JSF duurder voor de staat dan begroot

De Nederlandse luchtvaartindustrie hoeft veel minder terug te betalen aan de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF) dan de overheid vorig jaar heeft bepaald. Dit is de de uitkomst van een slepende conflict tussen de bedrijven en de Staat over de beoogde opvolger van het F-16 gevechtsvliegtuig.

De JSF ligt politiek zeer gevoelig. Regeringspartij PvdA heeft bij voortduring laten weten dat er geen extra overheidsgeld mag worden gestoken in de ontwikkeling van de JSF. Eerder dit jaar liep een besluit over de eerste twee toestellen bijna uit op een kabinetscrisis. Als compromis werd besloten slechts één JSF aan te schaffen.

Gisteren bleek uit de arbitrage dat Nederlandse bedrijven die deelnemen aan de JSF straks 157 miljoen euro dienen af te dragen aan de staat. Dit is bijna de helft minder dan het bedrag dat het ministerie van Economische Zaken vorig jaar vaststelde: 309 miljoen.

Het geschil tussen de bedrijven en de overheid draait om de deelname van de staat in de ontwikkeling van de Amerikaanse JSF.

In 2002 besliste het tweede paarse kabinet dat Nederland 858 miljoen euro zou steken in de ontwikkeling van de JSF. In ruil daarvoor zouden Nederlandse luchtvaartbedrijven miljarden aan orders tegemoet kunnen zien. Voorwaarde was evenwel dat deelname aan de ontwikkeling niet duurder mocht uitvallen dan het kopen van ‘kant en klare’ JSF’s.