VLUCHTBOOT

Het regent al de hele dag. En het lijkt alsof het nooit meer ophoudt. Als Rintje naar boven kijkt ziet hij alleen maar donkere, grijze wolken en nergens een stukje blauw.

„Ik ben doorweekt tot op mijn botten”, zegt Henriette, die met Rintje naar zijn huis loopt.

„Ik moet met een wasknijper aan de waslijn om te drogen!” lacht Tobias, die ook naast hen loopt.

Als ze bij Rintjes huis zijn aangekomen en de voordeur opendoen, ziet Rintje allemaal handdoeken in de gang liggen.

„Het werd zo nat”, zegt mama. „Er lagen gewoon plassen op de vloer van het in- en uitlopen.”

Midden in de gang staat mama’s paraplu uitgeklapt, zodat die een beetje kan drogen.

„Mogen we jouw paraplu straks lenen?” vraagt Rintje. „Daar kunnen we makkelijk met z’n drieën onder. Dan kunnen we lekker door de plassen stampen en toch droog blijven!”

„Eerst opdrogen”, zegt Henriette. „En misschien wil ik wel helemaal niet meer naar buiten.”

„Zou de regen ooit nog stoppen?” vraagt Tobias. Hij trekt een heel bezorgd gezicht.

„Natuurlijk houdt het een keer op”, zegt mama. „Zoals oma altijd roept: na regen komt zonneschijn!”

„Ik heb een idee”, zegt Rintje. Hij fluistert iets bij Tobias in zijn oor en daarna bij Henriette.

„Goed idee!” zegt Tobias.

„Ik help ook mee!” zegt Henriette.

„Mogen we op zolder spelen?” vraagt Rintje.

„Natuurlijk”, zegt mama. „Maar wat gaan jullie daar dan doen?”

„Verrassing!” zegt Rintje.

Op zolder gaat Rintje eerst op zoek naar de grote houten kist. Dat is de verkleedkist met allemaal grappige, oude kleren.

„Die kiepen we eruit,” zegt Rintje. „Dan kunnen we hier de boot mee bouwen!”

„De boot moet ook mooie zeilen hebben”, zegt Tobias.

„En een mast!” zegt Henriette.

Van een paar oude bezems maken ze twee masten.

„Hier zijn de zeilen”, zegt Rintje die twee oude gordijnen heeft gevonden.

„Maar wat doen we als er geen wind is?” zegt Tobias.

„Dan moeten we roeien”, zegt Henriette.

„Dan maken we ook een roeispaan,” zegt Rintje. Hij houdt een oude veger en blik omhoog. Door het blik vast te maken aan een stok wordt het een roeispaan.

De boot wordt steeds echter en mooier. Ze zijn er zo druk mee bezig dat ze de tijd helemaal vergeten.

Een hele tijd later steekt mama haar hoofd boven het luik van de zolder uit. „Wat zijn jullie allemaal aan het doen?” vraagt ze.

„We bouwen een vluchtboot”, zegt Rintje.

„Een vluchtboot?” vraagt mama. „Waar moeten we dan voor vluchten?”

„Als het altijd blijft regenen en de hele wereld onder water komt te staan, dan kunnen we zo vanuit het zolderraam wegvaren!” zegt Rintje.

„Malle jongen!” zegt mama. „Dan moet het wel voor altijd blijven regenen!”

„Je weet maar nooit!” zegt Rintje.

Maar opeens breekt de zon door de wolken en stopt het eindelijk met regenen.