Bezuinigen als investering

Centrale bankiers zijn party poopers. Net wanneer de stemming aan de bar er goed in zit, draaien zij de bierkraan dicht. Als de economie swingt, verhogen de bovenbazen van de bankwereld de rente. Dit maakt het voor ondernemingen duurder om geld te lenen voor investeringen en de overname van andere bedrijven. Doordat het consumentenkrediet duurder wordt, kunnen gezinnen minder op afbetaling kopen. Zo probeert een centrale bank te voorkomen dat de economie oververhit raakt, de inflatie oploopt en zeepbellen ontstaan op de huizenmarkt en de aandelenbeurs. Al bijna anderhalf jaar ligt de situatie omgekeerd.

Nu proberen centrale banken juist om de economie uit het dal te trekken. Rondje voor de hele zaak: in de eurozone kunnen banken bij de Europese Centrale Bank (ECB) onbeperkt geld lenen tegen 1 procent rente. In de Verenigde Staten is de rente nog lager. Bovendien heeft de Federal Reserve daar de geldhoeveelheid extra verruimd door op grote schaal uitstaande staatsobligaties in te kopen.

Maar de sfeer in de bar blijft vooralsnog bedrukt. Consumenten hebben tot nu toe onvoldoende vertrouwen in de toekomst om hun geld weer te laten rollen. Huizenkopers kijken de kat uit de boom. Bij veel bedrijven staan de investeringen nog steeds op een laag pitje. De magere orderportefeuille rechtvaardigt volgens de bedrijfsleiding geen uitbreiding van de productiecapaciteit. Ondernemers die wel willen investeren, hebben nogal eens moeite om de financiering rond te krijgen. Bankiers gebruiken het geld dat zij extreem goedkoop (tegen 1 procent) bij de ECB kunnen lenen liever om veilig geachte staatsobligaties in te slaan. Die doen een rendement van 3,5 procent. De voordelige rentemarge van 2,5 procent steken zij in hun zak om het vermogen van hun bank te versterken, wat hard nodig is. In de afgelopen jaren hebben banken in verhouding tot hun eigen vermogen te veel geld uitgeleend. Daarom moeten zij van de toezichthoudende centrale banken de komende tijd hun vermogenspositie verbeteren. Zodoende groeit de buffer om toekomstige tegenvallers bij de kredietverlening aan gezinnen en bedrijven op te vangen.

Overal zijn ministers van Financiën de lachende derden. Zij moeten enorme bedragen uit de kapitaalmarkt halen om hun begrotingstekorten af te dekken. Dat kan voorlopig voor een prikje, omdat de banken in de rij staan om door overheden uitgegeven schuldpapier te kopen. De afgelopen weken heeft de ECB echter signalen afgegeven dat – nu de economie wat opkrabbelt – de tijd van onbeperkte verstrekking van spotgoedkoop geld op zijn eind loopt. Het gevolg is dat niet alleen de banken, maar ook schatkistbewaarders straks met hogere rentelasten te maken krijgen. Juist ook, zodra het bedrijfsleven zijn investeringen flink gaat opvoeren. Overheden en ondernemingen bieden dan via de aan beleggers geoffreerde rente tegen elkaar op om in hun geldbehoefte te voorzien.

Om deze reden oefent president Trichet van de ECB al enige tijd druk uit op de landen uit de eurozone om niet te dralen bij het saneren van de overheidsfinanciën. Naarmate de tekorten op de begroting lager uitvallen, hoeven overheden minder te lenen en blijven de te verwachten rentestijgingen meer gematigd.

Nieuwe bedrijfsinvesteringen vergen dan lagere financieringslasten en huizenkopers zijn minder kwijt voor hun hypotheek. Zulke oppeppers versnellen het economisch herstel.

Dat is goed nieuws voor minister Bos. Want wanneer de economie weer gaat draaien, brengen de belastingen meer op en is minder geld nodig voor uitkeringen aan werklozen. Het tekort op zijn begroting neemt dan automatisch af. Om het zover te laten komen, zal het kabinet echter eerst moeten investeren in de gezondmaking van de overheidsfinanciën en wel door zich te houden aan geloofwaardige afspraken over de reductie van het begrotingstekort. Om het tekort weg te werken, zijn bezuinigingen nodig.

Afgelopen voorjaar heeft het kabinet afgesproken om vanaf 2011 ten minste 3 miljard euro per jaar te bezuinigingen, mits de economie tegen die tijd jaarlijks weer met een half procent (of meer) groeit. Over de concrete invulling van deze ombuigingstaakstelling zullen kabinet en parlement in het najaar van 2010 nog knopen moeten doorhakken. Dat wordt een heidens karwei, omdat op zijn laatst zes maanden daarna – in mei 2011 – weer verkiezingen voor de Tweede Kamer plaatshebben.

Vermoedelijk is 3 miljard euro onvoldoende. De Europese Commissie eist het dubbele. Dan ligt een combinatie van bezuinigingen en belastingverhogingen in de rede. Anders blijft het tekort tot in lengte van jaren hoger dan het door de eurolanden afgesproken maximum van 3 procent van het bruto binnenlands product. Belastingverzwaringen vijf maanden voor de verkiezingen zullen de regeringspartijen nog meer stemmen kosten. Een scenario dat wordt gedomineerd door politieke besluiteloosheid tekent zich af. Dit kan (toekomstige) beleggers in Nederlandse staatsobligaties doen twijfelen aan de kredietwaardigheid van ons land. Eisen zij daarom straks zeg een half procent meer rente, als risicopremie, dan nemen de rentelasten over de overheidsschuld uiteindelijk met 2 miljard euro per jaar toe. Voor het gebrek aan daadkracht in Den Haag gaan kortzichtige kiezers en een volgend kabinet in dit geval nog een hoge prijs betalen.