De stelling van Esther-Mirjam Sent: de rol van emoties in de economie wordt onderschat

Er wordt te veel geld gepompt in economische symptoombestrijding. De overheid moet de mens tegen zichzelf in bescherming nemen, zegt Esther-Mirjam Sent tegen Roel Janssen. „Je moet het niet hebben over de homo economicus, maar over de homo psychologicus.”

U heeft onlangs een oproep van de Nobelprijswinnaar economie, Paul Krugman, ondertekend. Is zijn manifest een erkenning van het falen van de economische wetenschap?

„Het is een oproep tot herbezinning. Economen dachten exacte wetenschappers te kunnen worden door een mensbeeld te creëren dat ver van de werkelijkheid afstaat. De koel calculerende burger, de homo economicus, is mooi in modellen te vatten. Je kunt daar prachtige voorspellingen mee doen, maar uiteindelijk hebben die heel weinig met de complexe realiteit te maken.”

Wat trok u aan om economie te gaan studeren?

„Ik wilde de wereld verbeteren. Maar wat bleek? De studie economie stond ver af van de werkelijkheid. Het was veel te wiskundig. De modellen hadden geen raakvlak met mijn ervaring. Ik ben me gaan specialiseren in de geschiedenis en filosofie van de economie. Met het idee: laat ik eerst de economische wetenschap verbeteren, daarna komt de wereld wel.”

Dan moet de crisis een gevoel van genoegdoening geven. De efficiënte markthypothese is volledig op wiskundige modellen gebaseerd.

„Je ziet dat de economische wetenschap aan het verschuiven is richting sociologie, psychologie en biologie. Die benadering staat dichter bij mijn hart, en daarmee denk ik dat economen de wereld wel kunnen verbeteren.”

Vooralsnog hebben economen de wereld vooral in het ravijn gestort.

„Dat is slechts deels toe te schrijven aan de economen. Die waren al aan het verschuiven naar erkenning van de complexiteit van de economische realiteit. Maar deze verschuiving was nog niet in beleidskringen doorgedrongen. Op macro-economisch niveau is heel onvoorzichtig gehandeld, denk aan het veel te ruime monetaire beleid onder Alan Greenspan (ex-voorzitter van het stelsel van Amerikaanse centrale banken, red). En op micro-economisch niveau is onderschat hoe beperkt de rationaliteit van mensen is. Gecombineerd met hebzucht, onderschatting van risico’s en onrealistisch optimisme vormt dit het fundament voor het ontstaan van de crisis.”

Mij lijkt het toch vooral de tomeloze hebzucht van de bankiers.

„Bankiers vormen een makkelijk doelwit. Dat heeft te maken met de ‘fundamentele attributiefout’ en met de ‘self-serving bias’. Dat laatste staat ook bekend als het ‘dodo-effect’.”

Legt u dat eens uit.

„In Alice in Wonderland staat een passage waarin aan de dodo wordt gevraagd: wie heeft gewonnen? De dodo antwoordt: iedereen heeft gewonnen en we verdienen allemaal een prijs. Dat is het dodo-effect: als het goed gaat, hebben we dat aan onszelf te danken. Als het slecht gaat, ligt het aan de omstandigheden. De fundamentele attributiefout houdt in dat we geneigd zijn foute gedragingen van anderen te wijten aan slechte karaktereigenschappen van die anderen.”

Hoe vertaalt u dat in kritiek op de bankiers?

„Het versterkt het beeld dat bankiers ‘de anderen’ zijn die moeten worden gestraft en onder strenger toezicht moeten worden gesteld. En dat wij zelf alleen maar slachtoffers zijn. Mensen zeggen nooit dat de schuld van de crisis bij henzelf ligt. Maar we hebben de crisis zelf aangezwengeld door onze hebzucht, risico-onderschatting en onrealistisch optimisme.”

Dat zijn toch natuurlijke drijfveren? De animal spirits van het kapitalisme!

„Het zijn gedragskenmerken die goed zijn voor innovatie en groei. Daarom zijn kritiek op marktwerking en de roep om meer toezicht ook niet de goede antwoorden op de crisis. Belangrijker is het herstel van integriteit. De cultuur en structuur van bedrijven moeten door middel van ethisch leiderschap de natuurlijke drijfveren weer in goede banen leiden.”

Is dat niet veel te soft?

„Er wordt nu veel geld gepompt in economische symptoombestrijding, maar de dieperliggende oorzaken worden niet aangepakt. We gaan verder op de oude voet.”

De oude voet is het eerherstel van Keynes: overheden laten hun tekorten oplopen en hebben stimuleringsplannen voor de economie opgesteld. Dat is toch verstandig beleid om een crisis te bestrijden?

