'Dood op verzoek werd te snel wet'

Nederland heeft zeven jaar geleden de euthanasiewetgeving ingevoerd voordat op artsenopleidingen voldoende aandacht werd besteed aan alternatieve vormen van stervensbegeleiding. Dat was „natuurlijk niet de juiste volgorde”, erkent oud-minister Els Borst (Volksgezondheid, D66) in een vandaag verschenen onderzoek van antropoloog en jurist Anne-Mei The. Borst was destijds als minister verantwoordelijk voor invoering van de eerste euthanasiewet ter wereld.

Borst bevestigt nu wat critici in het buitenland en een voorhoede van huisartsen haar toen al verweten. Veel van deze huisartsen hadden jarenlang als consulent hun fiat aan een euthanasieverzoek gegeven. Zij raakten echter steeds vaker de mening toegedaan dat ze voor de vaststelling dat euthanasie de juiste oplossing zou zijn, meer kennis nodig hadden over andere manieren om lijden te verzachten, de zogeheten palliatieve zorg.

Zo bekende de Amsterdamse huisarts Joke Groen-Evers zich in deze krant als ‘euthanasie-spijtoptant’. Inmiddels heeft ze, vertelt The, „een gereedschapskistje gevuld met alternatieven voordat ze met de laatste spuit komt aanzetten”. Door scholing heeft ze geleerd patiënten beter bij te staan aan hun sterfbed, waardoor ze de angst van het sterven kan wegnemen.

The onderzocht in Verlossers naast God de rol van dokters bij euthanasie. Vorig jaar meldden artsen 2.331 gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Verreweg de meeste patiënten (1.893) hadden kanker.

Wetenschap: pagina 7