De PCA3-test

Volgens mij moet je hier patent op aanvragen, zei ik tegen de ene patentfunctionaris die de Nijmeegse universiteit in 1996 in dienst had”, vertelt Jack Schalken over de commercialisering van de PCA3-prostaatkankertest. “Die man stribbelde tegen en zei: ‘Volgens mij kost dat geld’. Gelukkig kon ik hem overtuigen. De Radbouduniversiteit is nu eigenaar van een mooie PCA3-patentportefeuille.”

De PCA3-test dankt zijn naam aan het gen PCA3. Dat gen is in prostaatkankercellen wel duizend keer zo actief als in gezonde prostaatcellen.

Wat PCA3 doet in de prostaat is na meer dan tien jaar onderzoek nog steeds onbekend. “Toen we het gen hadden gevonden, gingen we op zoek naar het eiwit waar het voor codeert. Het idee was om een immunologische test op het eiwit te maken, zoals er al heel veel immunoassays voor andere eiwitten bestaan. Maar er is geen eiwit. Dat was een verrassing en het heeft veel tijd gekost. Eind jaren negentig was het een volkomen nieuw idee dat een normaal uitziend gen níet voor een eiwit zou coderen.”

PCA3 is nu geaccepteerd als een gen dat codeert voor een noncoding-RNA, maar ook van dat RNA-molecuul is de functie onbekend.

Schalken: “In plaats van een test op een eiwit moesten we een test op RNA, op nucleïnezuur maken. Zulke tests kwamen pas na 2000 op de markt en wij hebben zelf aan de verdere technologische ontwikkeling van die tests meegedaan.”

De volgende grote stap op weg naar de markt was om de test niet in bloed, maar in urine uit te voeren. Schalken: “Ook dat was nieuw. We dachten: als de kanker uit zijn eigen weefsel groeit, dan groeit hij ook in de klierbuizen waardoor er prostaatvocht met kankercellen in de plasbuis komt. Die cellen spoelen dan mee met langsstromende urine. We zijn er om uitgelachen, maar ik had er wel vertrouwen in. In 2003 publiceerden we de studie waarin we ons gelijk aantoonden. Dat jaar was onze doorbraak. Toen is een groot biotechnologiebedrijf de test gaan ontwikkelen voor de markt. In 2007 is hij op de markt gekomen. Al met al vind ik dat we er onacceptabel lang over hebben gedaan. Nu kan het sneller. De Genefusion test, de tweede moderne biomarkertest voor prostaatkanker, is een ontdekking uit 2005 en is bijna marktrijp.”

In Europa heeft de CPA3-test een CE-merk. Dat betekent dat hij kwalitatief goed is. In de VS, waar medische tests net zoals geneesmiddelen moeten worden geregistreerd na een beoordeling op werking en nut, loopt een onderzoek dat tot registratie bij de FDA moet leiden. Schalken: “We dienen het dossier waarschijnlijk volgend jaar in.”

Na FDA-registratie komt de test op de markt om onnodige biopsieën tegen te gaan. Schalken: “Nu vindt een uroloog die bij vier mannen met een verontrustende PSA-uitslag een biopsie doet, bij één patiënt een tumor. Als je eerst de PCA3-test doet en op grond van de uitslag mannen uitsluit voor een biopsie, dan vind je bij vier biopsieën drie tumoren. Je voorkomt de helft van de biopsieën.”

Maar bij hoeveel van de afgewezen mannen laat je een tumor zitten?

Schalken: “Bij de afkapwaarde die het gunstigst is, mis je drie van de tien tumoren, terwijl je dan ongeveer de helft van de biopsieën achterwege kunt laten. Die gemiste tumoren zijn bovendien vooral slapende tumoren. De agressieve tumoren pak je in negen van de tien gevallen. Je weet dus bijna zeker dat je bij een negatieve test geen agressieve tumoren mist.” Het blijft een onzekerheid waarmee alleen te leven is als een behandelaar zijn patiënt goed uitlegt dat de ‘gouden standaard’ op diagnostiekgebied van prostaatkanker, de biopsie, een kwart van de tumoren mist.

De PCA3-test is in Nederland op het ogenblik al toenemend populair als hulp bij de beslissing om voor de tweede keer een biopsie te doen.

Eén probleem: de test kost 300 euro en is nog niet in het vergoedingensysteem van de zorgverzekeraars opgenomen. Een aanvraag om de test op te nemen in de tarieven (de diagnose-behandelcombinaties) is in voorbereiding, maar dat is een bureaucratische manoeuvre die wel twee jaar kan duren. Gevolg: urologen of hun ziekenhuis moeten hem uit eigen budget betalen. Schalken: “Die trage vergoeding is een probleem bij de introductie van meer nieuwe biotechnologische tests.”