Broedplaats Nieuwegein

Stedelijke gebieden oefenen een grote aantrekkingskracht uit op vogels. Vogelwacht Utrecht telt al decennia de broedvogels in Nieuwegein. Nu is er een boek.Kester Freriks

In de jaren dertig moest Jac. P. Thijsse naar het Naardermeer om een fuut te zien, een van de mooiste Nederlandse watervogels. Nu baltst en broedt de fuut in binnensteden. Ook de zilverreiger zoekt de stad op, zelfs appelvinken vinden er een nieuwe biotoop. Onlangs joeg een sperwer aan een Amsterdamse kade. Deze vogel staat bekend als bewoner van beboste streken. In de binnenstad waar ik de roofvogel waarnam, is nauwelijks een boom te vinden. De sperwer begon zijn jachtvlucht vanaf de kajuit van een boot. De tuigage van staalkabels scheen hem niet te deren.

Bij de Vogelwacht Utrecht, afdeling Nieuwegein, is onlangs een boeiende studie verschenen die als maatstaf kan gelden voor de leefomstandigheden van onze ‘stadse’ soorten, zowel vertrouwde exemplaren als nieuwkomers. Leden van de Werkgroep Avifauna Nieuwegein telden in 2007 alle broedvogels in Nieuwegein in elke denkbare omgeving en in elk jaargetijde. Broedvogels in Nieuwegein. Waar, hoeveel en trends is een waardige opvolger van het tien jaar geleden verschenen boek, dat De vogels van Nieuwegein heette, met als ondertitel Vogels in een veranderend landschap. Meer dan dertig tellers trokken er in Nieuwegein op uit om in nauwkeurig afgebakende gebieden tellingen te verrichten. Overdag en 's nachts, in winter en zomer. Het begrip broedvogels wordt dan ook ruimer gedefinieerd dan alleen de nestparen; ook territoria worden geboekstaafd. Bovendien zet de Vogelwacht zich in het aantal broedgelegenheden te vergroten door bijvoorbeeld een ijsvogelwand te bouwen en, in een sluiscomplex, kunstnesten te plaatsen voor huiszwaluwen.

TRENDS

De systematiek van Broedvogels in Nieuwegein is voorbeeldig. De tellers hanteren de methode van SOVON Vogelonderzoek Nederland, die voorschrijft de telgebieden in clusters te verdelen en vervolgens van elk deelterrein een inventarisatiekaart bij te houden. De trends in Nieuwegein kunnen op deze manier landelijk worden geïnterpreteerd. Het tellen moeten we niet al te romantisch opvatten in de zin van vrij in de natuur broedparen bespieden. Er moest een hoogwerker aan te pas komen om op een met grind bedekt dak van een overslagbedrijf de broedende visdieven te tellen. Bosuilen werden gelokt met de nabootsing van hun eigen roep. Uiteindelijk werden op een oppervlakte van 2.399 hectare 14.828 territoria vastgesteld.

In de top tien van de Nieuwegeinse broedvogels vindt een verschuiving plaats die de veranderingen in Nederland weerspiegelt. Huismus, grutto en spreeuw zijn grote verliezers. Eerdere tellingen, sinds 1967, wezen als onbetwiste nummer één de huismus aan. Nu is deze vogel gezakt naar de tweede plaats en de spreeuw daalde van de derde plaats in 1997 naar nummer 9. Verdwenen is de grutto, ooit een van de meest voorkomende broedvogels en nu, door noodlottig verlies van territorium, een zeer bedreigde soort.

ACCURATESSE

Nu voert de merel de top tien aan. Nieuwkomers zijn Turkse tortel en heggenmus. Het landschap van Nieuwegein en omstreken is in veertig jaar tijd volkomen veranderd van een halfopen veenweidegebied tot dichtbebouwd stedelijk terrein. Soorten als kievit, grutto en veldleeuwerik hebben het zwaar. De merel kan zich in een stedelijke omgeving goed handhaven, mede dank zij de zachte winters. Ook voeren mensen de tuinvogels meer dan ooit. Door toename van de bebouwing heeft de populatie van de huiszwaluw zich gunstig kunnen ontwikkelen.

Het verrassende van Broedvogels van Nieuwegein is de wetenschappelijke accuratesse van het onderzoek. Gebieden met industrie, bedrijven, fabrieken, kantoorpanden en woonhuizen zijn potentiële broedterritoria. Zelfs begroeide geluidsschermen langs autowegen ontkomen niet aan de tellende Nieuwegeinse ornithologen. Een fantasieloos geordend bedrijventerrein is niet de allereerste plek waaraan een vogelliefhebber denkt voor het verrichten van waarnemingen.. In Nieuwegein is dat geen probleem, en dat leidt zelfs tot bijzondere observaties van rietgors en kleine plevier. In totaal zijn in Nieuwegein 132 broedvogels geregistreerd, verdeeld over vier biotopen: bebouwing, moeras, boom en struweel en open landschap.

Door de opgewekte toon van het boek, de treffende anekdotes en de prachtige illustraties, bijvoorbeeld van een blauwe reiger naast een geparkeerde auto, lijkt het of we ons geen zorgen hoeven maken over onze vogels. In Nieuwegein zijn 68 soorten met 69% toegenomen en 28 met 28% afgenomen. Hierdoor ontstaat een optimistisch beeld. Dat is slechts ten dele waarheidsgetrouw. De gemeente Nieuwegein liet nodeloos oude bomen kappen en groenvoorzieningen dienen ‘functioneel’ te zijn, ofwel zodanig opgeschoond en welbewust karig gehouden dat struweelbewoners onder de vogels het zwaar hebben. ‘Struikbroeders’, zoals spechten, winterkoning en zomertortel, nemen in aantal af. De waarschuwing van het boek luidt dat de variëteit aan landschapstypen sterk aan het verminderen is. Niet alleen in Nieuwegein, ook in de rest van Nederland is de trend om het groenbeheer van struweel te veranderen in eenvormige beplanting. Dat is desastreus voor vogels die dichte begroeiing preferen.

Gerrie Abel, Luc de Bruijn (red.): Broedvogels in Nieuwegein. Waar, hoeveel en trends. Uitg. Vogelwacht Utrecht, 332 blz. Prijs € 25,-. Inl.: www.vogelwachtutrecht.nl