VVD denkt even niet meer aan de PVV

De VVD roert zich weer, na interne conflicten en verkiezingsnederlagen. Partijleider Rutte zal de leden morgen wat ferme boodschappen meegeven.

Een motie van wantrouwen tegen het kabinet, bumperstickers tegen het rekeningrijden, en de belofte dat alleen de VVD de ruggegraat heeft om zonder aarzeling de hervormingen door te voeren die Nederland nodig heeft. Kijk, zeggen VVD’ers, we doen weer mee.

Het filmpje waarmee de VVD bezoekers van de website verwelkomt, presenteert partijleider Mark Rutte als economische ziener: híj waarschuwde begin 2008 al voor een crisis, toen minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) vooral uitlegde dat de Nederlandse economie wel tegen een stootje kon. Die boodschap zal ook op het VVD-congres, morgen in Papendal, breed uitgemeten worden.

Dat is niet voor niks. De VVD moet zich in de hoofden van de kiezer nestelen als dé partij die moeilijke financiële keuzes durft te maken. Daar hoort ook het ingrijpend hervormen van de sociale zekerheid bij. Zoals VVD-Tweede Kamerlid Halbe Zijlstra zegt: „Laat ons maar puinruimen. Wij moeten de partij zijn die een strenge vader is, en daarbij niet bang is voor electorale klappen.”

Het zo gekoesterde imago van financiële degelijkheid en deskundigheid is kwetsbaar. De VVD was de laatste partij die accepteerde dat vasthouden aan de begrotingsregels de economie nog dieper de modder in zou duwen. Veel VVD-coryfeeën waren nauw betrokken bij de nu failliete DSB-bank. Kiezers zien dat verband ook, zo is merkbaar op de website van de partij. Daarop maken ze hier en daar, met een verwijzing naar de DSB schampere opmerkingen over de geloofwaardigheid van de partij. En niet onbelangrijk: de VVD was altijd de meest fervente voorstander van de vrije markt, en fungeerde tijdens de paarse kabinetten als motor van allerlei liberaliseringsmaatregelen waar nu ernstige twijfels over bestaan.

De VVD heeft zich opnieuw moeten uitvinden, niet alleen door de partijverscheurende leiderschapsstrijd tussen Rutte en Rita Verdonk twee jaar geleden. Maar ook door het veranderende politieke landschap. Kamerlid Zijlstra: „Vroeger was het lekker simpel: het was kijken hoe ver we naar het midden konden opschuiven om stemmers bij het CDA weg te halen. Daar is Wiegel groot mee geworden. Dat kon, omdat er rechts toch niemand was om op te stemmen. Nu zitten we in dezelfde positie als de PvdA. Wij kunnen ook kiezers aan twee kanten kwijtraken: aan PVV en D66.”

Veel PVV-kiezers is de VVD permanent kwijt, zegt een Kamerlid: „Op integratie hebben we niets te winnen, daar moet je je geen illusie over maken. Dat dossier is nu van de PVV. Ook proteststemmers kijken niet meer naar ons. Wij zijn nou eenmaal establishment. Maar daar moeten we trots op zijn. Politiek is ook een vak.”

Op economisch terrein is er wel ruimte om PVV-kiezers terug te winnen, denken VVD’ers. In deze krant zei Patrick van Schie, directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD: „Voor de VVD wordt het steeds makkelijker om het liberale geluid te laten horen, nu Wilders sociaal-economisch linkse standpunten inneemt. Zoals met de AOW, het belastingstelsel, het ontslagrecht.” In een recent debat omschreef Rutte PVV-woordvoerder Tony Van Dijck als „vertegenwoordiger van de FNV”.

Voor de VVD blijft de CDA-kiezer het interessantst. Dat zegt ook Hans van Baalen, europarlementariër voor de VVD. „Zolang beide partijen bestaan, twijfelen kiezers tussen CDA en VVD. Als ze voor de eerste kiezen, doen ze dat meestal vanwege de stabiliteit van de partij.” Er zijn signalen, zegt Van Baalen dat kiezers die stabiliteit zoeken naar de VVD trekken.

Rutte bewaart zijn scherpste kritiek voor het CDA. Die partij moet daar nog wat aan wennen. Toen Rutte bij de Algemene Beschouwingen een motie van wantrouwen indiende tegen het kabinet van CDA-leider Balkenende – „omdat u geen beleid voert, omdat u geen maatregelen neemt” – sneerde een CDA’er in de richting van de VVD: „Bereid je maar voor op vier jaar langer oppositie.”

En de stabiliteit bij de VVD zelf? De interne strijd die de VVD bijna uiteen scheurde, lijkt voorbij, de wonden genezen. Veel electorale vreugde heeft Rutte zijn partij nog niet gebracht. Nadat hij de onverwachte vacature van partijleider moest opvullen, heeft hij twee verkiezingsnederlagen geleden. Maar de discussie over zijn leiderschap lijkt verstomd. Van Baalen: „Twee jaar geleden waren we altijd in de verdediging, ook tegenover de eigen leden. Ik zie dat nu niet meer. Mark Rutte is op een bewonderingswaardige manier doorgegaan. Hij is nu op het punt aanbeland waarop niemand zich afvraagt waarom hij leider is. Hij is het gewoon.”

Die rust moet worden bewaard. Rutte wilde geen interview over de toestand van de partij geven. Elk verhaal daarover is er een te veel, het moet over de inhoud gaan. Ook Uri Rosenthal, VVD-senator, heeft „niet zo veel behoefte mee te doen aan het gezelschapspel hoe het met de VVD gaat. Laat de bal het werk maar doen.”