Het ergste aan censuur is

Joris Luyendijk speelt met nieuwe journalistiek. Maar tekstschrijven voor de RVD? Nee!

Toen ik negen maanden terug dit correspondentschap elektrische auto’s & nieuwe journalistiek ontwierp, stond ik voor een paar moeilijke vragen. Maar wat ik nooit had voorzien, was het dilemma waar ik op dit moment voor sta – en dat niets met dit correspondentschap te maken heeft.

Ik begin bij het begin, in april dit jaar. Hoe ging ik dit correspondentschap in elkaar zetten? Ik kon proberen te solliciteren bij NRC als redacteur. Maar hoe ging ik dan experimenteren met journalistieke vormen? Ik zou als reguliere redacteur gebonden zijn aan de reguliere genres (nieuwsbericht, analyse, interview, reportage – en opgeschreven alsof objectiviteit bestaat). Ik zou meer dan één stuk per week moeten leveren, over meer onderwerpen (de redacteur bij NRC of Volkskrant doet naast de elektrische auto ook spoorwegen, files en energiebeleid). Als correspondent wil ik de hele samenleving bestrijken, van Den Haag tot innovatiebeleid tot wie weet wat. Maar net als ministeries of politieke partijen hebben ook kranten de wereld verkaveld in portefeuilles, en zo zou ik steeds het terrein van collega’s betreden.

Oké, dacht ik. Ik zet in op een vaste rubriek als freelance outsider. Wie ging dat betalen? De eerste maanden vulde ik het gat tussen de opbrengst van deze column en de kosten van mijn levensonderhoud met de opbrengsten uit een eerder boek, niet echt financieel duurzaam, zogezegd. Dus ging ik lezingen geven en congressen voorzitten. Nieuw dilemma: wat doe je met opdrachtgevers rond de elektrische auto? Oplossing: dat geld gaat in een fonds voor projecten die weer journalistiek materiaal opleveren; een scooterprijsvraag, een Elektrische Scriptieprijs (zegt het voort!).

Hoe dan voorzien in dagelijks brood? Met opdrachten van partijen die verre van de elektrische auto opereren. Nieuwe vraag: waar ligt de grens? Afgelopen maandag presenteerde ik bij KLM een seminar rond de eerste vlucht van een Boeing 747 op een mengsel van kerosine en biobrandstof. Nooit eerder gaven veiligheidsautoriteiten toestemming voor zo’n ‘bijgemengde’ vlucht met passagiers aan boord. Biobrandstoffen liggen redelijk ver van de elektrische auto, dus ging het honorarium naar mijn privérekening. Maar als ik voortaan iets juichends schrijf over KLM, over die historische testvlucht of over hun duurzaamheidsbeleid, dan weet ik nooit precies waar de ene rol ophoudt en de andere begint. Is het met naam en toenaam beschrijven van dit dilemma op deze plaats niet al reclame?

Externe klussen kosten ook tijd. Gevolg: ik weet nu minder over elektrische auto’s dan had gekund. Anderzijds: bij die klussen stuit ik op van alles onverwachts, zoals laatst de creativiteitsgoeroe Edward de Bono die me beter leerde begrijpen waarom de journalistiek anno nu zo weinig inspiratie biedt (sorry, ruimtegebrek, ik kom erop terug!).

Dilemma’s zijn eigen aan deze netwerksamenleving, je moet ze alleen delen met je publiek. En zo kom ik op de lose-lose situatie waarin ik nu zit, het dilemma dat ik niet had voorzien omdat ik me gewoon niet kon voorstellen dat zulke dingen in Nederland gebeuren. Oordeelt u zelf. Deze herfst benaderde het weekblad Libelle me voor een interview met prinses Máxima. Dat doen ze soms, twee mensen met een tv-hoofd koppelen voor een gesprek. Vorig jaar zat ik naast premier Balkenende, tot ieders tevredenheid.

Máxima, zei ik, leuk. En toen kwam de ‘maar’. Van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) mocht het alleen gaan over microkredieten. Máxima’s uitspraken konden worden aangepast of geschrapt, eis nummer twee. Eis nummer drie: ook mijn woorden mocht de RVD aanpassen. Als ik schreef ‘ze kwam binnen in een groene jurk’, mocht de RVD daar ‘een blauwe rok’ van maken.

Oké, zei ik na wikken en wegen, als ik dit maar in het stuk kan opnemen; het zegt eigenlijk alles over het leven van een prinses als je weet dat zij weet dat alles wat ze zegt nog door een ambtenaar kan worden aangepast of weggehaald. Zo zou journalistiek in elkaar moeten zitten, denk ik. De beperkingen niet ontkennen of wegmoffelen, maar ze centraal zetten, als hulpstuk voor begrip van de werkelijkheid.

En toen zei de RVD: njet. Zelfs de vermelding van censuur zou worden gecensureerd.

Daarop liet ik de klus schieten. Ik ga niet tekstschrijven voor de RVD en dit als journalistiek werk presenteren. Mijn dilemma nu is of ik deze volgens mij anti-democratische manipulaties naar buiten moet brengen? Want zo beschadig ik mogelijk mijn goede werkrelatie met de prima mensen van Libelle. En bij de almachtige RVD komt misschien zo’n zwart kruisje achter mijn naam.

Dus ik houd het maar voor me. Je kunt niet alle draken tegelijk bevechten.

Zie nrc.nl/nrcweekblad voorhet weblog van Joris Luyendijk.