IDFA sluit af met Chinese prijswinnaar

Documentairefestival IDFA reikte gisteren zijn prijzen uit. De bijzonder fraaie Chinese film Last Train Home was de onomstreden winnaar, in een wisselvallige competitie.

De grootste is weer een stukje gegroeid. Het Amsterdamse filmfestival IDFA, dat zich graag het grootste documentairefestival ter wereld noemt, verkocht dit jaar 165.000 kaartjes en dat zijn er 8.000 meer dan in 2008. En er is nog een uitbreiding: de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, PvdA) opende gisteravond, tijdens de prijsuitreiking op het festival, de website IDFA TV, waarop het hele jaar door gratis documentaires te zien zullen zijn.

Het was aan juryvoorzitter Geoffrey Gilmore, jarenlang drijvende kracht achter het Amerikaanse Sundance Festival en nu verbonden aan het New Yorkse Tribeca Festival, om de uitgelatenheid enigszins te tempereren. Hij wees erop dat de ‘obstakels’ voor documentairemakers om hun films te kunnen maken door de economische malaise in de komende jaren groot zullen zijn. De voornaamste taak van IDFA is volgens hem om „het besef van wat er mogelijk is met documentaires te vergroten”.

Onomstreden was de keuze voor de film die de hoofdprijs van IDFA won, de prijs voor beste lange documentaire: Last Train Home van de in Canada wonende Chinese regisseur Lixin Fan. In zijn film volgt Fan een gezin dat onderdeel is van de grote arbeidsmigratie van het platteland naar de stad in China. De sociale prijs die voor de nieuwe welvaart in het land moet worden betaald is hoog. Fabrieksarbeiders moeten hun kinderen achterlaten bij hun ouders, omdat ze zich niet kunnen veroorloven de kinderen mee te nemen. Ouders en kinderen zien elkaar vaak niet meer dan één keer per jaar, tijdens het Chinese Nieuwjaar, als de fabrieksarbeiders massaal terugkeren naar hun geboortedorp. Fan laat de misverstanden en de vervreemding tussen de gezinsleden zien die hiervan het gevolg zijn, aan de hand van een familie waarbinnen de spanningen hoog oplopen.

De intimiteit die Fan met het gezin wist op te bouwen is buitengewoon. Dat geldt ook voor de manier waarop hij zijn verhaal uitsluitend met beelden weet te vertellen, zonder gebruik te maken van een voice-over of andere verbale hulpmiddelen. Ook de feilloze manier waarop de film is gemonteerd (door Mary Stephen, de rechterhand van Eric Rohmer) dwingt bewondering af. Het contrast in geluid tussen stad en platteland, draagt ook bij aan de vertelkracht.

Het IDFA-reglement staat de jury voor beste lange documentaire toe een Special Jury Award uit te reiken. Dit jaar werd die prijs verleend aan The Most Dangerous Man in America, een conventionele en lichtelijk bombastische biografische film over Daniel Ellsberg, de topambtenaar die in 1971 vertrouwelijke documenten lekte over de oorlog in Vietnam, die bekend zijn geworden als de Pentagon Papers.

Daardoor ontstaat de enigszins curieuze situatie dat een film die niet goed genoeg is bevonden voor een nominatie wel een prijs krijgt. De andere genomineerden in dezelfde categorie waren de sterkere films: The Player van John Appel en het droevige Enemies of the People, over de killing fields van Cambodja, en de pogingen van de overlevende Thet Sambath, die zijn hele familie verloor, meer inzicht te krijgen in de motieven van de daders van de Rode Khmer. Appel kreeg wel de prijs toegekend voor beste Nederlandse documentaire, dit jaar voor het eerst uitgereikt, voor zijn film over gokverslaving, met een grote rol voor de herinneringen aan zijn vader.

De bezoekers van IDFA hadden de meeste waardering voor de dolfijnendocumentaire The Cove, die vanaf volgende week ook in de bioscoop te zien is. In deze ‘actiedocumentaire’ trekt debuterend regisseur Louie Psihoyos ten strijde tegen de dolfijnenjacht in Japan. Met list en bedrog slaagt de voormalige onderwaterfotograaf erin om de dolfijnenjacht van nabij te filmen. De jongerenjury, ten slotte, koos voor The Yes Men Fix the World, een komisch duo dat met een reeks van practical jokes het grote bedrijfsleven tracht te ontmaskeren.