Makaak-oma's zorgen voor hun kleinkind en maken zich zo nuttig

Oude makaken-grootmoeders nemen soms de zorg voor hun kleinkinderen over, als dat nodig is. Ze kunnen hun kleinkinderen zelfs zogen, na jaren zonder melkproductie. Dit eerste voorbeeld van zulk gedrag bij niet-menselijke primaten werd gezien bij vrij levende Japanse makaken (Macaca fuscata) in Katsuyama, Japan. Details van deze grootmoederlijke inbreng, die ook een licht kunnen werpen op menselijke sociale evolutie, worden beschreven door gedragsonderzoekers van de Universiteit van Osaka (Primates, on line november).

Het gebeurt wel vaker dat apen jongen adopteren. Maar meestal doen alleen vrouwtjes dat die kort daarvoor hun eigen kroost verloren. Nu ging het om vrouwtjes die zich al jaren niet meer voortplantten. De groep apen in Katsuyama wordt al sinds 1958 bestudeerd, en alle ouderschapslijnen zijn bekend. Een grootmoeder van 24 jaar begon zich met haar kleinkind – een jong van een van haar dochters – te bemoeien toen het twintig dagen oud was. En daarna werd haar zorg intenser, al helemaal toen haar dochter onverwacht uit de groep verdween. Het oude dier hield het jong bij zich en verzorgde het – de oma plaatste zelfs regelmatig een tepel in de mond van de apenbaby. Na zes dagen keerde haar dochter terug, en nam gaandeweg en rimpelloos de moederrol weer over. Later nam een ander vrouwtje, met 23 jaar naar makaak-normen bejaard, de complete verzorging van haar 14 maanden oude kleindochter permanent over. Dat gebeurde nadat de moeder een volgend jong kreeg dat veel zorg opeiste. Deze grootmoeder produceerde na enige tijd weer werkelijk melk.

Bij het eerste vrouwtje is het onwaarschijnlijk dat zij bij het tijdelijk inspringen melk produceerde, maar ook háár ingrijpen – het jong beschermen, warm houden en het psychologisch belangrijke moedercontact bieden – is volgens de zoekers levensreddend geweest.

Dit is koren op de molen van aanhangers van de ‘grootmoeder-hypothese’. Vrouwelijke sociale dieren – inclusief mensen – die zelf de voortplanting voorbij zijn, zouden een fundamentele rol kunnen spelen voor de overleving van hun kleinkinderen.

En dat idee helpt weer verklaren waarom zoogdieren zoals apen flink langer kunnen leven dan hun eigen voortplantingsperiode en directe genenverspreiding reikt. Frans van der Helm