Hoge Raad draait 'UWV-route' terug

Werknemers die worden ontslagen via het UWV, het arbeidsbureau, hebben niet automatisch recht op een ontslagvergoeding volgens de ‘kantonrechtersformule’. Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad gisteren in Den Haag.

Met dit oordeel vernietigde de Hoge Raad een eerdere uitspraak van het hof in Den Haag. Het hof vond dat een werknemer die via de UWV-route is ontslagen, recht heeft op een vergoeding volgens de kantonrechtersformule. De Hoge Raad heeft nu gezegd dat deze formule, die wordt gebruikt bij ontslag via de kantonrechter, niet van toepassing is. Ontslag via de rechter levert in principe een vergoeding op die gebaseerd is op het aantal dienstjaren, het maandsalaris en een correctiefactor. Bij een ontslag via de UWV moet volgens de Hoge Raad de rechter eerst vaststellen of er sprake is van „kennelijk onredelijk ontslag”, daarna wordt de schade begroot. „Een werknemer hoeft dus niet altijd schadevergoeding te krijgen”, aldus een woordvoerder van de Hoge Raad.

„Dit doet de rechtszekerheid geen goed”, zegt Pascal Besselink, jurist arbeidsrecht bij DAS (rechtsbijstand) . „Het is niet uit te leggen dat een werknemer via de kantonrechter wel een ontslagvergoeding krijgt, maar niet altijd als hij via het UWV wordt ontslagen.” Hij verwacht dat werkgevers vaker voor de UWV-route zullen kiezen omdat ze dan minder risico lopen vergoeding te moeten betalen.

Evert-Jan Henrichs, arbeidsrechtadvocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek, noemt de uitspraak „geheel in lijn met de wet”. „De Hoge Raad meent dat bij deze route niet automatisch een recht op ontslagvergoeding ontstaat. Eerst moet vaststaan dat het ontslag kennelijk onredelijk is en dan moet de schade worden aangetoond”, aldus de advocaat.