'Ik ben meteen in het diepe gegooid'

Maarten Baas (1978) is de eerste Nederlandse ‘Designer of the Year’. Op 1 december ontvangt hij in Miami de bijbehorende onderscheiding.

Hoe zag uw ouderlijk huis eruit?

„Mijn vader was dominee en mijn moeder lerares. Wij woonden met vier kinderen in een groot huis, eerst in Burgh-Haamstede in Zeeland en later in een dorpje in de Betuwe. Het interieur was niet traditioneel, maar beslist ook geen design. Het was een allegaartje, met kunst van vrienden aan de muur.

„Mijn ouders hebben me altijd veel vrijheid gegeven om ideeën uit te voeren. Mijn plan om de badkamer knalgroen te verven, mocht ik meteen uitvoeren. Dat je bepaalde meubels en spullen moet koesteren, is iets wat ik niet van huis heb meegekregen. Bij ons thuis waren meubels alleen gebruiksvoorwerpen.”

Wanneer besefte u dat voorwerpen worden ontworpen?

„Ik was veertien toen een architectuurstudent, de zoon van vrienden van mijn ouders, me een stoelontwerp liet zien. Ik keek ernaar en zei tegen mijn vader: ‘Dat wil ik ook.’ Maar op de Design Academy in Eindhoven kon ik later mijn draai niet goed vinden. Het klikte niet lekker met de docenten. Ik was voortdurend op zoek, wilde niet ontwerpen zoals het hoort.

„Vaak vroegen de leraren iets te doen, waar ik de zin niet van inzag. Ik ben vooral mijn eigen gang gegaan. Nu zijn er oud-docenten die zeggen: ‘Goed dat we je flink hebben aangepakt. Zo hebben we je hard leren werken.’ Die credits zal ik ze nooit geven. Ik vond het pedagogische armoede.”

Uw shows op de meubelbeurs in Milaan verrassen steeds: het ene jaar gekleide meubels, een volgende keer videoklokken. Hoe zou u eigen ontwerpstijl omschrijven?

„Je eigen werk categoriseren werkt belemmerend. Mijn persoonlijkheid zou ik ook niet in een paar zinnen kunnen omschrijven. Iedereen ziet een ander mens in je. En iedereen heeft nog gelijk ook.

„Mijn werk groeit als een plantje naar het licht toe. Wat ik maak is voor mijn gevoel logisch: ik zou niet weten hoe het anders moet. En hoewel ik niet aan langetermijnplanning doe, sluiten mijn tentoonstellingen in Milaan, hoe verschillend op het eerste gezicht ook, steeds goed op elkaar aan.

„Wat ik ontwerp moet verschil maken, zin hebben, iets toevoegen aan wat al bestaat. Als ik stoeltjes zou moeten tekenen alleen om het personeel te kunnen betalen, hield ik er meteen mee op.”

Wat is de zin van het in brand steken van een Rietveld-stoel?

„Daarmee wilde ik een twist geven aan twee ingesleten ideeën: iconen zijn onaanraakbaar en verbranden is negatief. Is dat echt zo, vroeg ik mij af. Als je een designklassieker in de hens steekt, kan dat toch ook schoonheid opleveren?

„Of het lastig is een Rietveld-stoel onder handen te nemen? Je moet je werk doen. Net als een chirurg die koningin Beatrix moet opereren.”

Wie is een voorbeeld voor u?

„Ik heb niet één uitgesproken voorbeeld. Maar er zijn veel collega’s, zoals Jurgen Bey, Bertjan Pot, Studio Job en Marcel Wanders, van wie ik wat heb opgestoken. Wat? Van Marcel Wanders bijvoorbeeld de grootsheid waarmee hij de zaken aanpakt. Niet dat zuinige geneuzel, maar hop ertegenaan, laat het maar gebeuren.”

Coryfeeën als Zaha Hadid, Marc Newson en de Campana broers gingen u voor als ‘Designer of the Year’. Nu al zo’n belangrijke onderscheiding, voelt u geen druk?

„Zeker ben ik verrast. En dat was ik ook na het enorme succes van mijn Smoke-meubels bij mijn eindexamen. Ik ben toen meteen in het diepe gegooid. Maar ik kan zoiets goed relativeren. En ik ben natuurlijk ook niet Michael Jackson, die al op zijn vijfde op de bühne stond en nooit een normaal leven heeft geleid. Ik zie zo’n onderscheiding als een leuke motivatie: het geeft kansen. Het geld van die onderscheiding gebruik ik voor nieuwe projecten. Voor een tentoonstelling op de beurs in Miami heb ik bijvoorbeeld een complexe en tijdrovende kast kunnen maken.”

Van welk ontwerp heeft u spijt?

„Risico’s nemen in ideeën, dat is mijn verantwoordelijkheid. Zolang ik alles vol overgave doe, vergeef ik mezelf alle fouten.”

Bijna al uw ontwerpen zijn handgemaakt en in kleine oplages vervaardigd: meubels voor de happy few. Zou u niet eens voor een groter publiek willen werken?

„Ik werk inderdaad niet gauw voor fabrikanten. Maar voor Skitsch (Italiaans designlabel) heb ik vorig jaar een servies ontworpen en voor Establi-shed & Sons (Brits meubelbedrijf) een stoel. En als Ikea me morgen uitnodigt, zou ik daar zeker over nadenken. Maar alleen als ik zou mogen sleutelen aan bepaalde vaststaande ideeën voor massaproducten. Ik wil er wel mijn eigen draai aan kunnen geven.”