„Je moet meer doen, anders kunnen we ons opmaken voor de volgende financiële crisis. Mensen zijn hardleers, hebben last van rampenbijziendheid. Ze kijken niet op de lange termijn en zijn onrealistisch optimistisch. Of ze tonen de self-serving bias wanneer ze zeggen: ‘Het is niet mijn schuld dat ik rood sta op mijn bankrekening’. Ik vind dat de overheid de burgers moet beschermen door hulp te bieden op het gebied van financiële advisering, door grenzen te stellen aan de complexiteit van financiële producten en door al op school te beginnen met onderricht in financiële zaken.”

Dat zijn toch afwegingen waarmee een overheid zich niet heeft te bemoeien?

„Voor geldzaken hebben veel mensen professionele hulp nodig. Bij de marktliberalisering in de afgelopen jaren ging men uit van de koel calculerende burger die zelf keuzes maakte. Uit onderzoek blijkt dat slechts 10 procent van de burgers het beste uit de markt probeert te halen, de rest heeft er geen zin in of claimt er geen tijd voor te hebben.”

Wilt u dan de verworvenheden van de marktwerking terugdraaien?

„Nee, marktwerking is goed. Maar help tegelijkertijd mensen om er optimaal gebruik van te kunnen maken. Daarvoor moet je financial life planners inzetten, deskundigen die onafhankelijk opereren, zelf geen producten verkopen en keurig op basis van uurtje-factuurtje werken.”

Bij DSB hebben we gezien wat er dan gebeurt. Daar hebben de financiële adviseurs de klanten met veel te grote schulden opgezadeld.

„De DSB-adviseurs hebben handig gebruik gemaakt van de hebzucht en beperkte rationaliteit van hun klanten. Die waren onder de indruk van de gestreepte pakken en dachten: zij zullen het wel weten. Maar die adviseurs waren niet onafhankelijk”

Mensen zijn vrij om keuzes te maken. Ook foute keuzes.

„Ik wil transparantie van de markt, met beperkte keuzemogelijkheden. De keuzevrijheid is doorgeschoten. Veel mensen kunnen dat niet aan. Bij keuzes is het emotionele deel van de hersenen actief. De kracht van het onderbewuste speelt een grote rol bij het nemen van beslissingen. Economie is emotie.”

Natuurlijk. Maar u schuift alle rationaliteit terzijde.

„In de economische wetenschap is rationaliteit doorgeslagen. Er is één manier om rationeel te zijn, er zijn veel manieren om beperkt rationeel te zijn. Mensen maken fouten, zijn bevooroordeeld, hebben moeite met complexiteit. Je moet het dus niet hebben over de homo economicus, maar over de homo psychologicus.”

Beschouwt u economie uitsluitend als een gedragswetenschap?

„Op microniveau gaat economie over individuen en gedrag. Op macroniveau heb je het over de geldhoeveelheid, het bruto binnenlands product, et cetera. Maar micro-economische individuele psychologische drijfveren hebben macro-economische effecten. Macro-economische modellen zijn geen mechanisch klokwerk. Dat blijkt wel uit de fouten in de voorspellingen van het Centraal Planbureau. In crisistijd zegt men: het herstel van de economie is een kwestie van vertrouwen. Vertrouwen komt van individuen. Dus de micro- en de macro-economie vinden elkaar in een complex mensbeeld.”

Om het nog complexer te maken: economisch gedrag wordt in belangrijke mate biologisch gestuurd.

„De financiële crisis is een mannelijke crisis. Er is onderzoek gedaan naar testosteron en risicogedrag van handelaren op effectenbeurzen. Er is niets mis met mannelijkheid, dat draagt bij aan innovatie en groei. Maar je moet mannen temmen. Je moet de dynamiek van het testosteron in balans brengen met de vrouwelijke behoedzaamheid. Onderzoek toont aan dat teams waarin mannen én vrouwen functioneren, het beste werken. Diversiteit is een bewezen succesfactor in de economie.”

Voorkomen we een volgende crisis met een betere balans tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid?

„In stabiele tijden, zonder stress, schatten mannen risico’s beter in, maar als er sprake is van instabiliteit, met stress, dan zijn vrouwen beter tot risico-inschatting in staat.

„Verder is het ‘knuffelhormoon’ oxytocine, dat zorgt voor binding, meer bij vrouwen dan bij mannen aanwezig. Vrouwen maken het bijvoorbeeld aan als ze borstvoeding geven. Als je een beetje oxytocine in je neus spuit, vergroot dat het vertrouwen in de ander.”

Kortom, hoogste tijd om met hormoonbehandelingen de uitwassen van het marktfundamentalisme te bestrijden!

„En dan dopingcontrole op de beursvloer! Nee, in plaats van hormoonpreparaten te verstrekken kun je beter zorgen voor een goede balans tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid in organisaties.”