Dans, tril, lach en roep: aiaiai!

Zumba is meer dan een fitnessstroming, Zumba is een merk. Hysterisch glimlachen is verplicht. ‘Dit heb ik nooit geleerd op ballet.’

‘Aiaiai!”, gilt de juf. Ze maakt hink-stap-sprongen en draait een rondje. Alle mensen in de stomende ruimte doen haar na. Mijn hersenhelften kraken. Links, rechts, rechts-links-rechts. Ik houd mijn blik angstvallig gevestigd op haar voeten. Waar is de vierkwartsmaat nu gebleven? Mijn armen laat ik voor wat ze zijn.

Zumba zei mij tot voor kort niets, totdat een buurvrouw me over deze sportrage vertelde. Het is een mengeling van dans en fitness op voornamelijk Latijns-Amerikaanse muziek, vergelijkbaar met aerobics. „Tegenwoordig doet iederéén aan Zumba”, verzekerde de buurvrouw me. Hoogste tijd voor een proefles.

Zodra je de website www.zumba.nl opent, klinkt er luide salsamuziek. Drie dansers kijken me met een angstaanjagend fanatieke glimlach aan. De website is niet geclaimd door een sportschool of een Zumbafanclub, maar door Zumba®. Meer nog dan een fitnessstroming is Zumba een merk. „Find a class.” Er is een uitgebreid landenmenu. Wat blijkt? Zumba is all over the world. Niet alleen in Sint Annaparochie en Dedemsvaart kun je Zumbalessen volgen, ook als je in Zuid-Korea, Servië of Irak woont, is er een klasje near you. Alleen het Afrikaanse continent is nog verstoken van de fitnesstrend. En vreemd genoeg ook Cuba, waar de salsa, basis van Zumba, toch is ontstaan.

Op een ‘about’ pagina staat dat Zumba is bedacht door Alberto Perez, een Colombiaan woonachtig in de VS, die tijdens zijn fitnessles bij wijze van experiment salsamuziek en merengue draaide. De combinatie van dans en work-out bleek een succes, hij registreerde de naam Zumba (dat zoiets betekent als ‘snel bewegen en plezier maken’) en lanceerde de lesvorm in de Verenigde Staten. Binnen enkele jaren werd het een wereldwijde hype.

„Applausje voor jezelf!” Alle mensen in de zaal klappen in hun handen. Ik klap aarzelend mee. Zo goed deed ik het niet. Desondanks lacht de juf. Haar lach lijkt een beetje op die van de dansers op de Zumba-site. Net niet echt.

Een vast onderdeel bij de docentenopleiding is: ‘How to sell Zumba’, vertelde mijn buurvrouw, die de cursus volgde. Om de franchise te laten werken, moeten immers alle docenten-in-spe hetzelfde product op dezelfde manier verkopen. Ze moeten enthousiasme en plezier uitstralen. Zumba is all about having fun. Het mag vooral geen saaie work-out lijken. Ik begrijp plotseling de alomtegenwoordige glimlach.

Tromgeroffel

De juf loopt naar de stereo-installatie en draait aan een paar knoppen. Tromgeroffel dendert door de zaal. Een paar vrouwen om me heen beginnen direct met hun heupen te wiegen. Het voelt alsof ik nuchter in een onbekende discotheek ben met alle ogen op me gericht. Ik verplaats langzaam het gewicht van mijn ene standbeen naar het andere. Mijn armen knoop ik op mijn rug. „Si!”, roept de juf. De muziek zwelt aan. Een zanger zingt in een merkwaardige mix van Amerikaans en Spaans: „Zumba is good for you.” De juf schudt haar borsten en billen. Volgzaam beweeg ik mijn schouders, maar het effect blijft uit. Dit heb ik nooit geleerd op ballet.

Een andere Zumbarichtlijn is dat de oefeningen niet worden uitgelegd. De muziek moet voor zich spreken. Maar waarom heb ik, die notabene tien jaar heeft gedanst, dan zoveel moeite met de pasjes? En hoe kunnen mensen zonder danservaring deze les volgen? En het nog leuk vinden ook?

„Deze wordt even pittig, jongens.” Terwijl op de achtergrond een ballad van Gloria Estefan klinkt, zakt de juf door haar knieën, strekt de handen naar voren en maakt diagonale bewegingen met haar bovenlichaam, nog steeds hysterisch glimlachend. Ik zak ook door mijn knieën en voel: dit vinden mijn buikspieren niet leuk. Gloria mag ons dan in betoverend Spaans bemoedigend toezingen, het blijft fysiek terrorisme.

„Het is wel een beetje een Amerikaanse commerciële gekte”, zei mijn buurvrouw. „Maar in zijn soort is het leuk. Heus.”

Sambaballen

We zijn toe aan de laatste dans. Sambaballen geven opzwepend het ritme aan. De juf doet een paar eenvoudige passen. Haar armen houdt ze simpelweg gespreid. Dat kan ik ook. Voor het eerst let ik niet meer op de voeten van de juf en kijk ik om me heen. En dan zie ik haar staan.

Ze is donker, heeft een gedrongen postuur, en is drijfnat van het zweet. Stralend kijkt ze in de spiegel. „Aiaiai!”, roept ze en zwaait met haar handen in de lucht. Ze doet een paar pasjes. Die zijn fout. Ze maakt een rondje. Dat doet de juf ook niet. Maar het ziet er jaloersmakend mooi uit. Fun, zou je bijna zeggen. Haar grijns is aanstekelijk. Ik doe haar na. Minutenlang spring ik heen en weer, doe de hink-stap-sprong en denk niet meer aan links en rechts. In trance wapper ik met alle losse ledematen. Vierkwartsmaten zijn overschat, denk ik vaag.

„Applaus voor jezelf!”, roept de juf. Het laatste kwartier ging plotseling heel snel. Ik klap hard mee. Terwijl iedereen zijn handdoek en flesje water pakt en de ruimte verlaat, denk ik in de kale, salsaloze stilte: misschien ga ik volgende week weer.