Klem tussen de vervuilers

In de ideale wereld van minister Jacqueline Cramer (Milieu, PvdA) strijden duizenden straten in Nederland tegen elkaar om wie het meeste CO2 kan besparen. Bedrijven produceren steeds meer met behulp van duurzame energie. Gemeenten spelen een stimulerende rol bij milieumaatregelen. En dat allemaal op vrijwillige basis. „Er is een voedingsbodem in de maatschappij”, zei Cramer dit voorjaar enthousiast in een interview met deze krant. „Alles wat ik gezaaid heb, kan ik nu oogsten.”

De werkelijkheid na tweeënhalf jaar ministerschap van Cramer is somberder. De kabinetsdoelen – uitstoot van broeikasgassen in 2020 30 procent lager, aandeel duurzame energie gegroeid tot 20 procent, jaarlijkse energiebesparing van 1 naar 2 procent – worden niet gehaald, waarschuwde de Stichting Natuur en Milieu in februari. Het Planbureau voor de Leefomgeving herhaalde die boodschap enkele maanden later.

Waar gaat het mis?

De belangrijkste reden lijkt de manier van werken van Cramer. Ze houdt van convenanten: milieuafspraken op vrijwillige basis tussen overheid en bedrijfsleven. Maar die afspraken werken onvoldoende. Geen bedrijf gaat als eerste in duurzaamheid investeren als daardoor zijn eigen concurrentiepositie verslechtert. Uit onderzoek van hoogleraar Elbert Dijkgraaf van de Erasmus Universiteit Rotterdam naar de effectiviteit van tweehonderd convenanten in 24 landen, bleek vorige maand dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat convenanten werken om energieverbruik en CO2 -uitstoot omlaag te brengen.

Bij het schrijven van het regeerakkoord ging het al verkeerd, zegt klimaatactivist en voormalig Tweede Kamerlid van GroenLinks Wijnand Duyvendak. „Er werden geen wetten en normen opgenomen, alleen doelen.” Dat klinkt logisch, omdat vereenvoudiging of afschaffing van regels onderdeel is van het kabinetsbeleid. Maar, zeggen betrokkenen, juist bij milieumaatregelen is wetgeving effectief. Dat vindt Tweede Kamerlid Diederik Samsom, partijgenoot van Cramer, inmiddels ook: „Ik heb de convenanten een kans gegeven. Het grootste deel werkt niet goed genoeg. We hebben meer tijd verloren dan me lief is.”

Alleen coalitiepartij CDA blijft voorstander van convenanten. Kamerlid Liesbeth Spies: „Nederland is er groot door geworden. Het zou me een lief ding waard zijn als we dat behouden.” De echte grote klappen op milieugebied moeten in Europees verband worden gemaakt. Spies: „Klimaatbeleid kan alleen internationaal efficiënt worden ingevuld. Nederland bepaalt niet hoeveel CO2 er uit een auto komt.”

Cramer evalueert haar milieubeleid volgend voorjaar. Nu al lijkt ze voorzichtig op te schuiven in de richting van dwingende milieumaatregelen. Bij de opening van het studiejaar dreigde ze onlangs energiebedrijven met extra maatregelen als die niet genoeg investeren in groene energie. Nog voor de behandeling van de begroting van haar departement, over anderhalve week, komt ze met een lijst van mogelijke extra maatregelen, waarover in 2010 wordt besloten.

Daarvoor heeft Cramer wel de steun nodig van het kabinet. Haar positie daarin lijkt zwak. Ze zit, als enige PvdA-minister, klem tussen drie door de wol geverfde CDA-politici op de ‘meest vervuilende ministeries’: Van der Hoeven (Economische Zaken), Eurlings (Verkeer en Waterstaat) en Verburg (Landbouw). Die departementen hebben een hogere begroting en een beter ambtenarenapparaat. Cramer heeft relatief weinig geld (1,3 miljard, een half procent van de rijksbegroting), dat niet eens allemaal naar milieu gaat. „Institutioneel gezien heeft deze minister een uiterst zwakke positie”, zegt de Nijmeegse hoogleraar milieu en beleid Pieter Leroy.

Er is nog een reden dat de positie van Cramer niet te sterk is. In het politieke debat lijkt het milieu aan belang te hebben ingeboet sinds de discussie over 35 miljard aan bezuinigingen is begonnen. „Het kabinet heeft voor de komende jaren één ding geagendeerd: het geldgebrek van de overheid”, zegt Kamerlid voor GroenLinks Kees Vendrik. Volgens Leroy mist het kabinet „politieke moed”. „Een beetje geld, een beetje wetgeving, en vooral rechtszekerheid voor bedrijven, bijvoorbeeld door subsidie op zonnepanelen langere tijd te laten bestaan. Meer heb je niet nodig om de wereld te veranderen.” Nederland is van een gidsland veranderd in een volgland, zegt hij. „Het doet niet méér dan Europa eist.”

Dan is er nog de persoon Cramer zelf. „Een schat van een mens, maar politiek niet sterk”, zegt Vendrik. Ze probeert bijvoorbeeld nooit met behulp van een Kamermeerderheid – een deel van de oppositie en de PvdA – groene maatregelen door te drukken. Ook haar mediaoptredens gelden in Den Haag als weinig overtuigend. Als er iets op milieugebied gebeurt, is Cramer vaak nergens te bekennen. Neem de vliegtaks, een milieumaatregel waarvan collega-minister Eurlings opperde deze af te schaffen. Waarom zat Cramer niet ’s avonds in NOVA met haar kant van het verhaal, mopperen milieulobbyisten.

Hoe groot is de kans dat er extra milieumaatregelen komen?

De optimisten zeggen dat het nog kan als Cramer opschiet en een vuist kan maken in het kabinet. De pessimisten zien er niks meer van terechtkomen. Met de gemeenteraadsverkiezingen (maart 2010) en Tweede Kamerverkiezingen (mei 2011) in het vooruitzicht, profileren de politieke partijen zich liever met een aansprekend thema als de hypotheekrente dan met het abstracte klimaatprobleem, zeker als dat burgers ook nog eens geld kost.

Vendrik: „Cramer heeft nu een beperkte agenda: hoe kom ik hier zonder schade een beetje prettig weg uit Den Haag? Het is een reële gedachte te veronderstellen dat het hele klimaat wordt doorgeschoven naar het volgende kabinet. Dit worden de jaren waarin we de boot hebben gemist.”