industrielanden. Er kwamen een zwarte, een witte en een grijze lijst, die aangeven in hoeverre landen zich houden aan de ‘internationaal overeengekomen belastingstandaard’. De Nederlandse Antillen kwamen op de grijze lijst te staan van landen die de nieuwe Oeso-standaard weliswaar onderschrijven maar nog onvoldoende hadden ingevoerd.

De regering in Willemstad schrok en was teleurgesteld. Het was niet precies duidelijk wat de criteria waren voor deze lijsten. Daarnaast rook Curaçao willekeur zegt Alex Rosaria, tot voor kort staatssecretaris van Financiën. „Er speelden veel geopolitieke factoren een rol. Net als bij het Eurovisie Songfestival en de Miss Universe-verkiezing.” Als voorbeeld noemt Rosaria China, dat met Hongkong en Macau over aantrekkelijke fiscale jurisdicties beschikt. „Hoewel zij veel minder transparant zijn, stond China meteen op de witte lijst.”

Een ander voorbeeld waarover KPMG-fiscalist Ralph Palm viel was dat enkele erkende Europese gebieden waar de belastingdruk laag is eveneens op de witte lijst kwamen: Cyprus, Malta, de Kanaaleilanden. De indruk in Willemstad bestaat dat het Verenigd Koninkrijk beter voor zijn voormalige koloniën heeft gelobbyd dan Nederland. Volgens Palm heeft Groot-Brittannië, lid van de Oeso, landen als Jersey en Isle of Man „op tijd gewaarschuwd” voor de naderende zwarte lijst.

Sinds het voorjaar heeft voormalig staatssecretaris Rosaria hard gewerkt om aan één spijkerhard criterium van de Oeso te voldoen: voldoende bilaterale belastingverdragen afsluiten. In april hadden de Antillen er zeven; inmiddels al zestien. Daardoor kreeg het land half september te horen dat het was gepromoveerd naar de witte lijst van de Oeso. Twaalf was genoeg maar de Antillen wilden het zekere voor het onzeker nemen. Rosaria benadrukte bij die gelegenheid niet zelfgenoegzaam achterover te gaan leunen. „In het huidige economische klimaat blijft de blik gericht op internationale dienstencentra.”

Toen de Amerikaanse president Barack Obama Nederland in mei eveneens een belastingparadijs noemde kwam er onmiddellijk vanuit Den Haag een politieke actie op gang om dat ongedaan te krijgen. De volgende dag liet staatssecretaris De Jager weten dat dit „misverstand” uit de wereld was. Obama schrapte Nederland van zijn eigen zwarte lijstje.

Dat verhaal voedt op Curaçao het wantrouwen jegens het voormalige moederland. Rosaria snapt dat Curaçao niet op veel steun vanuit Nederland mag rekenen. „We moeten niet vergeten dat Nederland een concurrent van ons is.” Fiscalist Palm drukt het iets minder diplomatiek uit: „Terwijl Nederland ons jaren lang de les heeft gelezen op fiscaal gebied, is het zelf een van de grootste tax havens ter wereld.” Volgens Van der Meij van TC Tax Lawyers telt Amsterdam meer trustbedrijven en brievenbusmaatschappijen dan Curaçao. Met name op het gebied van dividend- en royaltyheffingen heeft Nederland voor multinationals aantrekkelijke tax rulings.

Op de Antillen wappert men graag met de conclusie van het Tax Justice Network, een internationale club die strijdt tegen belastingontduiking. Begin deze maand presenteerde deze club de ‘Financiële geheimhouding index’, waarin omstreden belastinglanden op een rij staan. Nederland staat op de vijftiende plaats, de Antillen ver daarachter op 38.

Curaçao heeft niet al zijn fiscale aantrekkelijkheden overboord gegooid. Op het eiland zijn zeven zogeheten ‘e-zones’ ingericht, gebieden waar buitenlandse bedrijven zich onder bepaalde voorwaarden kunnen vestigen. Bijvoorbeeld door zich er ook werkelijk fysiek te vestigen met een minimum aantal werknemers. Voor deze bedrijven geldt een lage vennootschapsbelasting van 2 procent. „Belastingparadijs!”, roepen Nederlandse politici dan volgens Van der Meij. „Terwijl de e-zone een zelfde soort faciliteit biedt als Nederland doet aan internationale bedrijven. En het is Oeso-proof.”

De financiële sector op Curaçao zou graag zien dat Nederland in de toekomst juist wil samenwerken op fiscaal gebied. Volgens Bryan Irausquin, die voorzitter is van belangenvereniging Cifa, zou Curaçao moeten kunnen profiteren van de geografische ligging in de Amerikaanse tijdzone en dichtbij de opkomende economieën van Zuid-Amerika én de historische band met Nederland als prominent lid van de Europese Unie.

Rosaria zegt herhaaldelijk pogingen te hebben gedaan nauwere samenwerking met Nederland tot stand te brengen. Die zijn volgens hem door Den Haag telkens beleefd afgewimpeld.

Alex Rosaria was sinds april 2006 staatssecretaris van Financiën, belast met fiscaal beleid. Twee weken geleden nam hij ontslag na een conflict met zijn partijleiding. Voor dit verhaal was hij al eerder geïnterviewd.