'Kleine' belegger vloert Goldman

Meer dan negen jaar na dato winnen beleggers het eerste deel van hun schadeclaimzaak over de beursgang van World Online. Wat zegt de Hoge Raad? Hoe moet het verder?

Goldman Sachs is nu ook in Nederland de klos. De Amerikaanse zakenbank, die op zijn thuismarkt tegen een graaiersimago vecht nu bonussen ter waarde van 23 miljard dollar klaarliggen, is gisteren in Den Haag veroordeeld wegens het opnemen van misleidende informatie in het prospectus bij de beursintroductie in Amsterdam van het Nederlandse internetbedrijf World Online in maart 2000.

Goldman Sachs was recent een leidende bank in de beursgang van verzekeraar Delta Lloyd en speelt dezelfde rol bij de miljardenemissie die ING gisteren lanceerde.

Op 17 maart 2000 leidden ABN Amro en Goldman Sachs de beursgang van World Online. Het was in de internethausse. Dezelfde dag dat tv-programmaproducent Endemol voor ruim vijf miljard euro werd verkocht aan Telefónica.

De beursgang van World Online viel van meet af aan tegen. Ongeveer 150.000 Nederlandse particuliere aandeelhouders en speculanten en duizenden door de wol geverfde professionele beleggers hadden gehoopt op een koersexplosie. Het was mager. De ontnuchtering volgde. De vragen werden luider. Stond in het prospectus wel alles wat erin had moeten staan? Was World Online-oprichter en -grootaandeelhouder Nina Brink wel open geweest, bijvoorbeeld over haar aandelenbelang? En hoe zat het met een van de gewraakte zinnetjes in het Engelstalige prospectus, waarin het woord transferred stond om een verkoop van aandelen te omschrijven?

De Hoge Raad schiep gisterochtend duidelijkheid. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB), die de zaak onvermoeibaar door diverse rechtszalen heeft geleid, won. Het prospectus schoot in meerdere opzichten tekort. De Hoge Raad voegt zelf nog wat missers toe die het Amsterdamse gerechtshof in een eerder uitspraak anders had beoordeeld. Ook was de openingskoers op 17 maart misleidend. Dat komt op het conto van ABN Amro.

Op twee punten doet de Hoge Raad verstrekkende uitspraken. De eerste gaat over de inhoud van een prospectus, zeg maar: het basisdocument met de relevante informatie over het bedrijf. Bij de vraag of een prospectus deugdelijk is, moet een bedrijf kijken naar de „de vermoedelijke verwachting van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone belegger”, iemand die zich in de zaak wil verdiepen, maar geen „specialistische of bijzondere kennis en ervaring” heeft.

Juist voor deze belegger was het, gezien de onzekerheid over de waarde van een internetbedrijf, van cruciaal belang om te weten dat Nina Brink zelf aandelen had verkocht tegen een veel lagere prijs (6,04 dollar) dan bij de beursgang aan beleggers werd gevraagd (43 euro) Die informatie had in het prospectus moeten staan.

Ten tweede neemt de Hoge Raad het Brink kwalijk dat zij tegenover de media geen duidelijkheid heeft gegeven over haar eerdere aandelenverkoop. Juist op de leidende banken rust hier een bijzondere zorgplicht om verwarring en onduidelijk te corrigeren. Ook al staat het goed in het prospectus, als daarbuiten op een relevant onderwerp onduidelijkheid of verwarring ontstaat, moeten de leidende banken ingrijpen.

Zij hadden World Online ook duidelijk moeten maken dat niet hosanna, maar terughoudendheid in de eigen berichtgeving de norm moest zijn. Dat stond toentertijd niet zo in de beursreglementen maar internationale banken als Goldman Sachs en ABN Amro hadden zich hierin moeten houden aan de hen bekende internationale, lees: Amerikaanse normen.

Met dit arrest is de zaak nog niet beslecht. In een aparte rechtszaak moet de VEB nu aannemelijk maken dat de misleiding een overwegende rol speelde bij de beslissing om de aandelen te kopen en hoe hoog de geleden schade is.

De banken hebben de afgelopen jaren tijd genoeg gehad om voorzieningen te treffen voor de verwachte schadeclaims. Zo niet, dan vallen de bonussen wat lager uit.